Internaliserend gedrag

Zitten er kinderen in je klas die depressief, angstig of teruggetrokken zijn? Soms weet je dit, maar lang niet altijd. Deze vormen van ‘internaliserend’ gedrag zijn namelijk moeilijker te herkennen dan ‘externaliserend’ gedrag zoals boosheid of agressie. Het is dus goed om er extra alert op te zijn.

Als je als leraar internaliserend gedrag bij een leerling herkent, ga dan met het kind in gesprek. Leg uit dat het helpt om gevoelens en emoties te delen. Neem in het gesprek een vriendelijke, begripvolle en geduldige houding aan.

Maak professionele hulp toegankelijk

Voor kinderen met internaliserend gedrag is het goed als professionele hulp op school beschikbaar is. De professional kan dan samen met de leerling op zoek naar de oorzaak en passende hulp bieden. Het is belangrijk dat kinderen een positief beeld hebben van de hulpverleners. Wat daarbij helpt is als het zorgteam bij klassen langsgaat, zich voorstelt en uitlegt wat het doet. Zorg ook dat leerlingen precies weten waar ze terechtkunnen.

Garandeer onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid

Hulpverleners op school moeten onafhankelijk zijn en vertrouwelijk omgaan met informatie die het kind geeft. Kinderen zijn namelijk vaak terughoudend met hulp zoeken omdat ze bang zijn voor de gevolgen. Ze willen bijvoorbeeld niet worden afgewezen door klasgenoten en ze willen hun ouders niet teleurstellen. Communiceer duidelijk dat hulpverleners informatie niet doorgeven en dat een kind dat hulp zoekt niet anders wordt behandeld.

Geef het kind de regie

Uit onderzoek blijkt dat het goed is als kinderen zelf de regie hebben over de ondersteuning. Laat kinderen dus het tempo, de tijd en de locatie van de ondersteuning bepalen. Betrek ouders ook alleen in overleg met het kind.

Leren van Gedrag