Welke effecten heeft traumasensitief lesgeven op de ontwikkeling van vluchtelingkinderen?

 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken

Principes van traumasensitief lesgeven zijn veelbelovend voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen. Deze manier van lesgeven lijkt een positieve invloed te hebben op het gevoel van veiligheid en het welbevinden van de kinderen. En dit zijn belangrijke voorwaarden om tot leren te komen, ook het leren van een tweede taal.

Nederland telt steeds meer vluchtelingkinderen, die allemaal recht hebben op onderwijs. Veel van deze kinderen kampen met de gevolgen van traumatische gebeurtenissen die zij voorafgaand aan of tijdens hun vlucht hebben meegemaakt. Voor leerkrachten is het lastig hiermee om te gaan. Hoe speel je in op de onderwijsbehoeften en op de sociaal-emotionele behoeften van de individuele kinderen? Daar komt bij dat de wat oudere kinderen of de kinderen die nog geen onderwijsverleden hebben, moeilijk aansluiting vinden in het Nederlandse onderwijssysteem. Leerkrachten ervaren de sociaal-emotionele problemen van de kinderen daadwerkelijk in de klas. Voor de begeleiding van deze getraumatiseerde vluchtelingkinderen wordt vaak gedacht aan de kernprincipes van traumasensitief lesgeven.

Veerkracht

Traumasensitief lesgeven (TSL) is een proces waarbij alle medewerkers van een school tegemoetkomen aan wat getraumatiseerde kinderen nodig hebben. Bewustwording en signalering zijn hierbij van belang. Het gaat ook om een vaardigheid van de leerkracht die essentieel is bij het onderwijs aan vluchtelingkinderen. Hoe meer de leraar is afgestemd op wat de leerling kan hebben meegemaakt, hoe beter het leerklimaat wordt. De leerling voelt immers dat de leraar hem ‘ziet’. Dat geeft meer ontspanning en veiligheid, waardoor het makkelijker wordt om (Nederlands) te leren.

TSL beoogt een positief effect op de veerkracht van getraumatiseerde kinderen. Een verantwoord TSL-programma is opgebouwd uit inzichten uit diverse disciplines, zoals de pedagogiek, de ontwikkelingspsychologie, het hersenonderzoek, de klinische (kinder)psychologie, de kinder- en jeugdpsychiatrie, de positieve psychologie en de cognitieve gedragstherapie. Ook maken bewezen behandelingen van trauma’s in het algemeen en van bijvoorbeeld post-traumatische stress-stoornis in het bijzonder deel uit van TSL. Deze principes gelden waarschijnlijk ook voor vluchtelingkinderen en ze zijn goed toe te passen in het onderwijs. Voorwaarde is wel dat leraren een training volgen in het werken met TSL-programma’s en dat ze gedurende het schooljaar begeleid worden.

Voor zover bekend heeft TSL een veelbelovend effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling bij getraumatiseerde (vluchteling)kinderen. Het draagt vooral bij aan een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Die sociaal-emotionele ontwikkeling en het gevoel van veiligheid van de kinderen zijn belangrijke voorwaarden voor het leren op school. Het zal dus ook effect hebben op het gedrag van de leerlingen in de klas, op de wijze waarop ze met volwassenen en klasgenoten omgaan. In het verlengde kan dat positief uitwerken op hun taalontwikkeling. Voor het verwerven van een tweede taal spelen overigens ook andere factoren een rol, waaronder de pedagogisch-didactische aanpak van het (tweede) taalonderwijs aan kinderen met verschillende culturele achtergronden. Systematisch onderzoek is echter schaars voorhanden, ook in Nederlands.

Een gevoel van veiligheid en vertrouwen is dus een belangrijke voorwaarde om een (tweede) taal te leren. Aan de andere kant is taalvaardigheid een belangrijke voorspeller van de mentale gezondheid van vluchtelingkinderen. Taalontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling lijken daarbij het best hand-in-hand te gaan. Daarvoor is nodig dat alle leraren in staat zijn om mogelijke trauma’s bij vluchtelingkinderen te signaleren. Voor het diagnosticeren van en het omgaan met trauma’s in de educatieve sector is het van wezenlijk belang om specialisten in te kunnen schakelen; in het eigen team, in de school, in het samenwerkingsverband of ander regionaal netwerk.

Meer weten?

Lees ook het volledige rapport geformuleerd als antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Tevens verwijzen we naar:

Ook de volgende websites zijn relevant:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Leony Coppens (Leony Coppens Klinisch Psycholoog), Hélène van Oudheusden (Hélène van Oudheusden Coaching / Training) en Maaike Hajer (Hogeschool Utrecht / Universiteit Malmö) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Interview met vraagsteller Pepita Franke
Wat verklaart verschillen in ontwikkeling van mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen ouder dan 6 jaar zonder taalontwikkelingsstoornis?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Snelle verwerving van de omgevingstaal is cruciaal voor nieuwkomers. Wat voorspelt hoe snel kinderen de nieuwe taal oppikken, is afhankelijk van kindfactoren en omgevingsfactoren, en de interactie tussen die twee. Voorspellende kindfactoren zijn bijvoorbeeld taalaanleg en werkgeheugen. De belangrijkste omgevingsfactoren zijn de hoeveelheid en kwaliteit van het taalaanbod. Een rijk taalaanbod (in de eerste en in de tweede taal) afgestemd op de vaardigheden van het kind, en veel mogelijkheid tot interactie, zijn bevorderlijk voor de tweedetaalontwikkeling.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag