Onderwijsprofessionals: hoe noemen we die?

Een van de doelstellingen van het NRO is het verbinden van onderwijsonderzoek met de onderwijspraktijk. We zien in toenemende mate dat daarin – zowel vanuit de onderwijsinstellingen als vanuit de onderzoeksinstellingen – de nodige initiatieven worden ontwikkeld en er mooie vormen van samenwerking ontstaan. Het NRO bevordert dit, door onder andere praktijkgericht onderzoek te financieren dat start vanuit een probleem dat leeft bij de scholen.

Wanneer we spreken over de verhouding onderwijs en onderzoek, is de terminologie soms lastig. Hoe omschrijven we het beste alle mensen die werkzaam zijn in een onderwijsinstelling? Op die vraag stuiten we regelmatig bij het NRO. ‘Docenten’ is te smal, want het gaat in veel gevallen ook om het (midden)management en het bestuur. Om resultaten van onderzoek effectief te laten landen in de school – bijvoorbeeld in de vorm van een andere lesaanpak – zijn ook de leidinggevenden van groot belang.

Soms nemen we onze toevlucht tot ‘scholen’ (“samenwerking tussen scholen en onderzoekers”), maar dat is er ook net naast. In de eerste plaats verdwijnen de mensen om wie het gaat dan uit het oog.

In de tweede plaats wordt de term ‘school’ gebruikt voor basis- en voortgezet onderwijs maar niet voor mbo en hoger onderwijs. Dat terwijl we ook dáár samenwerkingsmogelijkheden tussen onderzoek en onderwijspraktijk zien, en willen bevorderen.

Goed Nederlands begrip gezocht
De vraag is dus: hoe kunnen we spreken over allen die werkzaam zijn in het onderwijs, zodat zij zich aangesproken voelen wanneer het NRO relevante informatie voor ze heeft? Hoe noemt u zichzelf en uw collega’s als u in het onderwijs werkt?

Mannen en vrouwen uit de praktijk?
Praktijkmensen?
Onderwijsprofessionals?

Uw suggesties horen we graag.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *