Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken

Projectnummer
405-15-514
Titel
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Programma
Organisatie
NRO
Looptijd
1-6-2015 t/m 28-2-2017
Onderwijssector
basisonderwijs
Thema
Differentiatie en omgaan met verschillen, Opleiden en professionalisering van leraren, Succesfactoren van onderwijsvernieuwing
Status
Afgerond

Docententraining helpt VMBO-docenten om hun leerlingen te motiveren

Veel docenten vinden het lastig om hun leerlingen optimaal te motiveren. Eerder onderzoek laat zien dat de motivatie van Nederlandse leerlingen relatief laag is en afneemt naarmate de leerlingen ouder worden. Een korte training voor docenten in het bieden van autonomie in combinatie met structuur blijkt in het VMBO eraan bij te dragen dat docenten motiverender lesgeven. Hierdoor verbetert ook  de kwaliteit van de motivatie van de leerlingen, zo blijkt uit de eerste, voorlopige resultaten van gezamenlijk onderzoek van de Universiteit Utrecht, het Kohnstamm Instituut en de Universiteit van Amsterdam. In het basisonderwijs lijkt de training minder effectief te zijn.

De training is ontwikkeld samen met docenten uit het basisonderwijs en voortgezet onderwijs en is gebaseerd op effectief gebleken principes vanuit de zelfdeterminatietheorie, namelijk het bieden van autonomie en structuur. Vanuit eerder onderzoek komt naar voren dat het bieden van autonomie een effectieve manier is om de intrinsieke motivatie van leerlingen te verhogen. Echter, in de praktijk blijken veel leerkrachten het vooral lastig te vinden om autonomie te bieden aan hun leerlingen. Dit geldt vooral bij leerlingen met lagere prestatieniveaus, een lagere sociaaleconomische status of een niet-westerse achtergrond. Echter, eerder onderzoek toont aan dat autonomie-ondersteuning ook voor die leerlingen effectief kan zijn, mits docenten voldoende structuur bieden, aangepast op het niveau van de leerling. De training richtte zich dan ook in het bijzonder op het aanbieden van autonomie in combinatie met structuurdifferentiatie, zodat iedere leerling optimaal kan profiteren van autonomie-ondersteuning.

Aan het onderzoek namen in totaal 766 leerlingen (486 PO, 280 VMBO) en 35 docenten (21 PO, 14 VMBO) deel. Een deel van de docenten (8 PO-docenten en 5 VMBO-docenten) nam deel aan de training, de andere docenten vormden de controlegroep en ontvingen geen training. Voorafgaand aan de training, na afloop van de training en bij een follow-up meting enkele maanden later werden vragenlijsten afgenomen bij de docenten en hun leerlingen. Daarnaast werden de lessen van de docenten die hadden deelgenomen aan de training geobserveerd.

De uitkomsten laten zien dat VMBO docenten die de training hadden gevolgd meer autonomie gingen bieden en een betere relatie met hun leerlingen ontwikkelden in vergelijking met VMBO-docenten die de training niet hadden gevolgd. De training lijkt ook door te werken op de motivatie van de leerlingen. De leerlingen van VMBO-docenten die de training hadden gevolgd rapporteerden minder extrinsieke motivatie, meer intrinsieke motivatie, meer inzet en meer zelfvertrouwen bij het leren in vergelijking met de leerlingen van VMBO-docenten die training niet hadden gevolgd. In het basisonderwijs lijkt de training echter niet effectief. Mogelijk zou dit verschil veroorzaakt kunnen worden doordat basisschooldocenten voorafgaand aan de training meer autonomie en meer structuur boden dan VMBO-docenten. In andere woorden, in het VMBO was er wellicht meer ruimte voor verbetering dan in het basisonderwijs.

Het onderzoek laat zien dat het bieden van autonomie en structuur belangrijk zijn voor het verhogen van de motivatie van leerlingen. Docenten kunnen autonomie bieden door aan te sluiten bij de belevingswereld van leerlingen, betekenisvolle keuzes te bieden en dwingende taal (zoals het uitdelen van bevelen of het gebruik van woorden als “moeten”) te vermijden. Wanneer dit samengaat met het bieden van structuur, oftewel het afspreken van duidelijke regels met de klas en het bieden passende begeleiding van het leerproces op het niveau van iedere leerling, kunnen docenten optimale condities scheppen waarbinnen alle leerlingen zichzelf kunnen motiveren.

Consortium bestaande uit: Openbare Daltonbasisschool Het Palet, Slootermeer-school, OBS De Barchschole, CSG De Lage Waard, dr. T.E. Hornstra (UU), dr. T.T.D. Peetsma (UvA), dr. H. van der Veen (UvA Kohnstamm instituut).

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Dr. T.E. Hornstra
Universiteit Utrecht
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.