Wat draagt meer bij aan de ontwikkeling van peuters: een vve-aanbod met gelijkblijvende intensiteit of met toenemende intensiteit?

 VVE | Gelijke kansen

Er is geen onderzoek beschikbaar dat gelijkblijvende intensiteit (in contacturen per week) vergelijkt met toenemende intensiteit. Een startleeftijd vanaf twee jaar voor een vve-programma is gunstig. Een langere loopduur van het programma bevordert de ontwikkeling van jonge kinderen het meest, zowel op de korte als op de lange termijn. Overigens hebben goede pedagogisch medewerkers en een hoge educatieve kwaliteit van het programma meer effect op de opbrengsten van vve dan duur in maanden en aantal uren per week.

Met ingang van 2020 zijn gemeenten verplicht om het voorschoolse educatieve aanbod voor peuters met een risico op een onderwijsachterstand uit te breiden van tien uur per week naar zestien uur. Het wettelijk normaanbod vanaf januari 2020 bedraagt 960 uur in totaal, waarbij alleen de uren van 2,5- tot 4-jarigen meetellen. Gemeenten buigen zich over de vraag welk vve-aanbod het meest bijdraagt aan de ontwikkeling van peuters. Is dat een aanbod met gelijkblijvende intensiteit (zestien uur per week gedurende anderhalf jaar) of een aanbod met toenemende intensiteit (bijvoorbeeld beginnend met elf uur per week voor de jongste peuters en in stappen opbouwen naar bijvoorbeeld 22 uur per week voor de oudste peuters).

Positieve effecten van voorschoolse programma’s

Kinderen van twee jaar verschillen al aanzienlijk van elkaar in taal- en cognitieve vaardigheden. Bij kinderen tussen de drie en vier jaar oud die vve volgen, zijn de onderlinge verschillen kleiner geworden. Dat inhaaleffect is groter voor kinderen die een vve-programma volgen dan voor kinderen die naar een kinderopvang gaan.

Starten met vve op een beginleeftijd van twee tot drie jaar is het voordeligst voor de cognitieve, sociale en taalontwikkeling van kinderen op de korte en op de lange termijn. Een vroege start in educatieve voorzieningen draagt bij aan grotere kansengelijkheid voor vooral kinderen uit migrantengezinnen. Daarnaast blijkt dat starten met vve op een beginleeftijd tussen de twee en drie jaar een positieve relatie heeft met hogere lees- en rekenscores op vijfjarige leeftijd. Verlaging van de leeftijd naar twee jaar waarop kinderen gebruik kunnen maken van vve verkleint de educatieve kloof en zorgt voor een langere vve-looptijd.

Educatieve kwaliteit en interactievaardigheden

De beginleeftijd, de duur en de intensiteit gelden als randvoorwaarden voor het realiseren van positieve effecten. Maar de interactievaardigheden van de pedagogisch medewerkers en de kwaliteit van het programma spelen een grotere rol. De positieve effecten van een vve-programma zijn sterk afhankelijk van de uitvoering en kwaliteit van een vve-programma en niet van de aanwezigheid van een programma alleen.

Waar de gemeenten voor staan…

De mogelijke voordelen van een toenemende intensiteit, dus oplopend aantal uren met de leeftijd, zijn: jongere kinderen worden minder belast en de drempel kan lager zijn voor ouders met jonge peuters. Ook de overgang naar school wordt makkelijker voor de oudere peuters die wennen aan meer uren in een schoolse omgeving.

De nadelen zijn voornamelijk van organisatorische aard. Dan gaat het om toenemende administratieve lasten bij de verantwoording en mogelijk wachtlijsten bij de doorstroom van een leeftijdsgroep naar de volgende leeftijdsgroep.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Eline van Rossum en Elizabeth Wynberg (antwoordspecialisten) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Pauline Slot (Universiteit Utrecht) geconsulteerd.

Onderwijssector
VVE

Vraagsteller
gemeente - beleidsmedewerker of afdelingshoofd

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag