Wat is voor zwakke lezers effectiever voor goede resultaten op de Drie-Minuten-Toets: flitsen van woorden of lezen van teksten?

 PO

Het herhaald oefenen van woorden bevordert het leestempo en de accuratesse van de desbetreffende woorden. Zwakke lezers krijgen op die manier sterkere woordrepresentaties. De transfer naar nieuwe woorden is niet vanzelfsprekend. Oefening op woordniveau leidt tot sneller lezen bij een woordleestaak, dan oefening op tekstniveau. Andersom, leerlingen die op tekstniveau oefenen, lezen vervolgens teksten sneller dan leerlingen die losse woorden oefenen. Leesvaardigheid lijkt daarom het meest gebaat bij een combinatie: oefenen op woord- en op tekstniveau.

De Drie-Minuten-Toets is een test waarin een leerling zo goed en zo snel mogelijk losse woordjes hardop leest. Als leerkrachten deze toets gedurende de basisschoolperiode regelmatig gebruiken, brengt de toets zowel het vaardigheidsniveau als de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van technisch lezen in kaart.

Het belang van instructie

Voor het automatiseren van woordherkenning na het aanvankelijk leesproces hebben leerlingen duidelijke instructie en voldoende oefening nodig. Instructie in de opbouw en structuur van woorden en oefening op woord-, zins- en tekstniveau. Het herhaald lezen van woorden en woordstructuren is een effectieve werkwijze. Op die manier bouwen leerlingen woordrepresentaties op.

Als een leerling leesproblemen heeft, is het belangrijk dat de leerkracht de instructie en begeleiding intensiveert. Bij een grote achterstand kan hij een leesinterventie aanbieden. Een van de mogelijkheden om het leestempo bij leerlingen te verhogen, is het flitsen van woorden.

Flits-instructie

Flitsen houdt in dat letters, woorden of zinnen één voor één kort worden getoond. Leerlingen lezen vervolgens het aangebodene zo snel mogelijk voor, of schrijven het op. Het doel hiervan is om het lezen te automatiseren en daarmee het leestempo te verhogen. Als een computer de woorden aanbiedt, kan de flitstijd makkelijk aangepast worden aan het vaardigheidsniveau van de leerling. Over de effectiviteit van flitsen bestaat overigens geen eenduidigheid. Wel lijkt het herhaald lezen van woorden bij te dragen aan de leesvaardigheid.

Doorgaans flitsen leerlingen met nieuwe of relatief moeilijke woorden. Alternatieve vormen van flitsen wisselen die woorden af met bekende woorden, afgestemd op het leesniveau van de leerling. Bij het voortgezet technisch lezen kunnen leerlingen het beste flitsen met korte woorden waarmee ze moeite hebben. Dit verbetert ook de leesvaardigheid bij langere woorden die niet geoefend zijn. Oftewel: het oefenen van de korte woorden zorgt voor transfer.

Tekst-instructie

Een leerkracht kan het automatiseren van woordherkenning ook bevorderen door leerlingen teksten te laten lezen. Goede, gemiddelde en zwakke lezers in groep 5 lezen bij een woordleestaak de getrainde woorden uit de tekst beter en sneller dan de controlewoorden, en beter en sneller dan de leerlingen die met losse woorden hadden geoefend. Op langere termijn vallen de positieve resultaten voor accuratesse bij de groep zwakke lezers weg. Woorden oefenen in tekstverband of los maakt voor zwakke lezers dan niet meer uit. Dat houdt in dat zwakke lezers die losse woorden oefenen relatief meer getrainde woorden onthouden.

Dan is er nog een verschil in leestempo. De groep leerlingen die losse woorden oefende, leest tijdens de test de losse woorden sneller dan de groep tekstgetrainde leerlingen. Als de test echter bestaat uit het lezen van een tekst – zoals bij de avi-toetsen – boeken leerlingen die hebben geoefend met teksten meer winst in snelheid.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Esther Steenbeek-Planting (Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour) en Femke Scheltinga (ITTA) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - IB'er

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag