Zorgt een brede brugklas voor een effectieve selectie?

 VO | Gelijke kansen
Nederland. Amsterdam, 05-03-2014. Photo: Patrick Post. Leerlingen van de Brede brugklas van de Open Scholengemeenschap Bijlmer (OSB) volgen een les aardrijkskunde gegevens door onderwijzeres Marije Ebbens.
Beeld: Patrick Post | Hollandse Hoogte

Iedere middelbare schoolcarrière begint in de brugklas. Die brugklas kan nogal verschillen van opzet: van een eerste klas met alleen gymnasiasten tot een driejarige brugperiode met leerlingen van vmbo tot en met vwo-niveau. Draagt een brede brugklas bij aan de plaatsing van leerlingen op het niveau dat het beste past bij hun capaciteiten? Ja, uit onderzoek is gebleken dat een heterogene brugklas het beste werkt voor leerlingen die zich in zo’n brugklas kunnen optrekken aan klasgenoten met een hoger niveau. Vooral de dakpan-brugklas met een combinatie van twee schooltypen levert voordelen op voor deze leerlingen. Het is echter niet zo dat geldt ‘hoe breder, hoe beter’. En leerlingen die al op het hoogste niveau presteren (vwo), ontwikkelen zich het beste in een groep met andere hoog presterende leerlingen zoals in een categoriale brugklas.

Het Nederlands voortgezet onderwijs kent verschillende soorten brugklassen, van ‘smal’ (homogeen) tot ‘breed’ (heterogeen), met een duur van één, twee of zelfs drie jaar. We onderscheiden: 1) de categoriale brugklas met één schooltype, bijvoorbeeld vmbo-tl of gymnasium; 2) de dakpan-brugklas met een combinatie van twee schooltypen, bijvoorbeeld vmbo-tl/havo of havo/vwo, en 3) de brede brugklas met een combinatie van drie of meer schooltypen, bijvoorbeeld de vier leerwegen van het vmbo of vmbo-tl/havo/vwo. De vraag is nu wat de invloed is van de inrichting van de brugklas: Is het waar dat brede brugklassen bijdragen aan de plaatsing van leerlingen op het opleidingsniveau dat het beste past bij hun capaciteiten?

Dakpan-brugklas biedt voordelen

Er zijn sterke aanwijzingen dat een dakpan-brugklas voordelen oplevert voor bepaalde leerlingen: leerlingen met een vmbo-tl-advies hebben een grotere kans hun diploma te behalen als zij in een vmbo-tl/havo brugklas beginnen, dan wanneer zij op een categoriale vmbo-tl starten. Hetzelfde geldt voor leerlingen met havo-advies in een havo/vwo-brugklas. Internationaal onderzoek laat zien dat vooral de leerlingen van ouders met een laag opleidingsniveau profiteren van latere selectie. Vertaald naar de Nederlandse context: plaatsing in een heterogene brugklas vergroot hun kansen op een succesvolle schoolloopbaan.

Het verklarend mechanisme hierachter is het ‘peer’-effect: de invloed van het niveau van medeleerlingen op de prestaties van een individuele leerling. In een vmbo-tl/havo-brugklas trekken de leerlingen met vmbo-tl-advies zich op aan de havo-leerlingen, zoals havo-leerlingen zich in een havo/vwo-brugklas optrekken aan vwo-leerlingen.

Voor plaatsing van leerlingen met een havo-advies in een vmbo-tl/havo-brugklas werden geen nadelige gevolgen gevonden. Anders ligt het bij leerlingen met een vwo-advies. Hun schoolloopbaan verloopt gemiddeld succesvoller wanneer zij starten in een categoriale brugklas; zij kunnen zich hierin optrekken aan de ‘betere’ vwo’ers. In een dakpanklas havo/vwo zijn daarvoor minder kansen.

Meer weten?

Lees hier het volledige rapport Effecten van brede brugklassen, inclusief geraadpleegde bronnen, naar aanleiding van de vraag.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sanne Kruijer en Anne Luc van der Vegt.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
Ministerie van OCW - beleidsmedewerker of afdelingshoofd

Gerelateerde vragen:

Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?
 VO | Differentiatie
Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen en bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen centraal. Van belang is het werken met kleine groepen. Docenten moeten de niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij helpen. Vooral laag presterende leerlingen lijken te profiteren van het werken in heterogene groepen.
Lees verder
Draagt een later keuzemoment voor het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld op 14-jarige leeftijd, bij aan het schoolsucces van vooral leerlingen uit achterstandssituaties?
 PO | VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan
Leerlingen worden in Nederland op 12-jarige leeftijd geselecteerd in verschillende onderwijsniveaus, terwijl dat in veel andere landen pas op 14-16 jarige leeftijd gebeurt. Onderzoek wijst uit dat een vroege selectie met name negatieve effecten heeft voor leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus en leerlingen met een migrantenachtergrond. Vroege selectie vergroot de leerprestatieverschillen tussen leerlingen en werkt daarmee ongelijkheid in de hand. Daarnaast zijn er negatieve gevolgen voor de (school)loopbaan. Vroege selectie heeft echter positieve gevolgen voor leerlingen in de hogere niveaus, omdat ze eerder onderwijs genieten dat beter op hun niveau aansluit.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag