Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs

Projectnummer
413-09-150
Titel
Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Programma
Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)
Looptijd
1-11-2009 t/m 1-10-2013
Onderwijssector
po
Thema
Beleid en bestel, Kwaliteitszorg, Organisatie en management, Onderwijsontwerp en curriculumontwikkeling, Opleiden en professionalisering van leraren
Status
Afgerond

Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Het doel van het onderzoek was zicht krijgen op het onderwijs aan en de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en op de ondersteuning die scholen en leerkrachten hierbij krijgen. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zijn leerlingen met problemen (leerproblemen en/of sociaal-emotionele en/of gedragsproblemen) of beperkingen (van lichamelijke, zintuiglijke of psychische aard) die het volgen van onderwijs bemoeilijken en bij wie specifieke aanpassingen in het onderwijsaanbod en/of speciale zorg nodig zijn. Zij worden ook ‘zorgleerlingen’ genoemd.

In het eerste themaproject stond de bovenschoolse (regionale) ontwikkeling centraal. Daarbij ging het erom in hoeverre samenwerkingsverbanden erin slagen een flexibel en adequaat aanbod aan voorzieningen en ondersteuning vorm te geven. In het tweede themaproject stonden het pedagogisch-didactisch handelen van de leerkracht en het zorgaanbod in de school en in de klas centraal, evenals de randvoorwaarden daarbij, zoals attitudes, competenties en beleid. In het derde themaproject is de hulp- of ondersteuningsstructuur rond de leraar in kaart gebracht.

Aanbevelingen
Uit het onderzoek volgen een aantal aanbevelingen:

  • De Inspectie van het Onderwijs gaat toezicht houden op de samenwerkingsverbanden. Daarbij ligt  het  accent  op  de  mate  waarin  de  samenwerkingsverbanden  voldoen  aan  formele  zaken  waartoe  zij  volgens  regelgeving  verplicht zijn. Het zou goed zijn als de inspectie, en mogelijk ook de implementatiegroep  Passend  onderwijs  van  het  Ministerie  van  OCW,  ook  (nauwlettend)  gaan  volgen  hoe  de  samenwerkingsverbanden  zich  ontwikkelen  op  punten  als  effectieve  regievoering en slagkracht. Leiding geven aan de samenwerkingsverbanden is nu al, en wordt in de toekomst nog meer, een veeleisende taak. Het is wenselijk om vanuit het landelijk beleid mogelijkheden  te  realiseren  voor  scholing  en  leren  van  elkaar  voor  deze    Op lokaal  niveau  kan  het  wenselijk  zijn  te  zorgen  voor  coaching  of  intervisie.  Bij  werving  van  nieuwe  coördinatoren  of  directeuren  moet  gelet  en  geselecteerd  worden  op leiderschapsvaardigheden.  Ook  is  het  van  belang  om  er  een  functie  met  voldoende  omvang (uren per week) van te maken.
  • Helder communiceren naar scholen, zowel vanuit het Ministerie van OCW als vanuit samenwerkingsverbanden en besturen, wat de scholen kunnen verwachten aan directe steun vanwege Passend onderwijs.
  • Het zou goed zijn om nadere landelijke richtlijnen te ontwikkelen, in verband met de invoering van Passend onderwijs, voor de typen leerlingen voor wie een individueel handelingsplan gewenst of nodig is. Hier ligt mogelijk een taak voor de Inspectie van het Onderwijs.
  • Om de kwaliteit van het onderwijs aan zorgleerlingen te verhogen, is competentieverhoging van leerkrachten gewenst, met name wat betreft kwaliteit van de instructie en kennis van specifieke leer- en gedragsproblemen. Aandacht hiervoor in de opleidingen is nodig, maar niet voldoende, want het zijn de zittende leerkrachten die op deze terreinen nog tekorten vertonen/ervaren. Professionaliseringsbeleid van besturen en samenwerkingsverbanden zou zich hierop moeten richten.
  • Samenwerkingsverbanden, besturen en scholen moeten ouders goed voorlichten over de procedures die lokaal gaan gelden voor het toekennen van extra steun en toelating tot voorzieningen. In de communicatie daarover moet ook aandacht worden besteed aan de angst van ouders ‘dat het allemaal minder gaat worden’. Het is gewenst onderzoek te doen naar de inhoud van schoolondersteuningsplannen. Welk beeld geven die van de toegankelijkheid van scholen voor zorgleerlingen? Ook is het van belang onderzoek te doen naar het geheel aan ondersteuningsmogelijkheden en eventuele regionale verschillen die daarin ontstaan.
  • Samenwerkingsverbanden en besturen moeten zorgen voor een goede communicatie over wat het beleid Passend onderwijs in hun regio gaat inhouden en wat dat betekent voor scholen en leerkrachten. Om leerkrachten te bereiken, moet die communicatie zich (ook) sterk richten op interne begeleiders en schoolleiders. Voor het verkrijgen van genoeg draagvlak moeten onterechte negatieve beelden van Passend onderwijs worden ontkracht en moeten scholen betrokken worden bij te maken keuzes.

Dit onderzoek is onderdeel van een overkoepelend onderzoek naar Passend Onderwijs. De overige drie projecten die horen bij dit onderzoek vindt u onderaan deze pagina bij overkoepelende projecten.

Deze tekst is overgenomen uit de samenvatting van het eindrapport; zie bij Publicatie(s) hieronder.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Dr. E.F.L. Smeets
Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit van Amsterdam
Relevante link(s)
Gerelateerde projecten

Deze NRO-projectendatabase is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheernro@nwo.nl