Kunstzinnige oriëntatie in het primair onderwijs gepeild

De Inspectie van het Onderwijs publiceerde op 27 maart 2017 als onderdeel van Peil.Onderwijs het peilingsonderzoek Kunstzinnige oriëntatie. Er is aandacht voor het onderwijsaanbod en de resultaten van leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs. De inspectie wil hiermee input geven voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs.

Waar mogelijk is in de rapportage een vergelijking gemaakt met eerder onderzoek in 1996/1997. Ook is er gesproken met een focusgroep van professionals uit het inhoudsgebied over het onderwijs in de kunstzinnige vakken en er is een video gemaakt met verhalen uit de praktijk.

Met het aanbod in beeldende kunst, muziek, drama, dans en cultureel erfgoed krijgen kinderen een breed scala aan mogelijkheden aangereikt voor de ontwikkeling van uiteenlopende vaardigheden en kennis. Ze leren niet alleen spelen, verbeelden en hun zintuigen gebruiken, maar ook communiceren en samenwerken.

Enkele opvallende resultaten:

  • Gemiddeld besteden basisscholen tussen groep 3 en groep 8 anderhalf uur per week aan Kunstzinnige oriëntatie. De meeste tijd gaat naar de discipline beeldende vorming (65 minuten per week).
  • Op driekwart van de scholen is er een interne cultuurcoördinator; 25% van de scholen heeft een vakleerkracht voor één of meer van de disciplines Kunstzinnige oriëntatie.
  • De resultaten van het onderwijs lopen sterk uiteen en blijken voor een belangrijk deel afhankelijk van de aandacht die er bij de leerlingen thuis is voor kunst en cultuur.

Peil.Onderwijs is onderdeel van de stelselmonitoring door de inspectie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De inspectie zet daarmee de PPON-peilingsonderzoeken voort die werden uitgevoerd door Cito. Bij komende peilingen verkent de inspectie de verrijking van de peilingsonderzoeken met data die tijdens schoolbezoeken wordt verzameld.