Kinderen met Downsyndroom niet vaker naar speciaal onderwijs

Sinds de invoering van passend onderwijs gaan kinderen met Downsyndroom niet vaker naar het speciaal onderwijs dan daarvoor. De kinderen die naar het regulier onderwijs gaan, verblijven daar nu iets langer. De mate van tevredenheid over het onderwijs is bij ouders na de invoering van passend onderwijs gelijk gebleven.

Voor de signalen dat het sinds de invoering van passend onderwijs moeilijker zou zijn om kinderen met Downsyndroom in het regulier onderwijs te plaatsen of te houden, hebben onderzoekers die de landelijke evaluatie passend onderwijs uitvoeren geen aanwijzingen gevonden. Zij hebben onder meer de aanmeldingen en schoolloopbanen van kinderen met Downsyndroom in het primair onderwijs over de afgelopen tien jaar bestudeerd. Conclusie: “Noch met betrekking tot het aantal aanmeldingen, noch met betrekking tot de instroomleeftijd, noch met betrekking tot het aantal kinderen dat niet naar school gaat is er een verband te zien met de invoering van passend onderwijs in 2014/15.”

Zelfde patronen

Van de kinderen die op 4- of 5-jarige leeftijd naar school gaan, start gemiddeld 62,1 procent in het reguliere basisonderwijs. De overige kinderen gaan naar het speciaal onderwijs. Slechts een enkel kind met Downsyndroom gaat naar het speciaal basisonderwijs. De invoering van passend onderwijs laat in dit patroon geen verandering zien. Conclusie: “De veronderstelling dat scholen voor regulier onderwijs sinds passend onderwijs terughoudender zouden zijn bij het aannemen van kinderen met Downsyndroom zien we dus niet bevestigd.”
Gedurende de basisschoolperiode wisselt gemiddeld per schooljaar 11,8 procent van de kinderen van regulier naar speciaal onderwijs. Sinds de invoering van passend onderwijs is deze doorstroom gedaald van 12,6 naar 11,0 procent. Conclusie: “Het is dus ook niet zo dat na de invoering van passend onderwijs scholen voor regulier onderwijs kinderen met Downsyndroom vaker of vroeger tussentijds doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Deze kinderen blijven juist wat vaker in het regulier onderwijs, al is het verschil klein.” Uiteindelijk maakt bijna een vijfde van de kinderen met Downsyndroom de reguliere basisschool helemaal af.

Tevredenheid ouders

Ouders kiezen voor regulier onderwijs omdat ze vinden dat hun kind daar het meeste kan leren en het beste wordt voorbereid op een plek in de maatschappij. Ouders die bewust hebben gekozen voor het speciaal onderwijs, doen dit vanwege de benodigde expertise en voorzieningen voor hun kind. Over het algemeen zijn ouders tevreden over het onderwijs dat hun kind krijgt.
Ouders van kinderen in het voortgezet speciaal onderwijs zijn iets minder tevreden dan ouders van kinderen in het reguliere basisonderwijs en speciaal onderwijs. Het gaat dan om de informatievoorziening door de school, de relatie met de school en over de ontwikkeling van hun kind. Zo vinden ouders van kinderen in het voortgezet speciaal onderwijs dat er meer aandacht nodig is voor de cognitieve ontwikkeling van hun kind, en vindt een kwart van de ouders het onderwijsaanbod voor hun kind niet passend genoeg.

Het onderzoek is op 25 juni 2018 door de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media aangeboden aan de Tweede Kamer bij de Kamerbrief en twaalfde voortgangsrapportage.

Koopman, P.N.J., Eck, P. van, & Boer, A. de., m.m.v. Bomhof, M., Exalto, R., Graaf, G. de, Ledoux, G. Kinderen met Downsyndroom in het onderwijs. Periode 2008/09 – 2017/18. Utrecht: Oberon, Amsterdam: Kohnstamm Instituut. (Rapport 997, projectnummer 20689.13).
Dit is publicatie nr. 42 in de reeks Evaluatie Passend Onderwijs.

Meer informatie