Met welke leermiddelen kunnen leerlingen in het praktijkonderwijs digitale geletterdheid ontwikkelen? En hoe kunnen hun vorderingen worden getoetst?

formatief-toetsen

Scholen voor praktijkonderwijs kunnen het beste digitale vaardigheden aanleren als onderdeel van andere onderwijsactiviteiten. Een specifiek leermiddel is daarom niet nodig. Er zijn nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen de ontwikkeling van de digitale geletterdheid in kaart kunnen brengen. Wel kunnen scholen daarvoor uitwerkingen van digitale geletterdheid van Kennisnet of ICILS als checklist gebruiken.

Vooral bij leerlingen in het praktijkonderwijs is het belangrijk dat zij op school digitale geletterdheid ontwikkelen, omdat zij daarin thuis weinig ondersteuning krijgen. Het gaat bij digitale geletterdheid om vier vaardigheden: informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden (zie ook een eerdere vraag aan de Kennisrotonde).

Het blijkt belangrijk om de vier aspecten van digitale geletterdheid niet afzonderlijk aan de orde te stellen maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken. Scholen hoeven geen specifieke leermiddelen of lesmethoden in te zetten. Ze moeten juist een aanpak hanteren waarin digitale vaardigheden worden aangeleerd en toegepast in bredere onderwijsactiviteiten en opdrachten.

Aandachtspunten daarbij zijn: een afgestemd taalniveau, gebruikmaken van visuele ondersteuning, koppelen aan doe-activiteiten, oefenen in relevante contexten, en samenwerken met ouders om te komen tot een afgestemde aanpak en ondersteuning.

Toetsen van digitale geletterdheid

Over het minimumniveau dat nodig is voor maatschappelijke participatie, is nog geen overeenstemming. Verder zijn er nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen voor praktijkonderwijs het beginniveau en de ontwikkeling van de digitale geletterdheid van hun leerlingen in kaart kunnen brengen. Wel worden in Nederland op verschillende plaatsten toetsen ontwikkeld die zijn toegespitst op deze groep leerlingen (voor meer informatie zie de uitgebreide rapportage).

Vooralsnog kunnen scholen bij het in kaart brengen van de digitale geletterdheid gebruikmaken van bijvoorbeeld de uitwerkingen van Kennisnet of ICILS:

Uitwerking van Kennisnet

Ict-(basis)vaardigheden

– basisbegrippen en functies kennen van computers en computernetwerken (knoppenkennis)
– het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware
– kunnen omgaan met tekstverwerkers, spreadsheetprogramma’s en presentatiesoftware
– om kunnen gaan met softwareprogramma’s op mobiele apparaten
– kunnen werken met internet (browsers, e-mail)
– op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten

Computational thinking
– een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ict-technieken en -gereedschappen.

Mediawijsheid
– de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media.

Informatievaardigheden
– het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie.

Voor een verdere uitwerking zie Kennisnet: Werken aan digitale geletterdheid? Zo doe je dat.

Checklist van ICILS

Scholen kunnen ook ICILS (een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar computer- en informatievaardigheden) als checklist gebruiken:
.

Het verzamelen en bewerken van informatie Het produceren en uitwisselen van informatie

Functionele kennis hoe computers kunnen worden ingezet bij het uitvoeren van taken. Het beheersen van basisopdrachten bij file-beheer, en kennis van de ict-basisterminologie en basisfuncties.

Bijvoorbeeld:

  • de computer veilig kunnen afsluiten
  • software als tekstverwerkers, internetbrowsers en zoekmachines herkennen
  • algemene software-commando’s kunnen toepassen zoals bestanden opslaan, knippen en plakken, en tekst selecteren
  • de functie kennen van randapparatuur als usb-sticks, dvd-drivers en printers
Computers en software kunnen gebruiken om te communiceren. Bijvoorbeeld:

  • beelden kunnen aanpassen en gebruiken
  • de vormgeving van een tekst kunnen wijzigen door aanpassen van het lettertype en gebruik van vet en cursief
  • verschillen kennen tussen communicatietoepassingen als e-mail, blogs en sociale media
  • een e-mail kunnen voorzien van adres en onderwerp
  • lay-out en beeld kunnen gebruiken om de begrijpelijkheid van een tekst te bevorderen

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe de volgende experts geconsulteerd: Irma Heemskerk (Kohnstamm Instituut), Joke Voogt (POWL, UvA; Hogeschool Windesheim), Remco Pijpers (Kennisnet, SLO), Martina Meelissen (Universiteit Twente) en Maaike Heitink (Universiteit Twente).

Onderwijssector
vo

Thema
21st century skills (21e eeuwse vaardigheden), leermiddelen, praktijkonderwijs (praktijkschool)

Vraagsteller
schoolbestuur - ICT-coördinator