Invloed van verrijkingsprogramma’s op de leerprestaties van hoogbegaafde leerlingen

Projectnummer
411-12-637
Titel
Does the tide rise all ships? Estimating the impact of an enrichment program on the educational achievement of excellent students using two experiments
Programma
Organisatie
NRO
Looptijd
1-10-2012 t/m 31-12-2015
Onderwijssector
vo
Thema
Differentiatie en omgaan met verschillen
Status
Lopend

Veel onderwijskundigen bepleiten uitdagend onderwijs voor excellente leerlingen. Zij zien dat excellente leerlingen zich sneller vervelen en derhalve ondermaats presteren. Deze leerlingen hebben meer uitdaging nodig om beter te kunnen presteren. Veel scholen onderschrijven het probleem van onderpresteren en bieden extra uitdaging aan excellente leerlingen in de vorm van zogenaamde verrijkings/verbredingsprogramma’s.

Ondanks dat verrijkings/verbredingsonderwijs steeds populairder wordt, bestaat er geen (of nauwelijks) empirisch bewijs die de voordelen van verrijken/verbreden van excellente leerlingen onderschrijft. Wat de empirische analyse bemoeilijkt is het probleem van de niet-willekeurige selectie. Een school selecteert excellente leerlingen en biedt hen vervolgens de mogelijkheid tot verrijking/verbreding. Als vervolgens blijkt dat de schoolprestaties van excellente leerlingen beter zijn dan van andere leerlingen, blijft het onduidelijk of het verschil komt door het volgen van verrijkings/verbredingsonderwijs of door het selecteren van excellente (en doorgaans beter presterende) leerlingen.

In dit onderzoek evalueren we een bestaand verrijkings/verbredingsprogramma op een Nederlands gymnasium. Deze school biedt een unieke mogelijkheid om wel een causale relatie te leggen tussen onderwijsverrijking/verbreding en het effect hiervan op de leerprestaties van excellente leerlingen. Op deze school bestaat sinds de jaren tachtig een excellentieprogramma onder de naam verbreding dat een interessant selectiemechanisme hanteert. De school laat elk nieuw cohort brugklasleerlingen testen bij het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) van de Radboud Universiteit. Met deze testen hoopt de school meer informatie te krijgen over cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden van de leerlingen. De intelligentietest vormt de belangrijkste test voor de selectie van leerlingen voor het excellentieprogramma. Als basisregel stelt de school dat leerlingen die hoger scoren dan een bepaalde grenswaarde in aanmerking komen voor het verrijkings/verbredingsprogramma.

Het causale effect van het verbredingsprogramma wordt verkregen door de uitkomsten van leerlingen die de selectiegrens net wel halen te vergelijken met de uitkomsten van leerlingen die de selectiegrens net niet halen. De intuïtie achter een dergelijk ontwerp is dat leerlingen die de selectiegrens nét halen, niet zo veel anders zijn dan de leerlingen die de selectiegrens nét missen. Het belangrijkste verschil tussen deze twee groepen is dat de leerlingen die net wel zijn geselecteerd, blootgesteld worden aan verbredingsonderwijs en de leerlingen die net niet zijn geselecteerd hebben het onderwijs niet ondergaan. Elk verschil in cijfers voor bijvoorbeeld de vakken wiskunde, Nederlands en Engels op de selectiegrens, mag als gevolg worden toegeschreven aan het verbredingsonderwijs.

We vinden dat leerlingen door deelname aan het verbredingsprogramma hogere cijfers halen, vaker kiezen voor natuur en techniek als eindexamen profiel (met name onder meisjes), en zich zelf zien als goede leerlingen. Deze postieve effecten vinden we eveneens terug in de keuze voor een universitaire studie. De leerlingen blootgesteld aan het verbredingsprogramma kiezen voor meer uitdagende studies, met gemiddeld een hoger rendement.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. E.J.S. Plug
Universiteit van Amsterdam
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.