Kunnen gestandaardiseerde toetsen helpen het beheersingsniveau van rekenen en beginnende geletterdheid in groep 1 en 2 vast te stellen?

 PO | Toetsen & feedback | Ook interessant

Kleutertoetsen kunnen het beheersingsniveau van cognitieve vaardigheden helpen vast te stellen. Maar het eigen oordeel van de leerkracht over de leerprestaties en de cognitieve ontwikkeling lijkt daarnaast ook belangrijk.
Het is niet eenvoudig om de betrouwbaarheid van de toetsafname bij jonge kinderen te garanderen. Kleutertoetsen blijken een matige voorspellende waarde te hebben voor leerprestaties op het gebied van cognitieve vaardigheden. De voorspellende waarde voor rekenen is groter dan voor taalvaardigheid. En de voorspellende waarde van de cognitieve toetsen is groter als er sprake is van subjectieve beoordeling.

Een toets neem je af om te onderzoeken in welke mate iemand iets weet of kan. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld met observatie of met toetsen. Bij toetsen kun je gebruik maken van methode-afhankelijke of methode-onafhankelijke toetsen. Methode-afhankelijke toetsen laten zien in hoeverre de leerinhouden beklijven die in de lessen aan bod zijn geweest. Bij methode-onafhankelijke of gestandaardiseerde toetsen gaat het om het beheersingsniveau van kennis of vaardigheden. De resultaten kunnen worden vergeleken met de gemiddelde prestaties van een groep. Ook kan groei over een langere periode worden vastgesteld. Zo’n methode-onafhankelijk toets is de zogenoemde kleutertoets, die beginnende geletterdheid en rekenvaardigheid meet.

Betrouwbaarheid van toetsen

Om iets te kunnen zeggen over de vaardigheden van de leerling, moet een toets betrouwbaar en nauwkeurig zijn. Dus als we dezelfde vaardigheid twee keer met hetzelfde instrument meten, moeten we twee keer dezelfde uitkomst krijgen.

Onderzoek laat zien dat er bij meerdere afnames van een toets voor motorische en communicatievaardigheden bij jonge kinderen veel variatie in toetsscores is. Ook kan de score per dag verschillen doordat kinderen snel afgeleid zijn. Daarnaast kunnen kleuters nog niet lezen en hebben ze een korte aandachtspanne. En ze kunnen onverwacht reageren op toetsvragen, bijvoorbeeld door het mooiste plaatje te onderstrepen, in plaats van juiste antwoord. Dit zou kunnen betekenen dat de toetsing niet betrouwbaar was. Pas vanaf 6 jaar wordt het beter mogelijk om leerlingen betrouwbaar te toetsen.

Validiteit van toetsen

Een tweede aspect bij het meten van vaardigheden betreft validiteit. Validiteit heeft betrekking op de geldigheid van de meting. Meet je wat je bedoelt te meten? Om te bepalen of toetsen bij de kleuters ook valide zijn, wordt vaak gekeken naar de voorspellende waarde van een toets. Oftewel, in hoeverre kunnen de uitkomsten op een toets bij de kleuters de prestaties in hogere klassen voorspellen. Kleutertoetsen blijken voor cognitieve vaardigheden een matige voorspellende waarde hebben. Daarbij is de voorspellende waarde voor rekenen groter dan voor taalvaardigheid en blijkt de voorspellende waarde van cognitieve toetsen bij jonge kinderen groter te zijn als er sprake is van subjectieve beoordeling.

Methode-onafhankelijke toetsen kunnen dus wel het beheersingsniveau van kleuters helpen vaststellen, maar vanwege het matige voorspellende effect zijn ze niet allesbepalend. Het oordeel van de leerkracht is daarom minstens zo belangrijk om het beeld over de prestaties en ontwikkeling van een leerling te complementeren.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Annegien Langeloo (antwoordspecialist) en José van der Hoeven (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Niek Frans (Rijksuniversiteit Groningen) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
schoolbestuur - bestuurder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag