Welke kenmerken van kinderen en van hun thuissituatie dragen bij aan schoolsucces in het voortgezet onderwijs?

 PO | VO | Schoolloopbaan

De cognitieve capaciteiten van leerlingen voorspellen schoolsucces het beste. Daarnaast zijn leerlingkenmerken als metacognitieve vaardigheden, ontwikkelingsfase en leeftijd van invloed op hun schoolloopbaan. Wat ouders hun kinderen meegeven en wat ze doen ter ondersteuning speelt ook een rol bij schoolsucces. Er is echter nog veel onbekend over de precieze invloed van elk van deze factoren. Omdat de factoren samenhangen met elkaar en met cognitie is de invloed van iedere factor op zichzelf moeilijk te bepalen.

Het cognitieve ontwikkelstadium van de leerling is een belangrijke voorspeller van schoolprestaties. Sommige leerlingen die zich wat trager ontwikkelen, hebben aan het begin van het vo de concreet of formeel operationele fase (in staat zijn om abstract te denken) nog niet volledig doorlopen. Leeftijdsverschillen, die in de brugklas behoorlijk uiteen kunnen lopen, verklaren deels verschillen in ontwikkeling van de brugklasleerlingen.

In het voortgezet onderwijs wordt van leerlingen doorgaans meer zelfstandigheid verwacht dan op de basisschool. Het vo doet een groter beroep op zelfsturing en/of metacognitieve vaardigheden als oriënteren, plannen en reguleren. Het beheersen van deze vaardigheden heeft invloed op het schoolsucces. De mate waarin leerlingen zelfsturend kunnen zijn, hangt af van kennis, ervaring en leeftijd.

Intrinsieke motivatie (motivatie die uit jezelf komt) heeft een positieve invloed op schoolprestaties. Andersom geldt dat eerdere schoolprestaties motivatie beïnvloeden. Problematisch bij het bepalen van de invloed van niet-cognitieve factoren is dat zij eerdere resultaten beïnvloeden en er door beïnvloed worden. Bijvoorbeeld: succesvolle prestaties beïnvloeden motivatie en zelfvertrouwen waardoor er vervolgens weer een grotere kans is op succesvolle prestaties. Dit zal in zekere mate gelden voor alle hierboven besproken factoren.

De achtergrond en de rol van ouders

Er is een verband tussen het opleidingsniveau (en de sociaal economische positie) van ouders en de onderwijsuitkomsten van hun kinderen. Hoger opgeleide ouders hebben kennis over de wereld en door deze mee te geven aan hun kinderen beïnvloeden ze hun schoolsucces.

Behalve kennis van ouders is hun betrokkenheid belangrijk. Actieve betrokkenheid bij school – ook en juist door ouders met een lagere sociaal economische positie – bevordert schoolsucces. Wat ouders feitelijk doen (belangstelling tonen, zorgen dat huiswerk gemaakt wordt, et cetera) doet er toe.

Daarnaast dragen problemen thuis vaak bij aan schooluitval en zullen in het algemeen belemmerend zijn voor schoolsucces. Uit een kleine studie bleek het grootste deel van de afstroom van leerlingen is te verklaren door problematiek van de leerling. Het ging daarbij om een complex van motivatieproblemen, gedragsproblematiek, psychische klachten, frequent/langdurig verzuim, faalangst en gecompliceerde thuissituaties.

Het schooladvies

Het is bekend dat het oordeel van de leerkracht bij het schooladvies niet losstaat van vooroordelen of (onbewuste) aannames. Dat oordeel valt vaker negatief uit voor leerlingen uit lagere sociaal economische milieus. Leerkrachten schatten de competenties om ouderbetrokkenheid te tonen van ouders uit de lagere sociaal economische klassen en allochtone ouders te laag in. Door deze misverstanden en het (daardoor) hebben van te lage verwachtingen van bepaalde groepen leerlingen kunnen leraren een (te) laag schooladvies geven.

De gevolgen van een te laag advies zijn groot en de risico’s van een te hoog advies zijn beperkt. Leerlingen die bij twijfel een hoger advies krijgen hebben een behoorlijke kans het geadviseerde niveau te halen. We kunnen dan ook stellen dat per saldo onderadvisering ongunstig is en overadvisering gunstig.

Er zijn dus verschillende belemmerende en bevorderende kenmerken van kinderen en ouders die bijdragen aan schoolsucces. Deze kenmerken hangen onderling samen en ze worden beïnvloed door en dragen bij aan de leerprestaties. Er is onvoldoende bewijs om dit te vertalen naar concrete handelingsadviezen in het geval van twijfel over een schooladvies.

Meer lezen?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante Kennisrotonde antwoorden:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Beekhoven (Kennismakelaar Kennisrotonde) en Puk Witte (Sardes).

Onderwijssector
PO, VO

Vraagsteller
schoolbestuur - onderzoekscoördinator

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag