Draagt het verbaal uiten van gevoelens bij aan het welbevinden van leerlingen op de basisschool?

 PO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken

Taalontwikkeling speelt een belangrijke rol in de emotionele ontwikkeling. Hoe taliger kinderen zijn, hoe makkelijker zij hun gevoelens kunnen benoemen en uitleggen. Het is dus essentieel dat kinderen een gevoelswoordenschat opbouwen. Leerlingen die hun ervaren gevoel niet in woorden kunnen omzetten, zullen andere wegen zoeken (slaan, zich terugtrekken) om uitdrukking te geven aan innerlijke onrust. Goede communicatievaardigheden verminderen het risico op emotionele problemen. Over de specifieke invloed van praten over gevoelens op het welbevinden van leerlingen, zijn echter geen onderzoeksresultaten bekend.

Het welbevinden van leerlingen als opbrengst van onderwijs, krijgt pas de laatste jaren aandacht. Langzaam maar zeker komen instrumenten beschikbaar om het welbevinden, en de daaraan bijdragende sociale en emotionele vaardigheden, in kaart te brengen of te beïnvloeden. De emotionele ontwikkeling – het leren omgaan met emoties – van kinderen in de basisschoolleeftijd verloopt stapsgewijs, en met grote individuele verschillen. Een kind leert eerst de eigen emoties te herkennen en uit elkaar te houden. Vooral jonge kinderen verwarren gevoelens als teleurstelling, boosheid en verdriet nog wel eens met elkaar. Kleuters kunnen steeds beter hun emoties herkennen en uit elkaar houden. Vier- en vijfjarigen uiten zich vooral non-verbaal via gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Denk aan kleuters die emoties groots en overdreven uitbeelden, bijvoorbeeld door te juichen met de armen in de lucht of door te stampvoeten bij boosheid of frustratie. Vanaf ongeveer vijf jaar ondersteunen kinderen deze lichaamsuitdrukkingen steeds vaker met woorden: ‘Ik ben boos’. Vanaf groep drie kunnen kinderen uitleggen waarom ze boos of verdrietig zijn. Eerst heel eenvoudig en kort, maar hoe ouder, hoe preciezer. In de middenbouw en bovenbouw laten kinderen zich steeds minder vaak overspoelen door heftige emoties. Ze kunnen gevoelens van frustratie of boosheid tonen met woorden en weten zich in te houden als de situatie dat vereist. Daarnaast kunnen oudere kinderen de complexere gevoelens, zoals schaamte, trots en jaloezie bespreken.

Taalontwikkeling

Het is daarom belangrijk dat kinderen een ‘taal’ leren om over hun gevoelens te praten en denken. Leerlingen die hun gevoel niet kunnen verwoorden, worden bijvoorbeeld agressief of trekken zich terug. Hoe ouder kinderen zijn, hoe meer van ze wordt verwacht dat ze met taal uiting geven aan hoe ze zich voelen. Waar een kleuter nog mag huilen of schoppen als iets hem niet zint of iets niet lukt, vinden we dat bij een kind uit groep 8 ongepast. Kinderen leren het talig uiten van hun emoties van anderen, van hun ouders of op school. Opvoeders die een gesprekje aangaan met het kind dat boos of verdrietig is, leren het kind woorden te geven aan hun emoties. Door regelmatig te praten over gevoelens bouwen kinderen een gevoelswoordenschat op. Hoe meer gevoelswoorden kinderen tot hun beschikking hebben, hoe nauwkeuriger ze kunnen zeggen hoe ze zich voelen. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of een kind kan zeggen: ‘Nee, ik ben niet gewoon boos, ik ben woest’.

Een school kan op verschillende manieren aandacht besteden aan het verwoorden van gevoelens als onderdeel van de emotionele ontwikkeling en het welbevinden van leerlingen. Zo zijn er universele programma’s die zich richten op een breed scala aan sociaal-emotionele vaardigheden. Deze hebben vaak een leerlijn voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Het werken met zo’n schoolbreed sociaal-emotioneel programma heeft een aantal voordelen: het werkt systematisch en planmatig, betrekt alle kinderen uit de klas (niet alleen de kinderen met problemen), het garandeert een doorlopende leerlijn en het verschaft leerkrachten veel werkvormen en materialen die zij anders zelf zouden moeten maken. Het werken met een dergelijk programma – er zijn er tientallen beschikbaar – heeft positieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, zoals op hun zelfcontrole en emotionele vaardigheden. Verder zijn er specifieke programma’s, die zich focussen op deelvaardigheden.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante bronnen:

  • Jonge kinderen uitdagen tot gesprek: praktische handreikingen om met jonge kinderen in gesprek te gaan (Marnix Academie Utrecht).
  • Praat+teken: een methodiek om met kinderen en jongeren in gesprek te gaan, over wat zij denken nodig te hebben om goed te kunnen leren en zich goed te kunnen ontwikkelen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde) en Karin Vander Heyden (Sardes).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Wat zijn effectieve methoden om (migranten)kinderen in het basisonderwijs Nederlands als tweede taal aan te leren? En welke ict-middelen kunnen daarbij helpen?
 PO | Gelijke kansen | ICT | Taal | Vakken
Leerkrachten en ouders kunnen leerlingen die Nederlands als tweede taal leren (NT2) helpen door de ontwikkeling van hun woordenschat in zowel de eerste als tweede taal te ondersteunen. Geanimeerde prentenboeken en digitale taalspelletjes blijken goed te kunnen helpen bij de ontwikkeling van lees- en taalvaardigheden van NT2 leerlingen. Belangrijke criteria bij de keuze van een digitaal leermiddel zijn de motiverende werking, de kwaliteit van het programma en de inhoudelijke aansluiting tussen verschillende informatiebronnen (verbale en non-verbale elementen).
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag