Toepasbaarheid van scaffoldingstechnieken bij zelfregulatievaardigheden zoals monitoren en evalueren

Projectnummer
411-12-015
Titel
Scaffolding self-regulation: Effects on the acquisition of domain-specific skills and self-regulated learning skills
Programma
Organisatie
NRO
Looptijd
1-5-2013 t/m 31-12-2017
Onderwijssector
vo
Thema
Leren en onderwijzen, Schooleffectiviteit, Toetsen en beoordelen
Status
Afgerond

Het hoofddoel van dit project was onderzoeken of technieken die effectief zijn gebleken om het leren van domein-specifieke vaardigheden te ondersteunen, ook ingezet kunnen worden om zelfregulatievaardigheden te verbeteren, zoals het monitoren en evalueren van het eigen leerproces en het bepalen van volgende studieactiviteiten.

De technieken die zijn onderzocht zijn: modelvoorbeelden, waarin medeleerlingen (de modellen) laten zien hoe zij succesvol zelfregulatievaardigheden uitvoeren; online tutors (pedagogical agents), waarin leerlingen een computer-gebaseerde dialoog met een online tutor aangaan, gericht op de ontwikkeling van zelfregulatievaardigheden; en metacognitieve checklists die richtinggevende vragen bevatten die leerlingen kunnen gebruiken tijdens zelfregulatie, bijvoorbeeld vragen over de ervaren moeilijkheid van een uitgevoerde taak en vragen met betrekking tot moeilijkheid en geboden ondersteuning bij een volgende taak.​

Uit het eerste deelproject is gebleken dat training met videovoorbeelden het zelfgereguleerd leren bevordert, maar dat er geen transfer optreedt naar andere vakken. De leerlingen hebben dus wellicht meer ondersteuning nodig. Om de training voor de zelfregulerende vaardigheden verder te verbeteren, kregen leerlingen in een volgende serie experimenten feedback die zich focuste op de accuratesse van hun zelfinschattingen.

Het eerste experiment in de serie liet zien dat de feedback niet leidde tot een verbetering van de zelfinschattingen die gemaakt werden zonder dat de feedback aanwezig was. Er was zelfs sprake van een lichte negatieve invloed van de feedback op de zelfinschattingen. In het tweede experiment in de serie werden correcte antwoorden toegevoegd aan de feedback om als standaard te dienen voor de zelfinschattingen. Deze standaarden zorgden niet voor een verbetering van zelfinschattingen gemaakt zonder dat er feedback aanwezig was.

Omdat combineren van interventies (training met videovoorbeelden en feedback) tot wederzijdse beïnvloeding kan leiden, is tot slot onderzocht of het gebruik van feedback een effect kan hebben op de perceptie van mentale inspanning. Dit lijkt duidelijk het geval, met als gevolg dat geselecteerde taken (op basis van de mentale inspanning) mogelijk niet de juiste taken zijn voor een leerling.

Het tweede deelproject onderzocht hoe middelbare scholieren hun leertaken selecteren van een database. Dit heeft meer inzicht geboden in de manieren waarop dit proces kan worden gestuurd. Dit deelproject heeft geresulteerd in een nieuw model over verschillende factoren die belangrijk zijn voor het selecteren van taken, zoals het gebruik van zelfinschattingen en motivatie. Met deze factoren kunnen taken worden geselecteerd die goed aansluiten bij het huidige vaardigheidsniveau van de leerling.

De resultaten van het eerste experiment suggereren dat studenten een aangereikt model voor het kiezen van leertaken wel kunnen gebruiken maar dat beslissingen nogal eens gebaseerd zijn op inaccurate zelfinschattingen. In een volgend experiment werd duidelijk dat inferentiële sturing, mits gebruikt, een positief effect op het taakselectieproces kan hebben. In daaropvolgende experimenten is gebleken dat motivatie een belangrijke voorspeller is voor het al dan niet conformeren aan sturing en taakselectieadvies.

Het derde deelproject onderzocht het leren van zelfregulatievaardigheden met metacognitieve checklists. Deze checklists bevatten richtinggevende vragen die leerlingen kunnen gebruiken tijdens zelfregulatie, bijvoorbeeld vragen over de ervaren moeilijkheid van een uitgevoerde taak en vragen met betrekking tot moeilijkheid en geboden ondersteuning bij een volgende taak.

Resultaten laten zien dat sommige vragen het zelfregulatieproces gunstig kunnen beïnvloeden. De combinatie van zelfregulatieprompts en instructie/training voorafgaand aan die prompts leidt tot betere leeruitkomsten dan zelfregulatieprompts of instructie/training alleen. Zelfinschattingsprompts (via betere keuze taakcomplexiteit) en prestatiefeedback (via betere keuze ondersteuning in taak) kunnen de taakselectie verbeteren en er is ook aanwijzing dat prestatiefeedback een positief effect op leerkomsten heeft. Metacognitieve vragen over een te kiezen volgende leertaak lijken te moeten worden gecombineerd met andere vragen of instructie om een neiging naar moeilijkere volgende leertaak ondanks fouten in de leertaak zojuist afgerond tegen te gaan.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. J.J.G. van Merriënboer
Maastricht University
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.