Mbo gematigd positief over invoering van doelmatige leerwegen en voorbereiding herziening kwalificatiestructuur

Meting 2018 2B-MBO | september 2018

De implementatie van de beleidswijzigingen vraagt veel van het organisatievermogen van de mbo-instellingen maar lijkt succesvol te verlopen. Instellingen en opleidingen ervaren deels positieve ontwikkelingen, zoals een betere doorstroom naar mbo-2, een betere toeleiding naar de arbeidsmarkt van studenten zonder startkwalificatie en een beter inzicht in de studievoortgang van studenten. Deze ontwikkelingen zijn op dit moment echter (nog) niet één op één toe te schrijven aan de afzonderlijke (sub)maatregelen.

In de meest recente jaarrapportages van het onderzoek, uitgevoerd door Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt (KBA) Nijmegen en ResearchNed, is in kaart gebracht hoe de maatregelen zijn geïmplementeerd in het mbo, en wat de verwachte en bereikte effecten daarvan op dit moment zijn.

Doelmatige leerwegen

De beleidswijziging doelmatige leerwegen is in het schooljaar 2014/2015 ingevoerd met als voornaamste doel de doorstroom binnen het mbo te versnellen, door onder andere studenten aan de start op het goede niveau te plaatsen en de opleidingen aantrekkelijker te maken. Maatregelen die daarbij horen, zijn het verkorten en intensiveren van opleidingen, het verdwijnen van de drempelloze instroom op niveau 2, de invoering van de entreeopleiding en de aanpassing van de bekostiging. Met het afschaffen van de cascadebekostiging per 1 januari 2019 verschuift de focus van efficiëntie en doelmatige leerwegen naar kansengelijkheid voor alle typen studenten om in eigen tempo een mbo-diploma te behalen.

Verwachte effecten

Hoewel men op verschillende niveaus signaleert dat de onderwijskwaliteit verbeterd is en de uitval afneemt, is niet duidelijk in hoeverre dit nu direct het gevolg is van de maatregelen uit de wet doelmatige leerwegen. Zo lijkt er door de maatregel intensiveren en verkorten sprake te zijn van een verhoogde onderwijskwaliteit, maar dit kan ook samenhangen met andere maatregelen. Verder blijkt er nog geen verband tussen de invoering van entreeopleidingen en het terugdringen van eerstejaarsuitval, ook al is er een gestage afname van uitval en vsv uit deze opleidingen. Instellingen en opleidingen geven zelf in een aantal gevallen aan positieve effecten te merken van de onderzochte maatregelen. De invoering van de entreeopleiding heeft in de ervaringen van de opleidingen zelf tot nu toe geleid tot een betere doorstroom naar mbo-2, een betere toeleiding naar de arbeidsmarkt van studenten zonder startkwalificatie en een beter van de studievoortgang van studenten. In de komende jaren kunnen de verwachte effecten van de maatregelen verder worden onderzocht.

Herziening kwalificatiestructuur

De herziening van de kwalificatiestructuur (HKS) kent twee maatregelen: de herziene kwalificatiedossiers en de invoering van de keuzedelen. De HKS is in schooljaar 2016/2017 ingevoerd, vooral om de aansluiting op de arbeidsmarkt en het hbo te verbeteren. Daartoe is onder andere het aantal opleidingen en kwalificatiedossiers verminderd, voor een helder opleidingsaanbod en een doelmatige inrichting daarvan. Uit het onderzoek blijkt dat hoewel het aantal aangeboden kwalificaties en kwalificatiedossiers op landelijk niveau daalt, het aantal kwalificaties bij de sector zorg en welzijn juist toeneemt. Verder verschilt de impact van de HKS per instelling.

Onderwijsvernieuwing

De meest in het oog springende wijziging in de HKS is de nieuwe opbouw van het kwalificatiedossier met een basisdeel en profieldelen, en de invoering van keuzedelen. Door de herziene kwalificatiedossiers is bij acht van de tien instellingen sprake van onderwijsvernieuwing. De meeste instellingen zien echter geen relatie tussen de clustering van opleidingen en een hogere onderwijskwaliteit.

De invoering van de keuzedelen is een complexe operatie die een groot beslag legt op de organisatie. Knelpunten die al naar voren kwamen bij de voorbereiding op de invoering en ook in de implementatiefase veelvuldig door mbo-scholen worden genoemd, hebben betrekking op de organisatie (logistiek, beschikbaarheid van docenten, programmering van onderwijstijd, administratieve verwerking), de beschikbaarheid van les- en examenmateriaal en de invulling van keuzedelen in de BBL. Vanwege de grote impact op de organisatie en de ervaren knelpunten zijn de mbo-instellingen voorzichtig begonnen met het aanbieden van keuzedelen. De intentie is de komende jaren de keuzevrijheid van studenten te vergroten en meer verdiepende en verbredende keuzedelen te programmeren. Over de hele linie zien mbo-scholen de potentie van keuzedelen om beter in te spelen op de arbeidsmarktbehoefte in de regio.

Ontwikkelslag en onrust

De verandermoeheid die vorig jaar werd geconstateerd op het uitvoerende niveau is ook nu terug te zien in een lager draagvlak bij docenten, studenten en bedrijven. Het draagvlak op bestuurlijk niveau is onveranderd hoog. Bij de meeste opleidingen heeft de HKS geleid tot de ontwikkeling van nieuw les- en examenmateriaal. Een groot deel van de opleidingen is in schooljaar 2016/17 nog druk bezig met deze ontwikkelslag. Dit zorgt tijdens het eerste schooljaar van uitvoering van de herziening nog voor veel onrust en (werk)druk bij de opleidingsteams.

Verwachte effecten

Over het effect van de invoering van de HKS (exclusief de keuzedelen) zijn de verwachtingen vrij gematigd. Van de invoering van de keuzedelen worden in het algemeen meer positieve effecten verwacht. Vooral voorzien mbo-instellingen positieve effecten van keuzedelen ten aanzien van de aansluiting op vervolgonderwijs, de tevredenheid van studenten en de aansluiting op de dynamiek van de arbeidsmarkt. Als deze verwachtingen uitkomen, zijn de vooruitzichten voor het realiseren van de beoogde effecten van de beleidsmaatregelen gunstig.

Ook het aanvullende onderzoek: experiment ‘gecombineerde leerwegen bol/bbl’ heeft een nieuwe tussenrapportage opgeleverd:

Deze publicaties maken deel uit van het onderzoeksprogramma Evaluatie van twee beleidsinterventies in het MBO: inwerkingtreding wet ‘Doelmatige Leerwegen’ en herziening kwalificatiestructuur, gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).