Projectendatabase onderwijsonderzoek

Welkom in de projectendatabase onderwijsonderzoek van het NRO. In deze database vindt u alle onderzoeksprojecten van het NRO, aangevuld met onderzoeksprojecten van andere organisaties. Meer informatie over deze database.

Samenhang tussen kenmerken van leerlingen en onderwijsgerelateerde factoren bij excellentie

Titel
Developmental trajectories to excellence: Examining the interplay between students potential ability, background, motivational, emotional, social, and educational characteristics to explain excellence
Onderwijssectori
De sector waar het project zich op focust. Een project kan op meerdere sectoren betrekking hebben.
basisonderwijs, vo
Thema
Differentiatie en omgaan met verschillen, Onderwijsloopbanen en overgangen in het onderwijs
Organisatiei
Door welke organisatie wordt het project uitgezet. NB: dit is niet per definitie hetzelfde als de instelling van uitvoering.
NRO
Instelling projectleider
Universiteit van Amsterdam
Naam projectleider
Prof. dr. T.T.D. Peetsma
Statusi
Indicator of het project reeds afgerond, lopend, of nog aankomend is.
Afgerond
Looptijd
15-3-2013 t/m 31-3-2016
Programma
Projectnummer
411-12-605

Veel begaafde leerlingen blijken zich op school niet optimaal ondersteund of uitgedaagd te voelen. Als gevolg hiervan raken veel begaafde leerlingen gedemotiveerd en voelen ze zich verveeld of minder prettig op school. Eén van de ontwikkelingen die daarom de laatste jaren is waar te nemen is dat er steeds meer speciale voorzieningen voor begaafde leerlingen ontstaan buiten het reguliere onderwijs. Deze speciale voorzieningen zijn onder te verdelen in (1) voltijdvoorzieningen, zoals Leonardoklassen en (2) deeltijdvoorzieningen, waar bovenschoolse plusklassen onder worden verstaan waar leerlingen een dag of dagdeel per week naar toe gaan.

In dit onderzoek is o.a. nagegaan in hoeverre deze speciale voorzieningen bijdragen aan de motivatie en het emotioneel welbevinden van begaafde leerlingen. Aan het onderzoek hebben 51 klassen met 985 basisschoolleerlingen uit groep 6 tot en met groep 8 deelgenomen afkomstig uit regulier onderwijs (17 klassen), voltijd begaafdenonderwijs (14 klassen) en deeltijd begaafdenonderwijs (20 klassen). Gedurende een schooljaar zijn de intelligentie, achtergrondkenmerken en de ontwikkelingstrajecten van deze leerlingen (op het gebied van motivatie, emoties, sociale relaties) in kaart gebracht. De uitkomsten lieten geen effecten zien van het volgen van voltijd begaafdenonderwijs. Daarentegen liet het deeltijd begaafdenonderwijs (bovenschoolse plusklassen) wel positieve uitkomsten zien. Vergeleken met even begaafde leerlingen op reguliere scholen hebben begaafde leerlingen die deeltijd begaafdenonderwijs volgen een positiever emotioneel welbevinden en dit neemt verder toe in de loop van het schooljaar. Zo voelen ze zich steeds prettiger en vervelen ze zich steeds minder. Ook de motivatie en inzet ligt hoger en neemt verder toe in vergelijking met begaafde leerlingen op reguliere scholen. Er lijkt echter ook een keerzijde te zijn van het volgen van deeltijdonderwijs voor begaafde leerlingen. Op de zogenaamde reguliere thuisschool van deze leerlingen bleek de motivatie en inzet van de begaafde leerlingen juist af te nemen. Het volgen van deeltijdonderwijs leek ervoor te zorgen dat de begaafde leerlingen kritischer werden naar hun thuisschool en dat ze zich extra slim gingen voelen op hun reguliere thuisschool, waardoor ze minder noodzaak ervaarden om zich daar in te spannen voor hun schoolwerk. Het bieden van deeltijd begaafdenonderwijs is dus niet voldoende om deze leerlingen optimaal uit te dagen. Belangrijk is ook dat deze leerlingen ook de andere dagen van de week op hun reguliere school voldoende uitgedaagd worden. Ook bij een bovenschools programma dat zich specifiek richtte op talentvolle leerlingen uit achterstandswijken werden positieve effecten gevonden op de motivatie en het emotioneel welbevinden, bij deze leerlingen vertaalden de positieve effecten zich wel door naar hun reguliere school.

In een andere studie naar mogelijke oorzaken van onderpresteren werd de rol van klasgenoten onderzocht. Er werd nagegaan of begaafde leerlingen mogelijk eerder geneigd waren tot onderpresteren wanneer klasgenoten negatiever waren over het behalen van hogere cijfers. Voor zowel begaafde als regulier begaafde leerlingen gold dat wanneer klasgenoten een negatievere norm hadden, zij het behalen van hoge cijfers meer gingen vermijden.

Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.