Om welke redenen stoppen leraren voortgezet onderwijs binnen vijf jaar?

 VO | Professionalisering | Werkdruk | Ook interessant

De persoonlijke situatie, bijvoorbeeld problemen met gezondheid, is een belangrijke reden voor beginnende leraren in het voortgezet onderwijs om binnen vijf jaar uit het onderwijs te stappen. Andere redenen hebben te maken met het beroep (bijvoorbeeld werkdruk en stress), de school (bijvoorbeeld weinig doorgroeimogelijkheden en gebrekkige communicatie) en verstoorde relaties met collega’s en leidinggevenden.

De verwachting is dat het voorgezet onderwijs in 2023 meer dan duizend leraren en directeuren tekortkomt. Belangrijke oorzaak is de vergrijzing. Nieuwe leraren kunnen die uitstroom naar verwachting niet opvangen. Dat is zeker niet zo als startende leraren het lesgeven na een paar jaar voor gezien houden. Inzicht in de redenen van hun uitval kan mogelijk helpen meer starters te behouden voor het onderwijs.

Uitval van starters in het onderwijs

Hoeveel startende leraren precies uitvallen, blijkt lastig vast te stellen. De meeste studies komen uit op een percentage van rond de vijftien. Voor leraren jonger dan dertig jaar ligt het uitvalpercentage hoger. In het eerste jaar valt 23 procent uit, oplopend tot 31 procent na vijf jaar. Twee tot drie procent van de groep jonge leraren gaat in een andere onderwijssector aan de slag (en is dan geen uitvaller uit het beroep, hoewel ze soms wel als uitvaller worden meegeteld). Onbevoegde leraren in het voortgezet onderwijs vallen vaker uit dan bevoegde leraren.

De belangrijkste redenen voor beginnende leraren – in zowel primair als voortgezet onderwijs – om te stoppen, liggen op het persoonlijke vlak of hebben te maken met het beroep en de school. Persoonlijke problemen en ziekte kunnen aanleiding zijn om uit het onderwijs te stappen. Ook werkdruk, stress en een laag salaris worden veel genoemd. Andere redenen zijn onduidelijke verwachtingen, ontbreken van steun en feedback, geringe doorgroeimogelijkheden, gebrekkige communicatie en slechte relaties binnen de school. De verschillende uitvalredenen lijken met elkaar samen te hangen. Zo leidt stress bij startende leraren tot ontevredenheid, en ontevredenheid tot meer uitval.

Uitval van starters in andere sectoren

Net als in het onderwijs kampen de zorgsector en de politie met personeelstekorten, ook daar voor een groot deel veroorzaakt door de vergrijzing. In de zorg en bij de politie is het onduidelijk hoeveel starters er uitvallen. Dit maakt een vergelijking met het onderwijs lastig. Iets wat in alle drie sectoren terugkomt, is de werkdruk, een belangrijke reden voor starters – en voor ervaren medewerkers – om te stoppen.

Met het Actieprogramma Werken in de Zorg probeert het ministerie van VWS het personeelstekort terug te dringen, vooral door werving van studenten voor zorgopleidingen en reorganisatie van de zorgsector. De politie zet vooral in op campagnes om jongeren te werven. Daarmee wordt de oplossing voor het tekort dus gezocht in meer instroom en minder in het behoud van beginnende medewerkers.

Inductieprogramma’s verkleinen uitval

In het onderwijs heeft begeleiding van startende leraren met zogeheten inductieprogramma’s de uitval onder startende leraren verkleind. Belangrijke elementen van een succesvol inductieprogramma zijn een mentor binnen hetzelfde schoolvak, samenwerking met andere leraren op een reguliere basis, gemeenschappelijke plantijd met andere leraren, en de kans om deel te nemen aan een netwerk met andere leraren.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Julia van Leeuwen (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
projectleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag