De toekomst van vakmanschap in het beroepsonderwijs

Projectnummer
405-15-400
Titel
De toekomst van vakmanschap
Programma
Looptijd
1-5-2015 t/m 31-8-2017
Onderwijssector
vo, mbo
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - beroepsonderwijs, Onderwijs en arbeidsmarkt
Status
Afgerond

Specialistisch opgeleide mbo-vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk. Dat is tegen de verwachting in: vaak wordt gedacht dat smal opgeleiden het moeilijker krijgen op de arbeidsmarkt naarmate ze ouder worden, omdat hun vaardigheden sneller verouderen.

Vakmanschap heeft verschillende betekenissen. Voor de één betreft vakmanschap het ontwikkelen van goed opgeleide mensen die flexibel zijn, beschikken over ’21st century skills’ en een bijdrage kunnen leveren aan een ‘lerende economie’. Voor de ander staat vakmanschap voor het ontwikkelen van specialistische kennis en een daarmee samenhangende beroepsidentiteit. In deze visie is de innovatiekracht en groei van de economie sterk afhankelijk van mensen die hoog gespecialiseerd zijn. Weer een andere visie benadrukt vooral het praktische karakter van vakmanschap; hierbij gaat de aandacht vooral uit naar leerlingen aan de onderkant van het onderwijsgebouw die met een vakmanschapsroute een keuze maken die past bij hun praktische oriëntatie en talenten. Hierdoor hebben ze bovendien een comparatief voordeel op de arbeidsmarkt in vergelijking met algemeen opgeleide leerlingen.

De verschillende visies op vakmanschap verwijzen elk naar een andere functie van beroepsonderwijs en hebben belangrijke consequenties voor de inrichting, vormgeving en sturing van het beroepsonderwijs. In dit project bracht een consortium -bestaande uit ROA, AMCIS, Kohnstamm Instituut en ecbo- in kaart aan welk type vakmanschap van middelbaar opgeleiden behoefte is op de arbeidsmarkt, en wat dit betekent voor de inrichting van het mbo.

Specialistisch opgeleide mbo-vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk. De arbeidsmarktperspectieven van breed opgeleide mbo-vakmensen volgen op de tweede plaats, vooral doordat ze minder goede baankansen hebben aan het begin van hun loopbaan.
Voor praktisch opgeleide vakmensen (met een smalle mbo-opleiding, met name op niveau 1 en 2) verloopt de overgang van school naar de arbeidsmarkt soepel. Maar daar staat tegenover dat zij vaak lang werken in beroepen met een laag salaris en een lage beroepsstatus. De opwaartse mobiliteit blijft achter voor deze groep. Dit maakt de positie van de praktisch opgeleide vakman kwetsbaar. Ook op de middellange termijn is vooral behoefte aan specialistische en brede vakmensen.

Aansluiting opleiding-beroep wordt zwakker

Een zorgelijk punt is dat de link tussen opleiding en beroep in het mbo in de laatste decennia zwakker is geworden. In tegenstelling tot hbo- en wo-afgestudeerden komen mbo’ers in een steeds bredere waaier beroepen terecht. Dat is een nadeel: een zwakke aansluiting is ongunstig voor de inkomenspositie van schoolverlaters. Hoe zwakker de link tussen opleiding en baan, hoe lager het salaris.

Vaardigheden voor de toekomst

Toch kunnen we niet stellen dat omdat we positieve arbeidsmarktuitkomsten vinden voor specialistische mbo-opleidingen, alleen smalle beroepsspecifieke vaardigheden ertoe doen. Generieke vaardigheden -zoals taal, rekenen, probleemoplossend vermogen- worden later in de loopbaan belangrijker, zowel voor de hoogte van het salaris als voor de kans op werk. Juist in beroepen waar veel aanspraak wordt gedaan op hoge niveaus van deze vaardigheden, zien we een sterke groei in werkgelegenheid.

Kortom: voor goed vakmanschap zijn zowel specifieke als generieke vaardigheden essentieel en de kunst is vooral om die twee aspecten goed in het curriculum te integreren.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. R. van der Velden
Maastricht University
Relevante link(s)

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl