Hoe zit het met de relatie tussen de door mbo-docenten ervaren hoge werkdruk en het bieden van kwalitatief goed onderwijs?

 MBO | Werkdruk

Zo’n driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs ervaart een hoge werkdruk. In hoeverre dit het geven van goed onderwijs en de leerprestaties van studenten hindert, is in het mbo niet onderzocht. Uit andere onderwijssectoren zijn er wel aanwijzingen dat er een indirecte relatie is tussen de door docenten ervaren werkdruk en leerlingprestaties. Een ervaren hoge werkdruk leidt tot stressverschijnselen of burn-out, die op hun beurt de motivatie van de docent en de ervaren competenties negatief kunnen beïnvloeden. Dit kan vervolgens negatief uitwerken op de motivatie van leerlingen en hun leerprestaties.

Werkdruk heeft te maken met de balans tussen de eisen die het werk stelt aan een werknemer en zijn mogelijkheden om dat werk goed uit te voeren. Wanneer een werknemer lange tijd zijn werk niet afkrijgt of de gewenste kwaliteit niet kan leveren, én hij hier zelf niets aan kan veranderen, spreken we van een disbalans. Houdt die disbalans langere tijd aan, dan kan dit leiden tot stressklachten. De oorzaken daarvan kunnen zowel liggen in de inhoud en organisatie van het werk, als bij het individu.

Motivatie en stress

Om de relatie tussen ervaren werkdruk en werkprestatie inzichtelijk te maken, wordt veel gebruik gemaakt van het Job Demands Resources model (JD-R model). Het model veronderstelt dat hoge werkeisen leiden tot stressreacties en ongezondheid (het uitputtingsproces), terwijl het beschikken over veel energiebronnen leidt tot hogere motivatie en productiviteit (het motivationele proces). Gemotiveerde werknemers zijn doelgericht en gefocust en zij hebben het enthousiasme en de energie om goed te presteren. Werknemers die kampen met uitputtingsverschijnselen en gezondheidsklachten hebben onvoldoende energiebronnen om hun werk goed te kunnen uitvoeren. Wanneer werknemers geen of weinig energiebronnen tot hun beschikking hebben, kunnen werkeisen leiden tot emotionele uitputting en burn-out. Meer autonomie, als energiebron, kan deze emotionele uitputting verminderen.

Ongeveer driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) ervaart een hoge werkdruk. Die docenten geven aan dat ze niet genoeg tijd hebben om taken goed uit te voeren, vooral als er problemen zijn met studenten. Ook zeggen mbo-docenten te weinig ruimte te hebben voor innovatie en opvang van tijdelijk uitgevallen collega’s. Verder constateren ze onhandige roosters en een tekort aan voorzieningen en materiaal.

In hoeverre de werkdruk onder docenten in een directe relatie gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs is niet onderzocht; niet in het mbo en niet in andere sectoren. Het JD-R model veronderstelt dat de relatie tussen werkdruk en werkprestaties indirect verloopt via werkstress. Over deze relatie is in het onderwijs weinig onderzoek gedaan. Wel is er in het primair onderwijs een relatie gevonden tussen werkdruk en burn-out bij leerkrachten, wat een indirect negatief effect op leerresultaten van leerlingen kan betekenen. Hierbij zijn kwaliteit van leraren en motivatie van leerlingen de mediërende factoren. Emotionele uitputting en vervreemding kunnen ervoor zorgen dat docenten minder goed functioneren en minder enthousiast zijn. Hierdoor kunnen leerlingen op hun beurt minder gemotiveerd raken voor school, wat effect heeft op hun schoolresultaten. In de klassen met de meest gestreste leraren die burn-outverschijnselen hebben en over weinig copingmechanismen beschikken, zijn leerlingen minder geconcentreerd en hulpvaardig en vertonen ze meer verstorend gedrag.

Vergelijking met andere beroepen

Hoge werkdruk komt vaak voor in contactuele beroepen. Naast docenten zijn dat bijvoorbeeld politieagenten, maatschappelijk werkers en zorgprofessionals. Zij ervaren het vaakst een hoge werkdruk, en de ervaren werkdruk is onder onderwijspersoneel iets hoger dan onder zorgpersoneel. Van de werkdruk bij verpleegkundigen is bekend dat deze direct samenhangt met de kwaliteit van zorg voor patiënten. Door de hoge taakeisen kunnen de verpleegkundigen niet al hun taken uitvoeren, met als gevolg dat de kwaliteit van zorg aan patiënten vermindert. Uit onderzoek onder dienstverlenende medewerkers in het bedrijfsleven en de horeca komt naar voren dat veel verstoringen in het werk leiden tot een grotere kans om een cynische werkhouding te ontwikkelen. Dit gaat gepaard met negatieve acties naar klanten, zoals een gespannen houding en onvriendelijkheid. Dat leidt tot een lagere tevredenheid over de dienstverlening.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Devorah van den berg (CAOP)en Ruud van der Aa en Niek van den Berg (kennismakelaars Kennisrotonde.

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag