Projectendatabase onderwijsonderzoek

Welkom in de projectendatabase onderwijsonderzoek van het NRO. In deze database vindt u alle onderzoeksprojecten van het NRO, aangevuld met onderzoeksprojecten van andere organisaties. Meer informatie over deze database.

Verbeterde aansluiting mbo-hbo. Wat werkt?

Projectnummer
405-15-620
Titel
Verbeterde aansluiting mbo-hbo. Wat werkt?
Programma
Organisatie
NRO
Looptijd
1-8-2015 t/m 15-11-2018
Onderwijssector
mbo, hbo
Thema
Onderwijsloopbanen en overgangen in het onderwijs
Status
Afgerond

Maatwerk nodig om de aansluiting mbo-hbo te verbeteren

Doorstroom mbo-hbo staat breed in de belangstelling. Met name het studiesucces van mbo-studenten op het hbo baart zorgen, dit zou steeds lager worden. Een belangrijke, maatschappelijke vraag is dan ook: hoe kan de doorstroom mbo-hbo verbeterd worden en de uitval van mbo-studenten op het hbo worden tegengegaan?

Een veelvoud aan factoren blijkt een rol te spelen bij de uitval en switch van mbo-studenten op het hbo. Om een aantal voorbeelden te noemen: type opleiding, locatie van de hbo-instelling, de migratieachtergrond van studenten, binding met docenten en medestudenten en de voorbereiding op het mbo. Het is een complex geheel aan factoren dat een rol speelt en we kunnen dan ook stellen dat 1) dé mbo-student die uitvalt of switcht op het hbo niet bestaat en 2) dat er niet één algemeen geldende oplossing is waarmee uitval en switch van mbo-studenten kan worden tegengegaan. Oplossingen zullen 'op maat' gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld op instellings- of regioniveau. Daarbij dient er aandacht te zijn voor de samenstelling van de groep studenten die binnen die instelling/regio uitvalt/switcht en de redenen waarom juist die groep binnen die instelling/regio uitvalt.

Interessant is de vraag welke lessen geleerd kunnen worden van de negen doorstroomtrajecten die binnen dit onderzoek in kaart zijn gebracht. In grote lijn worden hierin 3 typen programma's herkend; scholingsprogramma's, begeleidings- en coachingsprogramma's, en programma's gericht op loopbaanorientatie. Elk van deze werkt op eigen specifieke wijze, zodoende ook met verschillende doelen. Zo gaat het soms om het opdoen van specifieke kennis, een andere studiehouding of leervaardigheden, of bijvoorbeeld socialisatie in de hbo-opleiding. Hoewel er meestal slechts beperkt zicht is op studentstromen (wie vallen er uit en wie niet?) en de programma's veelal kleinschalig van opzet zijn, zijn zowel docenten als deelnemende studenten zeer positief. Punt van zorg is de continuïteit van trajecten; samenwerking vindt veelal plaats op basis van mondelinge afspraken en goodwill.

Duidelijk is dat betrokkenen bij de onderzochte trajecten hun uiterste best doen om de doorstroom te verbeteren. Door het ontbreken van een heldere probleemanalyse, de kleinschaligheid van programma's en onduidelijkheid over welke studenten starten aan een doorstroomtraject en dit succesvol afronden, zijn geen uitspraken te doen over de precieze werking en effectiviteit.

Hoe dan toch te komen tot een verbetering van de doorstroom mbo-hbo?

  1. Zoek niet naar algemeen geldende verklaringen of oplossingen voor de uitvallen switch van mbo-studenten op het hbo. Zoek naar oplossingen 'op maat', bijvoorbeeld op instellings- of regioniveau. Onderzoek welke studenten uitvallen of switchen. Bij welke opleidingen vallen studenten uit? Waar switchen ze? Welke studenten vallen uit, welke achtergrond hebben ze, welk geslacht en welke vooropleiding? Welke studenten vallen juist níet uit?
  2. Onderzoek waarom juist die studenten uitvallen of switchen. Praat daarvoor met verschillende betrokkenen zoals studenten, docenten en opleidingscoördinatoren.
  3. Zet een traject op waarbij gemonitord wordt welke studenten meedoen en het traject succesvol afronden.
  4. Zorg dat doorstroomtrajecten geborgd zijn binnen een instelling. Het goede werk dat verricht wordt verdient het om breder (uit)gedragen te worden binnen de instelling.

    Dit onderzoek is in 2015 gestart met als doel de volgende vragen te beantwoorden:
  • Waarom vallen mbo-studenten uit?
  • Welke interventies worden door mbo- en hbo-instellingen gepleegd?
  • Hoe werken keteninterventies en welke impact hebben ze?
  • Onder welke voorwaarden lenen succesvolle interventies zich voor een transfer?

Antwoorden zijn op basis van verschillende bronnen tot stand gekomen. Zo is nationale en internationale literatuur onderzocht, zijn DUO- en CBS-gegevens over studentstromen en geografische liggen van instellingen geanalyseerd, is gebruikgemaakt van studentenquêtes, heeft er diepgaand case-onderzoek plaatsgevonden en zijn er delphi-bijeenkomsten georganiseerd.

Relevante link(s)

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Dr. J.D.W.E. Mulder
ResearchNed

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.