Zijn er verschillen in leeropbrengsten en de ontwikkeling van leerlingen in unitonderwijs ten opzichte van klassikaal onderwijs?

 PO

Bij unitonderwijs worden de reguliere klassen vervangen door units van zeventig á negentig kinderen. Leerkrachten werken in deze units in een gedifferentieerd team samen met mensen van binnen en buiten de school. Uit evaluatieonderzoek blijkt dat unitonderwijs niet leidt tot betere Cito-scores voor taal en rekenen. De ervaringen van leraren met deze vorm van organiseren zijn evenwel positief. Er is volgens hen meer ruimte voor maatwerk en een betere uitleg. Leerlingen leren meer van elkaar, ervaren meer autonomie en zijn meer eigenaar van hun eigen leerproces. Bovendien leren leerlingen samenwerken, ict gebruiken en presenteren. En ze ontwikkelen metacognitieve vaardigheden, zoals leren leren.

Een basisschool in de VS boekt resultaten met flexibeler onderwijs door docenten in teams voor de klas te laten staan. Het zijn vaste teams van drie docenten per klas die twee jaar achtereen samenwerken. Zij kregen een training in (effectieve) co-teaching. Vier factoren bleken bepalend voor de goede resultaten:

  1. Communicatie: effectieve onderlinge communicatie tussen de leraren (co-teachers), tact en humor.
  2. Flexibiliteit: de co-teachers zijn bereid hun eigenaarschap te delen en ruimte te maken voor verschillen in de pedagogisch-didactische aanpak. Ook luisteren ze naar de andere teamleden en zijn ze genegen compromissen te sluiten.
  3. Respect: vertrouwen in de ander en in een andere werkwijze. De co-teachers durven ideeën te opperen, samen te vernieuwen en verschillen te overbruggen.
  4. Organisatie: co-teachers werken aan dezelfde doelen en geven prioriteit aan de behoefte van leerlingen boven andere zaken.

Uit de (kwalitatieve) evaluatie van deze innovatie blijkt dat er een cultuur van een lerende organisatie is ontstaan. Daarin is waardering voor het leren van alle leden van de organisatie. De aanpak zorgt naast inclusief/passend onderwijs ook voor een nauwere samenwerking tussen onderwijsgevenden. Er is een gevoel van gedeeld eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor de resultaten van alle leerlingen.

Ervaringen in Nederland

In Nederland zijn in het basisonderwijs eerste ervaringen opgedaan in het TOM-project (Teamonderwijs Op Maat). Bij het TOM-project is geen effectonderzoek gedaan. Wel geven de projectleiders op de betrokken scholen aan dat er meer onderwijs, aandacht en zorg op maat wordt gegeven. Leerlingen zijn zelfstandiger geworden. Hun motivatie en plezier in leren en in de school zijn toegenomen. Bovendien kunnen ze beter omgaan met verschillende teamleden. Ook het klimaat op school is verbeterd.

SlimFit is een experiment in het basisonderwijs waar reguliere klassen werden vervangen door ‘units’ van zeventig à negentig leerlingen. Leerkrachten werken in een gedifferentieerd team samen met mensen van binnen en buiten de school. Binnen deze units is het onderwijs groepsoverstijgend georganiseerd. Hoewel het experiment in eerste instantie positieve effecten liet zien op taal en rekenen, bleek het effect op de Cito-scores een jaar na afloop van het experiment negatief te zijn. Waarschijnlijk hebben de extra tijd en aandacht tijdens het experiment de leerresultaten positief beïnvloed.

Meer soft skills

SlimFit maakt het wel mogelijk leerlingen meer maatwerk, betere uitleg en meer gerichte aandacht te geven. Leerlingen leren meer van en met elkaar. Bovendien ervaren ze meer autonomie en worden meer eigenaar van hun eigen leerproces. Daarnaast leren leerlingen samenwerken, ict gebruiken en presenteren. Voorts ontwikkelen zij metacognitieve vaardigheden, zoals leren leren en leren nadenken over het eigen leerproces.
Zowel schoolleiders als leraren zien dat de onderwijskwaliteit verbetert. Doordat er meer handen en ogen zijn in de klas, kan beter worden ingespeeld op de leerbehoefte van individuele leerlingen. Er zijn grote verschillen in opbrengsten tussen scholen die met SlimFit werken, wat een belangrijk punt van aandacht is.

Belangrijke factoren om SlimFit succes te laten hebben, zijn: (school)leiderschap, draagvlak onder de leraren en onderwijsassistenten, en voldoende tijd om het in te voeren. Ook steun vanuit het schoolbestuur is noodzakelijk. Bovendien is kennis en ervaringen delen binnen de school  essentieel.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ina Cijvat (antwoordspecialist) en Ruud van der Aa (kennismakelaar). Hij heeft hiertoe Jo Scheeren (CAOP) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Wat is de invloed van het dagelijks werken met meerdere leraren per groep op de ontwikkeling van jonge leerlingen?
 PO | Schoolorganisatie
Wanneer meerdere professionals zich dagelijks met dezelfde groep leerlingen bezighouden, zoals gebeurt in het unitonderwijs, zijn het werken vanuit een gedeelde visie en een gedeeld pedagogisch beleid essentieel. Vooral het samen betekenis geven aan goed onderwijs, goed leren en goed lesgeven zijn daarbij belangrijke factoren. Welke invloed deze werkwijze heeft op de ontwikkeling van jonge leerlingen van vier tot zes jaar is echter niet bekend.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag