Beter schrijfonderwijs op de basisschool

Projectnummer
411-11-857
Titel
Beter schrijfonderwijs op de basisschool
Programma
Organisatie
NRO
Looptijd
1-1-2012 t/m 15-11-2016
Onderwijssector
po
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - lezen en schrijven, Leren en onderwijzen
Status
Lopend

Een goede schrijfvaardigheid is voor kinderen op de basisschool van groot belang voor hun vervolgopleiding, hun dagelijks leven en om later goed te kunnen functioneren in het maatschappelijk verkeer. Kinderen hebben echter veel moeite met het goed kunnen schrijven van teksten, zo bleek uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs (2010) en uit recent peilingsonderzoek (Kuhlemeier et al., 2014). De teksten van achtste groepers bleken niet te voldoen aan de prestatiestandaarden voor schrijfvaardigheid, zoals deze zijn beschreven in het ‘Referentiekader Taal en Rekenen’. Het minimumniveau (1F) wordt door het overgrote deel van de kinderen niet gehaald.
Een mogelijke verklaring is dat basisscholen zich sterker richten op lezen en woordenschat dan op schrijven of stellen. Het lijkt erop dat het schrijfonderwijs een verwaarloosd onderdeel is binnen taalonderwijs. Bovendien laat het huidige schrijfonderwijs inhoudelijk en didactisch vaak te wensen over. Zo maken leerkrachten – bij de vormgeving van hun stelonderwijs – niet of nauwelijks gebruik van recente wetenschappelijke inzichten over wat goed werkt bij het leren schrijven.

Een nieuw schrijfprogramma bij Nieuwsbegrip

Het doel van dit project was om het schrijfonderwijs op de basisschool een nieuwe impuls te geven, door een schrijfprogramma voor groep 5 tot en met 8 te ontwikkelen en te beproeven. Het programma is geschreven door de makers van Nieuwsbegrip (een veelgebruikte online leesmethode), in nauwe samenwerking met de onderzoeksgroep Taalonderwijs van de Universiteit van Amsterdam. In het lesmateriaal staan vijf principes centraal, ontleend aan onderzoek naar effectief leren schrijven:

  1. Leerlingen schrijven over of naar aanleiding van actuele onderwerpen uit het nieuws;
  2. Leerlingen schrijven met een bepaald doel voor een bepaald publiek; zo mogelijk worden hun teksten ook echt gelezen door de doelgroep;
  3. In de lessen wordt veel aandacht besteed aan verschillende fasen in het schrijfproces: het genereren en structureren van ideeën, het formuleren en het herzien van de tekst op basis van lezersfeedback;
  4. Leerlingen leren teksten te schrijven in verschillende genres: beschrijving, instructietekst, verklarende tekst en betogende tekst; daarnaast is er ruimte voor creatief schrijven;
  5. Voor ieder genre leren leerlingen een stappenplan of strategie; de strategieën worden expliciet onderwezen, de leerkracht demonstreert het gebruik ervan.

Per genre zijn er drie soorten lessen ontwikkeld: een ervaarles (eerste kennismaking met het genre, observeren van lezers), een instructieles (introductie van de genrespecifieke strategie) en een oefenles (oefenen met de strategie).
Iedere schrijfles (41 in totaal) is voorzien van een docentenhandleiding, die onder andere concrete handvatten bevat voor demonstreren van de strategie, samenwerkend leren, differentiëren naar niveau en het beoordelen van leerlingteksten.

Effectiviteit onderzocht

Circa 50 leerkrachten hebben het schrijfprogramma uitgevoerd, in twee achtereenvolgende jaren (2013-2014 en 2014-2015). Een deel van hen ontving daarnaast scholing en coaching. Een controlegroep gaf schrijfonderwijs zoals men dat gewend was.
Door middel van lesobservaties, interviews, vragenlijsten en logboekjes is informatie verzameld over opvattingen van de leerkrachten over schrijven en schrijfonderwijs, en over hun lespraktijk. De schrijfprestaties van leerlingen zijn in kaart gebracht door drie maal per jaar schrijftaken af te nemen: voor, tijdens en na het project.

Verbetering waargenomen

Leerkrachten reageerden over het algemeen positief op het schrijfprogramma. Enkele uitspraken: “Naast de verbeterde kwaliteit merkt het team dat kinderen veel plezier beleven aan deze stellessen” en “Het mooiste van dit project vind ik dat je als leerkracht betrokken bent geweest bij het ontwikkelen van de methode.”
De lessen in het schrijfprogramma bleken effectief. Voor deze lessen gold dat de tijd die besteed werd aan schrijfonderwijs kwaliteitswinst opleverde voor de schrijfvaardigheid van leerlingen. Voor de gewone lessen in de controlegroep gold dat niet: leerkrachten die relatief veel lessen gaven, boekten daarmee geen leerwinst.​


Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. G.C.W. Rijlaarsdam
Universiteit van Amsterdam
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.