Ontwikkelingspaden voor rekenonderwijs in groep 3

Projectnummer
411-07-111
Titel
Developmental paths to proficiency and deficiency in mathematical skills
Programma
Samenhangende onderzoeksprojecten
Organisatie
NRO
Looptijd
1-10-2009 t/m 15-2-2016
Onderwijssector
basisonderwijs
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - rekenen en wiskunde, Leren en onderwijzen, Onderwijsontwerp en curriculumontwikkeling
Status
Afgerond

Hoeveelheden zijn overal: er is bv. de nonsymbolische voorstelling van vijf vogels en de symbolische weergave van het getal 5. Wat deze vormen gemeenschappelijk hebben is de 'vijfheid' van de grootte van de hoeveelheden. Wij hebben een aangeboren vermogen om nonsymbolische hoeveelheden te schatten. Dit vermogen wordt toegeschreven aan het 'Approximate Number System' (ANS). Sommige theoretici nemen aan dat dit de fundamentele bouwsteen is voor de algemene rekenvaardigheid. Anderen hebben de opvatting dat symbolische verwerking de beste voorspeller van rekenvaardigheid is. Dit debat lijkt op de 'aanleg versus opvoeding' discussie. Wij richtten ons op de tegestellingen en lacunes in de literatuur en hadden twee hoofddoelen: 1. Nieuwe inzichten bieden in de cognitieve onderbouwing van de vaardigheden van kinderen om nonsymbolische (ANS) en symbolische aantallen te verwerken 2. De rol verduidelijken die het ANS en de symbolische verwerkingsvaardigheden spelen in de rekenontwikking van kinderen Dit onderzoek biedt de volgende nieuwe inzichten : Werkgeheugen (WG) ligt ten grondslag aan het verwerken van nonsymbolische en symbolische aantallen. 'Aanleg' (het ANS), maar ook 'opvoeding' (verwerking van symbolische aantallen) zijn belangrijk in het begin van de rekenontwikkeling (tot groep 3) buiten WG en IQ. Wanneer het onderwijs begint, neemt 'opvoeding' het over; verwerking van symbolische aantallen voorspelt latere rekenprestaties, buiten het ANS, WG en IQ. Anders dan nonsymbolische aantallen zijn de symbolische talig van aard. Het benoemen van meercijferige getallen in het Engels verschilt van het Nederlands, omdat in tegenstelling tot het NL tweecijferige getallen boven de twintig, bv. 'fortyeight', benoemd worden als in de geschreven vorm. In een cross-culturele studie bleken Nederlandssprekende kinderen inderdaad alleen zwakker in symbolische benaderende vaardigheden. Het WG van de Nederlandse kleuters bleek overbelast door het Nederlandse systeem voor getalbenoeming. Mijn persoonlijke contacten met de scholen en de leraren getuigt ook van de ernst van dit probleem. Het was met name verrassend toen een leraar aan een basisschool mij vertelde dat zij hoorde hoe een leerling tijdens het oplossen van een rekentaak tegen een andere leerling zei: 'Doe het gewoon in het Engels, dat is gemakkelijker'. In het algemeen benadrukken onze bevindingen het belang van het van jongs af aan leggen van stevige cognitieve fundamenten voor het ontwikkelen van vaardigheden, die nodig zijn voor het leveren van rekenprestaties. Wij toonden aan dat vaardigheden van kleuters de algemene rekenprestaties (Cito) van drie jaar later voorspellen. Dit suggereert dat goede programma's voor de start (groep 3) van het formele onderwijs de onderwijsresultaten op lange termijn mogelijk kunnen verbeteren. Verder suggereren onze bevindingen dat hoge WG-capaciteit maar ook bekwaamheid in verwerkingsvaardigheid van nonsymbolische en symbolische hoeveelheden, versterkende en beschermende factoren zijn voor de ontwikkeling van rekenvaardigheden. In de eerste schooljaren zou het onderricht zich moeten richten op het leren verwerken van kleine en grote nonsymbolische en symbolische aantallen. Later, in groep 4, zou het toetsen en het onderwijs zich meer moeten richt op de verwerking van grote symbolische aantallen.​

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. E.C.D.M. van Lieshout
Vrije Universiteit Amsterdam
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.