Welk effect hebben educatieve televisieprogramma’s op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar?

 PO | Ouderbetrokkenheid | Ook interessant

Educatieve televisieprogramma’s, zoals Sesamstraat, hebben een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar. Die effecten komen ook op langere termijn tot uiting in de woordenschat, rekenvaardigheden en het leesgedrag van de kinderen. Het effect is afhankelijk van onder meer programmakenmerken (zoals inhoud en complexiteit) en kindkenmerken (bijvoorbeeld kennis en verbale vaardigheden). Actieve betrokkenheid van ouders en begeleiding door leerkrachten versterken de effecten. Zij kunnen de inhoud verbinden met ervaringen en aanwezige kennis bij het kind, en eventueel bijsturen op de onderdelen waar een kind moeite mee heeft.

Televisie heeft een groot bereik, ook onder kinderen van vier tot zes jaar. Educatieve tv-programma’s kunnen een goede aanvulling zijn op het reguliere lesprogramma, vooral als hulpmiddel voor informeel leren.

Sesamstraat

Het bekendste én meest onderzochte educatief programma is Sesamstraat. Begin jaren zeventig werden de eerste twee seizoenen van Sesamstraat al bekeken op hun educatieve invloed. De trouwste kijkers tussen de drie en vijf jaar ontwikkelden cognitieve vaardigheden veel beter, zoals kennis van het alfabet, cijfers, lichaamsonderdelen en vormen. Ook waren die kinderen beter in sorteren en rangschikken. Bij de onderdelen die het meest in Sesamstraat aan bod kwamen, waren de verbeteringen het grootst. Geen verschil was er bij het herkennen van emoties. Onderzoek naar andere en meer recente televisieprogramma’s bevestigen het positieve verband tussen het kijken naar educatieve televisieprogramma’s en de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Naast Sesamstraat kan in de Nederlandse context gedacht worden aan programma’s als Dora, Het Zandkasteel en Koekeloere kinderen bij het vergroten en verbeteren van hun kennis en vaardigheden.

Het effect op de cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen hangt af van verschillende factoren. Zo gaat het bij programmakenmerken om onder meer inhoud en complexiteit. Daarnaast spelen kijkerskenmerken een rol, bijvoorbeeld het kennisniveau en verbale vaardigheden. Het is daarom belangrijk om programma’s te maken die de aandacht trekken van kinderen en vasthouden. De informatie moet voor de kinderen te begrijpen zijn. Essentieel is dat het programma aansluit bij de interesses van die jonge kinderen. Ook helpt het als de educatieve boodschap centraal staat in de verhaallijn en op een duidelijke, directe en expliciete manier wordt overgebracht. Verder is het goed om het aantal onderwerpen te beperken. Herhaling van de inhoud gedurende een aflevering versterkt het educatieve effect. Nog beter is het om deze herhaling meerdere vormen te geven, bijvoorbeeld door middel van verschillende vragen, verschillende uitleggen en verschillende hoofdpersonen. Dat maakt de kans groter dat het programma aansluit bij individuele leerprocessen.

Een actieve betrokkenheid van ouders en leerkrachten versterkt de positieve effecten van educatieve televisieprogramma’s. Zij hebben zicht op de ontwikkeling en persoonlijke kenmerken van een kind en kunnen aandacht besteden aan de onderdelen waar een kind moeite mee heeft. Bovendien kunnen ze de inhoud linken aan eerdere ervaringen en reeds aanwezige kennis bij het kind. Als een kind alleen naar een televisieprogramma kijkt, moet deze het tempo van het programma zelf bij kunnen houden. Als het kind de inhoud niet meer begrijpt, verliest het interesse en steekt er minder of niets van op. Samen met volwassenen kijken, voorkomt dat. De ouder of de leerkracht kan tussendoor vragen stellen of uitleg geven.

Op school kan een educatief programma een onderwerp introduceren of dienen als illustratie na uitleg door de leerkracht. De leerkracht kan een programma onderbreken met vragen, opdrachten of een discussie. Voorgaande kennis over de onderwerpen die in een educatief televisieprogramma aan bod komen, vergroot het leereffect. Het gebruik van dergelijke programma’s tijdens de les is dan het effectiefst na een klassikale uitleg. Als kinderen een programma kijken met dezelfde inhoud als op school is uitgelegd, is het waarschijnlijker dat zij meer leren van de informatie en het beter onthouden. De ideale lengte van een programma voor op school ligt tussen de tien en vijftien minuten. De totale tijd voor het programma en de uitleg, discussie of activiteit daaromheen zou niet meer dan een half uur mogen bedragen. Op deze manier kunnen educatieve programma’s een goede aanvulling op het reguliere lesprogramma zijn.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Feline Nieuwkoop (CAOP) en Ruud van der Aa (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
student

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag