Taal en geletterdheid in de buitenschoolse context van risicoleerlingen

Projectnummer
411-06-502
Titel
Literacy in the out-of-school contexts of at-risk adolescents: functions, meanings, and educational relevance
Looptijd
1-9-2007 t/m 8-12-2012
Onderwijssector
vo
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - lezen en schrijven
Status
Afgerond

Het onderwijs moet leerlingen stimuleren nieuwe media meer te gebruiken op manieren waarmee ze minder vertrouwd zijn. Zo kunnen nieuwe media een grotere rol spelen in de ontwikkeling van de geletterdheid die leerlingen voor school nodig hebben. Dit concludeert NWO-onderzoeker Claudia van Kruistum in haar onderzoek naar media-gebruik voor buitenschoolse lees- en schrijfactiviteiten van leerlingen.

Claudia van Kruistum onderzocht voor welk doel leerlingen in het voortgezet onderwijs ‘oude’ en nieuwe media gebruiken buiten schooltijd. Ook bestudeerde zij hoe dit gebruik in de loop van de middelbare school verandert. Van Kruistum: ‘Duidelijk is dat oude media competitie ondervinden van nieuwe media. Dat die geschikt zijn om contact te houden met leeftijdsgenoten, is voor leerlingen erg aantrekkelijk. Dit past ook bij hun levensfase.’ Jongeren gebruiken nieuwe media echter nauwelijks voor activiteiten die bijdragen aan het leren op school. ‘Een van de verklaringen is dat vanuit school vaker wordt verwezen naar oude media, zoals gedrukte kranten,’ aldus Van Kruistum.

Naarmate jongeren ouder worden, gaan ze vaker nieuwe media op andere manieren gebruiken. ‘Ze moeten bijvoorbeeld contact houden met hun baas of online formulieren invullen, als ze bijbaantjes krijgen. Ook gaan ouder wordende jongeren vaker vanuit hun eigen interesse dingen opzoeken, maar dat aantal blijft klein. Een deel van de leerlingen lijkt overigens sceptisch te zijn over nieuwe media en de betrouwbaarheid van de geboden informatie.’ Wat school betreft valt een soortgelijk patroon te zien, stelt Van Kruistum. ‘Ouder wordende jongeren geven iets vaker aan dat ze nieuwe media voor school gebruiken, maar de toename is klein en de meerderheid van de jongeren geeft hier geen blijk van.’

Groter verschil tussen jongens en meisjes

De verschillen tussen jongens en meisjes in mediagebruik zijn groter dan die tussen leerlingen van verschillende opleidingsniveaus. Van Kruistum: ‘Je merkt dwars door alle niveaus heen dat de ‘geletterde’ activiteit van meisjes buiten school hoger en diverser is dan die van jongens. Meisjes gebruiken nieuwe media ook vaker voor sociale doeleinden. Jongens zijn vaker intensieve gamers. Er is ook een groep jongeren die helemaal niet zo gericht is op digitale media. Zij zijn liever buiten. Deze jongeren doen minder ervaring op met vaardigheden die nodig zijn voor de huidige digitale samenleving. In het bijzonder geldt dit voor vmbo-leerlingen. Zij tonen over het algemeen een minder divers mediagebruik.’

Nieuwe media zijn aantrekkelijk voor jongeren; leerkrachten zouden daarvan gebruik kunnen maken voor toepassingen die voor het onderwijs van belang zijn. ‘Zo stimuleer je jongeren om nieuwe media ook voor andere doeleinden dan chatten, Youtube kijken en gamen te gebruiken.’ Van Kruistum heeft daarbij nog een belangrijk advies. ‘Er is niet één netgeneratie. Jongeren hebben verschillende behoeften en een verschillend mediagebruik. De medialeefstijlen van vmbo’ers zijn daarbij net zo divers als die van de gehele leerlingenpopulatie. Wel denk ik dat juist vmbo’ers een sterke motivatie van buitenaf nodig hebben om nieuwe media anders te gaan gebruiken. Leraren kunnen hen helpen om hun interesses te verdiepen en verbreden – zowel met nieuwe als met oude media.’

Vier deelstudies

Dit onderzoek maakte deel uit van het aandachtsgebied “Ontwikkeling van geletterdheid van adolescente risico leerlingen in meertalige contexten; een verhaal van drie steden” dat wordt uitgevoerd in samenwerking tussen drie instituten: het Kohnstamm Instituut, het Amsterdam Center for Language and Communication (allebei van de Universiteit van Amsterdam) en het Langeveld Instituut (Universiteit Utrecht). Het aandachtsgebied bestaat uit vier deelstudies die sterk met elkaar verbonden zijn. Het doel is onderzoek naar empirische vraagstellingen met een onderwijskundig, psychologisch en linguïstisch karakter. Bovendien wordt nauw samengewerkt met onderwijskundige onderzoeksinstituten in Toronto en Geneve, als meertalige centra voor ontwikkeling van geletterdheid.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
E-mailadres projectleider
Prof. dr. P.P.M. Leseman
Universiteit Utrecht
Relevante link(s)
Gerelateerde projecten

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl