Gebruik van animaties in basisonderwijs

Projectnummer
411-10-905
Titel
Yes Wii Can: An Embodied Cognition Approach to Improving the Design of Animations for Primary Education
Programma
Samenhangende onderzoeksprojecten
Organisatie
NRO
Looptijd
1-6-2011 t/m 31-7-2016
Onderwijssector
basisonderwijs
Thema
ICT en onderwijs
Status
Afgerond

Yes Wii can! Helpen gebaren bij het leren met animaties? 

Eerder onderzoek heeft laten zien dat het observeren en zelf maken van gebaren (bijvoorbeeld tijdens het rekenen of het leren van woorden), de mentale belasting kan verlagen en het leerresultaat kan verbeteren. Of dit ook geldt voor het leren van animaties, was nog niet bekend. We gingen op zoek naar het antwoord op die vraag, in vier projecten waarin animaties op het gebied van wiskunde, taal, en wetenschap & techniek gebruikt werden. In het project werd gebruik gemaakt van Nintendo Wii technologie (remote en balance board) en LEAP Motion technologie om de animaties
middels gebaren aan te sturen.

Promovendus Michael Wiemers (Radboud Universiteit Nijmegen) onderzocht het effect van het maken van gebaren op het leren van wiskunde animaties. Zijn onderzoek, gedeeltelijk gedaan met behulp van een Wii-controller, laat het belang zien van zowel ruimtelijke als motorische representaties tijdens het beginnend leren van rekenen.

Het onderzoek van promovendus Lysanne Post (Erasmus Universiteit Rotterdam) had betrekking op het leren van animaties over een (kunstmatige) grammaticaregel, waarin uitgelegd werd hoe je een zin in de bedrijvende (actieve) vorm omzet naar de lijdende (passieve) vorm (in de kunstmatige grammatica vond dezelfde transformatie plaats, maar met symbolen in plaats van woorden). Kinderen in de controle conditie zagen animaties waarin de woorden ‘als vanzelf’ van plek wisselden tijdens het omzetten van de zin. Kinderen in de experimentele conditie zagen animaties waarin een hand de woorden “vastpakte” en ze van de ene naar de andere locatie bewoog.

De resultaten van verschillende studies tonen aan dat het zien van die hand, direct meebewegen met die hand, of het na elke stap nadoen van de beweging, geen positief effect had op het leren van de regel (voor kinderen met lagere taalvaardigheid had het zelfs een negatief effect). Eerst kijken naar een video van iemand die de hele transformatieregel voordoet (met de LEAP Motion) en het daarna zelf doen of je inbeelden dat je het zelf doet, bleek wel effectiever te zijn dan het enkel kijken van die video.

Promovendus Wim Pouw (Erasmus Universiteit Rotterdam) deed onderzoek naar gebaren tijdens leren met animaties over de werking van hefbomen (wip). Kinderen zagen een animatie waarin werd uitgelegd hoe de balans van een wip beïnvloedt wordt door gewichten ten opzichte van de positie van het draaipunt, met of zonder “lichaamsanalogie” (een torso met armen over de wip geprojecteerd). Voor kinderen met lagere Cito rekenscores lijkt de lichaamsanalogie het leren te bevorderen. Een studie met jongvolwassenen liet geen voordeel zien van het betekenisvol interacteren met de animaties middels een Wii BalanceBoard (vergeleken met niet-betekenisvolle of minimale interactie). Pouw onderzocht ook het effect van gebaren tijdens het mentaal probleem-oplossen (voorafgaand aan daadwerkelijk probleem-oplossen).
Jongvolwassenen en kinderen gebaren meer wanneer de taak moeilijker is (d.w.z. de mentale belasting hoger is), wat suggereert dat het gebaren een geheugensteuntje biedt. Dat idee wordt versterkt door de bevinding dat het gebaren ook tot betere prestatie leidde voor jongvolwassenen die een lage werkgeheugencapaciteit hadden en dat er door het maken van gebaren minder oogbewegingen gemaakt werden tijdens het mentaal simuleren van de oplossing.

Tot slot lieten postdocs Lea Hald en Simon Hazenberg middels EEG zien dat neurale activiteit in de perceptuele en motorische systemen tijdens het woordleren, gelijk opgaat met de leerprestaties. Deze neurocognitieve data onderstrepen het belang van het lichaam tijdens het woordleren.

Al met al blijkt uit dit project dat er geen eenduidig antwoord te geven is op de vraag of het observeren en zelf maken van gebaren tijdens het leren van/met animaties de leidt tot lagere werkgeheugenbelasting en betere leeruitkomsten. Het effect van gebaren lijkt af te hangen van de leerstof die in de animaties wordt aangeboden en van individuele kenmerken (zoals taalvaardigheid, rekenvaardigheid, werkgeheugencapaciteit) van de lerende.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. T.A.J.M. van Gog
Erasmus Universiteit Rotterdam
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.