Onderwijs aan vluchtelingen – internationale impulsen voor de professionalisering van leraren

Projectnummer
405-17-720
Titel
Onderwijs aan vluchtelingen - internationale impulsen ter versterking van opzet en inhoud van de professionalisering van leraren
Programma
Penvoerder
NRO
Looptijd
28-8-2017 t/m 30-4-2018
Onderwijssector
po, vo
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - lezen en schrijven, Maatschappelijke context van het onderwijs, Opleiden en professionalisering van leraren, Segregatie en achterstandsbestrijding
Status
Lopend

Het Nederlandse onderwijs beoogt alle leerlingen onderwijs te bieden dat aansluit op hun behoeften. Dat betekent nogal wat voor scholen met nieuwkomerskinderen, zoals vluchtelingen. Wat moet je dan aan deskundigheid in huis hebben? Waar is eigenlijk geschikte scholing te vinden? In Nederland is er een beperkt en versnipperd professionaliseringsaanbod. We bekeken in deze studie hoe andere landen dat aanpakken, in het bijzonder Vlaanderen en Zweden. We bestudeerden documenten (beleidsstukken, inspectierapporten, onderzoeken) en spraken met sleutelpersonen in beide landen. We vonden aanzienlijke verschillen en veel inspiratie.

Nieuwkomers worden in Vlaanderen en Zweden vrijwel direct na aankomst in regulier basis- en voortgezet onderwijs geplaatst. Tweede-taalleerkrachten werken als deel van het schoolteam aan T2-onderwijs, zo min mogelijk in aparte groepen. Vooral Zweden werkt vanuit een meerjarig integratiemodel en zet in op voortgezette ondersteuning (via tweede én eerste taal) bij het leren in diverse schoolvakken. Ze starten er met een brede intake om goed te kunnen differentiëren. Een gerichte start in het leren van een tweede taal (T2) wordt gevolgd door ondersteuning bij het leren in allerlei vakken. Vlaanderen kent vervolgschoolcoaches in het regulier voortgezet onderwijs.

Bekwaamheidseisen die bij zo'n visie aansluiten, zijn een ankerpunt voor professionalisering. In Zweden is een bevoegdheid vereist om Zweeds als T2 te mogen onderwijzen. Met een structurele initiële lerarenopleiding vormt Zweeds als T2 al decennia een stevige pijler onder het inclusieve beleid. In Vlaanderen sturen eindtermen voor de lerarenopleiding aan op thematisering van meertaligheid. In beide landen bestaat een post-initiële professionaliseringspraktijk rond nieuwkomers met deels een formeel en deels informeel karakter. De omvang ervan is aanzienlijk. Doelgroep zijn T2-leraren en andere reguliere leraren in alle schoolvakken.

Heel opvallend is hoe professionalisering rond nieuwkomersonderwijs in beide landen is verankerd in wetenschappelijk onderzoek. De rijke professionele cultuur en kenniscirculatie in Zweden staat in schril contrast met de (nagenoeg verdwenen) NT2-discipline in Nederland. Vlaanderen staat daar tussenin. We zien dat terug in de inhoud van professionalisering, waar invloedrijke didactische ontwikkelingen Nederland veel minder hebben bereikt.

De gevonden verschillen houden ons een spiegel voor. De Zweedse overheid stuurt stevig op kwaliteit en aanbod van professionalisering, in Vlaanderen sturen de landelijke netten, terwijl de overheid in Nederland juist uiterst terughoudend is, scholen moeten vooral eigen wegen zoeken, maar welke? Als we ervan uitgaan dat leerlingen zullen blijven in- en uitstromen, dan is expertise op meertaligheid en leren blijvend noodzakelijk. Een structurele verbinding van onderwijs, opleiding, beleid, wetenschap, oftewel een duurzame 'kennisinfrastructuur' is nodig rond dit thema.

De vergelijking roept daarom de vraag op of er een nieuwe motor opgestart moet worden ten behoeve van

  • een duidelijke visie op een meerjarige integratie van nieuwkomerskinderen;
  • een gemeenschappelijk referentiekader voor bekwaamheden van leraren die aan nieuwkomers lesgeven in basis- en voortgezet onderwijs. Dat kan door veld en opleidingen samen ontwikkeld worden, aansluitend bij bestaande wetgeving op bekwaamheden en op passend onderwijs;
  • een adequate doorvertaling (en zonodig bewerking) van recente relevante didactieken.

De onderzoekers concluderen tot slot dat we nog veel meer kunnen leren in internationaal verband via praktijkgericht onderzoek naar professionalisering die werkt rond dit thema.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Dr. M. Hajer
Hogeschool Utrecht
Relevante link(s)

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl