Kortetermijnevaluatie Bureaucratie en oudertevredenheid: nulmeting passend onderwijs

Projectnummer
405-14-751
Titel
Nulmeting bureaucratie, oudertevredenheid passend onderwijs en 1-meting bureaucratie.
Programma
Looptijd
1-10-2014 t/m 1-12-2015
Onderwijssector
po, vo
Thema
Differentiatie en omgaan met verschillen, Organisatie en management
Status
Afgerond


Deelproject 1: Verschillen in bureaucratie rond leerlingenzorg

​​In elk geval vóór de invoering van Passend Onderwijs waren er grote verschillen in de mate waarin docenten, intern begeleiders en ouders de procedures rond zorgleerlingen als bureaucratisch ervoeren. Dit stellen onderzoekers van het Kohnstamm Instituut op basis van een nulmeting naar feitelijke en ervaren bureaucratie in de periode vóór augustus 2014.

Het terugdringen van bureaucratie rond leerlingenzorg is een van de doelstellingen van Passend Onderwijs. Het Kohnstamm Instituut en SEO Economisch Onderzoek hebben daarom met NRO-financiering onderzocht hoe het gesteld was met de bureaucratie voorafgaand aan de invoering van Passend Onderwijs. Daarbij is zowel gekeken naar de feitelijke bureaucratie als naar de bureaucratie zoals docenten, intern begeleiders en ouders die ervaren. Deze nulmeting vormt de basis voor een langetermijnevaluatie tot en met 2020 die ook via het NRO verloopt.

Feitelijke bureaucratie

Om de feitelijke bureaucratie te meten hebben de onderzoekers de overhead bepaald bij samenwerkingsverbanden en regionale expertisecentra tijdens de situatie vóór de invoering van Passend Onderwijs. Onder overhead worden alle kosten verstaan die niet direct aan de leerlingenzorg ten goede komen, bijvoorbeeld de kosten van de organisatie van een diagnosestelling of van het verwerken van aanvragen. Niet bij alle samenwerkingsverbanden en expertisecentra was voldoende informatie beschikbaar om de overhead te kunnen berekenen, maar bij een aantal samenwerkingsverbanden was dit wel mogelijk. Hiervoor is op basis van gegevens uit onder meer jaarverslagen, begrotingen, zorgplannen en gesprekken vastgesteld dat de overheadkosten in de periode voorafgaand aan passend onderwijs lagen tussen de 10 en 25 procent van het totale budget.

Ervaren bureaucratie op scholen

De onderzoekers keken ook naar hoe de bureaucratie rond leerlingenzorg werd ervaren op scholen in het schooljaar 2013-2014, dus vóór de invoering van passend onderwijs. Bureaucratie is daarbij opgevat als het geheel van administratieve en overlegtaken rond leerlingenzorg. Daarvoor is een online vragenlijst ontwikkeld voor docenten en intern begeleiders in het (gewoon en speciaal) basisonderwijs en voor docenten, mentoren en zorgcoördinatoren in het voortgezet onderwijs. Uit de resultaten blijkt dat de deelnemers aan het onderzoek over het algemeen de administratie en het overleg rond leerlingenzorg weliswaar tijdrovend vonden, maar ook nuttig. Gesprekken met ouders springen er zelfs uit als ‘zeer nuttig’.
Wel zijn er grote verschillen. Sommige deelnemers ervoeren wel degelijk veel bureaucratie bij hun taken rond leerlingenzorg. Uit het onderzoek komt naar voren dat men minder last had van bureaucratie naarmate er minder externe druk was en men meer het gevoel had zelf zeggenschap te hebben over de uit te voeren taken en voldoende deskundig te zijn. Belangrijkste bron van ergernis was de grote hoeveelheid papierwerk: veel lange formulieren met zich herhalende vragen waarop in te veel detail moest worden geantwoord.

Ervaren bureaucratie bij ouders

Om te meten hoeveel bureaucratie de ouders van zorgleerlingen ervoeren vóór de invoering van passend onderwijs, deelden de onderzoekers de totale procedure voordat een kind ondersteuning krijgt op in vijf deelaspecten: diagnostisch onderzoek, het maken van een handelingsplan, het invullen van formulieren, het aanvragen van een indicatie en het zoeken en vinden van een geschikte school. Ouders bleken nogal te verschillen in de mate waarin zij hierbij bureaucratie ervaren. Sommige ouders voelden zich van het kastje naar de muur gestuurd, moesten naar hun idee eindeloos moeizame gesprekken voeren en vonden hun gesprekspartners niet deskundig. Andere ouders vonden juist dat alles uiterst soepel ging en dat ze goed en deskundig werden begeleid. Het gemiddelde oordeel van ouders viel vrij positief uit: ze vonden dat de procedures wel tijd kosten, maar die tijd ook waard zijn. Hoogopgeleide ouders waren over het algemeen kritischer dan ouders met een laag opleidingsniveau.

Het onderzoeksrapport van E.J. Kuiper, A.L.C. Dikkers, G. Ledoux, E. van den Berg en W. Bos Feitelijke en ervaren bureaucratie. Nulmeting in het kader van de kortetermijnevaluatie passend onderwijs is opgenomen onder publicaties.​


Deelproject 2: Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas

De overgrote meerderheid van ouders met schoolgaande kinderen vindt het goed als hun kind klasgenoten heeft die extra ondersteuning nodig hebben. Ze waarderen het dat hun kind daardoor leert omgaan met verschillen en/of ze vinden dat de school er moet zijn voor alle leerlingen. Dit is een van de conclusies uit een nulmeting naar de tevredenheid en meningen van ouders bij de invoering van Passend Onderwijs.
De nulmeting is uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut met NRO-financiering. Het is de bedoeling om het onderzoek over enkele jaren te herhalen. Voor het onderzoek zijn ouders van kinderen en jongeren in het basis- en voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs benaderd. Zowel ouders van ‘gewone’ kinderen deden mee als ouders van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze slechtziend of slechthorend zijn, langdurig ziek of gehandicapt, of omdat ze moeilijk kunnen leren, psychische problemen hebben of een gedragsstoornis. In totaal hebben zo’n 1800 ouders de vragenlijst ingevuld. Buiten de steekproef om reageerden 85 ouders spontaan, via een online gepubliceerde vragenlijst.

Tevreden

Over het algemeen zijn de ouders redelijk tevreden over de interactie met de school van hun kinderen vóór de invoering van Passend Onderwijs (bij de start van het schooljaar 2014-2015). Dat geldt zowel voor de ouders van kinderen die geen ondersteuning nodig hebben als voor ouders van kinderen die wel extra ondersteuning nodig hebben. Op een schaal die loopt van 1 (helemaal niet tevreden) tot 5 (zeer tevreden) geven ze gemiddelde scores van 3.4 tot 3.8. De tevredenheid betreft aspecten als: communicatie en informatievoorziening, het schoolkeuzeproces, signalering en feitelijke ondersteuning, en de mate waarin de school ouders behandelt als serieuze gesprekspartners. Ouders van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, lukte het over het algemeen zonder veel problemen om hun kind op een reguliere school in te schrijven. Toch moest bijna 15 procent van de ouders van kinderen met een indicatie voor extra ondersteuning veel moeite doen om hun kind te plaatsen op de school van hun keuze.

Maar ook minder tevreden ouders

Voor alle onderzochte aspecten is er steeds een minderheid die niet zo tevreden is en een score van 1 of 2 op de vijfpuntsschaal geeft. Meest opvallend daarbij is dat sommige ouders hebben ervaren dat de school niet op tijd contact opnam toen er iets aan de hand was met hun kind en niet duidelijk aangaf wat er dan precies aan de hand was. Ook hebben sommige ouders onvoldoende toegankelijke informatie kunnen vinden over het schoolbeleid voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.

Verschillen

Ouders van kinderen in het speciaal onderwijs blijken tevredener te zijn over de communicatie met de school, dan ouders in het regulier onderwijs. Ook binnen het regulier onderwijs zijn ouders van kinderen met extra ondersteuning tevredener over de relatie met de school dan ouders van kinderen zonder extra ondersteuning, wellicht omdat ze vaker contact hebben. Een ander verschil is dat ouders met kinderen in het middelbaar beroepsonderwijs op alle aspecten minder tevreden zijn dan de andere ouders. Mogelijk komt dit doordat er bij dit type beroepsonderwijs minder contact is tussen school en ouders. Ten slotte zijn op alle aspecten laagopgeleide ouders tevredener dan ouders dan hoogopgeleide ouders, mogelijk omdat deze laatste kritischer zijn.

Welkom in de klas

Zo’n 80 procent van de ouders staat er positief tegenover als er in de klas van hun kind ook kinderen zitten die extra ondersteuning nodig hebben. Bijna de helft van de ouders ziet er zelfs een meerwaarde in: zo leert ook hun eigen kind omgaan met verschillen. Ruim 35 procent kiest voor een principiële reden: de school moet er zijn voor alle kinderen. De ouders benoemen wel voorwaarden, bijvoorbeeld dat er een gezonde balans moet zijn, dat de docent de situatie aankan en dat op reguliere scholen geen kinderen thuishoren met zeer ernstige problemen. Een klein deel van de ouders vindt het niet goed dat er kinderen met problemen in de klas van hun kind komen: een kleine 6 procent geeft als reden dat dit ten koste zou gaan van de andere leerlingen, 2 procent verwacht dat de sfeer in de klas eronder te lijden heeft.

Vinger aan de pols

Passend Onderwijs heeft tot doel dat alle kinderen het onderwijs en de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben; het is niet in de eerste plaats gericht op tevreden ouders. Wel is voor de evaluatie van Passend Onderwijs oudertevredenheid een indicator. Op basis van deze nulmeting zal het NRO op dit punt de vinger aan de pols houden tot 2020.

Het onderzoeksrapport van E.J. Kuiper, A.L.C. Dikkers, Y.W. Emmelot en G. Ledoux Tevredenheid van ouders voor de start van passend onderwijs is opgenomen onder de publicaties hieronder.​


Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Drs. G. Ledoux
Universiteit van Amsterdam
Relevante link(s)

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl