Wat zijn de (leerling)opbrengsten van werken met een weektaak in groep 2?

 PO | Zelfregulerend leren
shutterstock_182289353

Verschillende basisscholen werken met zogenoemde dag- of weektaken bij kleuters. Belangrijke doelen hiervan zijn leren plannen en zelfstandigheid. Het is onduidelijk of de weektaak het meest voor de hand liggende middel is om deze doelen te bereiken. Lector jonge kind Annerieke Boland vindt dat plannen voor een week geen realistisch doel is voor kleuters en dat leren plannen heel goed kan tijdens de speelwerktijd. Ook wordt zelfstandigheid juist tijdens het spelen al enorm geoefend.

Scholen streven verschillende doelen na met de weektaak. Een belangrijk doel is het aanleren van metacognitieve vaardigheden, zoals plannen, ordenen, evalueren, reflecteren en zelfsturend leren. Het gaat vooral om de ontwikkeling van zelfstandigheid van leerlingen, het vergroten van het eigenaarschap van het leerproces en het verantwoordelijkheidsgevoel van leerlingen. Ook wordt in de praktijk het argument genoemd dat kinderen moeten leren dat ze soms iets moeten doen waar ze geen zin in hebben. Naast deze doelen, die met name op het pedagogische vlak liggen, kan het werken met de weektaak ook een organisatorisch doel dienen: in de tijd dat de leerlingen werken aan de weektaak, kan de leerkracht kinderen met extra instructie- en begeleidingsbehoeften ondersteunen.

Zelfstandige kleuters

Kleuters willen zelfstandig zijn en eigen keuzes kunnen maken. Hun cognitieve vaardigheden laten een bepaalde mate van autonomie ook steeds meer toe. Er zijn echter grote verschillen tussen kleuters in de mate van zelfsturing. Tussen de vier en vijf jaar ontwikkelen kinderen zich in de vaardigheid om voor korte tijd gericht met een activiteit bezig te zijn. De tijd waarin ze aandachtig kunnen werken, neemt toe tussen de leeftijd van vijf en zes jaar. Bij kinderen vanaf ongeveer zes jaar is de werkhouding zodanig ontwikkeld dat er gesproken kan worden van planmatig werken.

Een kritische beschouwing

Annerieke Boland, lector jonge kind aan Hogeschool iPabo is kritisch over de inzet van de weektaak bij kleuters. Zij geeft aan dat plannen voor een week geen realistisch doel is voor kleuters. Zij betoogt: “Plannen voor jonge kinderen wordt betekenisvol als het gaat om de tijd die heel nabij is. Maar dan moet er ook iets te plannen zijn, en niet alleen iets te ‘kiezen’, wat meestal het geval is bij een weektaak. Leren plannen kan heel goed in de context van de speelwerktijd. Vooraf bedenken wat je wilt gaan doen, wat je daarvoor nodig hebt en hoe je dat gaat doen, is wel een manier om met jonge kinderen planningsvaardigheden te oefenen. Kinderen gaan zich dan mentale representaties vormen van iets wat ze gaan doen, terwijl ze het nog niet doen.”

Voor het beoogde doel zelfstandig werken is volgens Boland de weektaak eveneens niet het meest geëigende middel. “Wanneer kinderen spelen, is dat een en al oefening in zelfstandig werken. Kleuters zijn vaak veel zelfstandiger dan kinderen in groep 3, omdat ze gewend zijn dat ze hun eigen bezigheden hebben in de speelhoek. Ze moeten veel zelf regelen daarvoor.”

Ook het argument dat kinderen moeten leren soms iets te moeten doen waar ze geen zin in hebben, snijdt volgens Boland geen hout: “Kleuters maken tijdens de dag regelmatig mee dat ze iets moeten wat ze minder leuk vinden. Kinderen op jonge leeftijd aanleren dat ze iets moeten doen omdat de leerkracht dat voor ze heeft bedacht, geeft een boodschap af dat leren op school iets is dat je doet voor de leerkracht. Het zet in op extrinsieke motivatie en niet op intrinsieke motivatie. Als dat een ‘opbrengst’ zou zijn van werken met een weekplanning, is dat in mijn ogen pedagogisch gezien onwenselijk.”

Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Dr. A. Boland (Hogeschool iPabo) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Is het wenselijk om in klas 1 en 2 van het basisonderwijs Engels aan te bieden aan kinderen met een achterstand in het Nederlands?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Er is niet veel onderzoek gedaan naar het gelijktijdig leren van drie talen op Nederlandse scholen. De weinige resultaten die voorhanden zijn, wijzen erop dat het leren van Engels geen negatieve invloed heeft op het leren van het Nederlands. Deze resultaten komen overeen met resultaten uit internationaal onderzoek over meertaligheid en het leren van een derde taal.
Lees verder
Wat is het effect van de vroege doorstroom door de 1 januari grens van leerlingen naar groep 3 voor hun schoolloopbaan?
 PO | Schoolloopbaan
Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag