Wiskundige denkactiviteit in wiskunde op havo en vwo

Projectnummer
405-14-502
Titel
Wiskundige denkactiviteit in praktijk
Programma
Looptijd
1-8-2014 t/m 30-9-2015
Onderwijssector
vo
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - rekenen en wiskunde, Onderwijsontwerp en curriculumontwikkeling
Status
Afgerond

Docent van cruciaal belang voor het wiskundig denken van leerlingen

De wiskundedocent is de cruciale factor die maakt dat leerlingen leren wiskundig te denken. Dat is de hoofdconclusie van het praktijkonderzoek “Wiskundige
denkactiviteit in praktijk”, dat een consortium onder leiding van het Freudenthal Instituut heeft uitgevoerd in het kader van het programma praktijkonderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Wiskundig denken staat sterk in de belangstelling. Het is een van de kerndoelen van wiskundeonderwijs dat leerlingen leren om problemen op te lossen en analytisch te denken. Dat is niet alleen van belang voor vervolgonderwijs of beroepspraktijk, maar ook voor het functioneren in de samenleving in het algemeen. Daarom is wiskundig denken een van de gezichtsbepalende onderdelen van de nieuwe wiskundecurricula voor havo en vwo, die in 2015 zijn ingevoerd in klas 4. Maar hoe realiseren we dit in de praktijk van het wiskundeonderwijs?

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, hebben zes docenten van drie VOscholen in samenwerking met Freudenthal Instituut en Cito een aantal denkactiverende wiskundeopgaven bedacht, soms hele originele, maar soms ook eenvoudige aanpassingen van bestaande opgaven uit de schoolboeken.
Vervolgens zijn deze opgaven in de klas uitgeprobeerd. Daarbij is door de docenten vooral aandacht besteed aan didactische methoden en werkvormen in de klas om het denken van leerlingen te activeren. Door middel van zelfrapportages, observaties en onderlinge gesprekken is op deze werkwijzen gereflecteerd.

De conclusie van het onderzoek is dat de rol van de docent en de manier waarop hij of zij een opgave aan de orde stelt de belangrijkste factoren zijn om leerlingen aan het denken te zetten. Een docent kan veel bijdragen aan een denkactieve houding bij leerlingen. Dit kan door geïnteresseerd te luisteren naar de leerling, met hem meedenken, prikkelende vragen stellen, en laten merken zelf enthousiast te zijn over het oplossen van wiskundige problemen. Zoals een van de betrokken docenten opmerkte “is het een kwestie van een tweede natuur” om als docent steeds kansen te zien voor denkactiverende vragen en die te benutten. Groepswerk, bijvoorbeeld in groepjes van drie leerlingen, biedt goede kansen. Maar ook klassikale gesprekken rond de verschillende manieren waarop leerlingen een probleem hebben aangepakt kunnen leiden tot wiskundig denken.

Natuurlijk speelt de geschiktheid van de opgave ook een rol. Soms kunnen eenvoudige ingrepen een opgave prikkelender en interessanter maken voor leerlingen. Denk aan het weglaten van een gegeven of aan het opener formuleren van een probleem door bijvoorbeeld het weglaten van voorgeschreven tussenstappen. Ook op dit punt verklaren de deelnemende docenten alerter te zijn geworden. Als een dergelijke alertheid eenmaal is ontwikkeld, blijkt de tijd die nodig is om aandacht te besteden aan wiskundig denken zowel in de les als in de voorbereiding beperkt te zijn.

Samengevat bieden de resultaten van het onderzoek,  vormgegeven in een handreiking voor docenten, een aantal videoclips en een collectie opgaven, concrete aanknopingspunten voor de professionalisering van zittende docenten en de opleiding van nieuwe leraren.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. P.H.M. Drijvers
Universiteit Utrecht
Relevante link(s)

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl