Voorschoolse opvang en educatie in peuterzalen en kinderopvanginstellingen

Projectnummer
413-09-072
Titel
Voorschoolse opvang en educatie in peuterzalen en kinderopvanginstellingen
Programma
Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)
Organisatie
NRO
Looptijd
1-12-2009 t/m 29-11-2013
Onderwijssector
vve
Thema
Beleid en bestel, Organisatie en management, Segregatie en achterstandsbestrijding
Status
Afgerond

In Nederlandse kinderdagverblijven en peuterspeelzalen is over het algemeen de sfeer goed, maar worden jonge kinderen onvoldoende gestimuleerd om zich te ontwikkelen. In voorschoolse voorzieningen waar peuters deze stimulans wél krijgen, heeft dit een positief effect op hun vermogen de aandacht ergens op te richten. Pedagoog Pauline Slot stelt dit vast in haar onderzoek naar de emotionele en educatieve kwaliteit van crèches en peuterspeelzalen voor kinderen van nul tot vier jaar.

Op Nederlandse crèches en peuterspeelzalen is de sfeer goed, de leidsters staan open voor signalen van de kinderen en ze leven zich goed in hen in. Op emotionele kwaliteit scoren de voorschoolse voorzieningen dus gemiddeld tot hoog. Nederlandse peuters worden echter weinig aangemoedigd en begeleid in de ontwikkeling van taal- en cognitieve vaardigheden zoals nieuwe woorden leren, doelen stellen, plannen maken en doorzetten. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn bijvoorbeeld: voorlezen, samen puzzels maken, kringgesprekken voeren of ‘doen alsof’ fantasiespel. Op educatieve kwaliteit scoren Nederlandse crèches en peuterspeelzalen laag tot gemiddeld.

Ontwikkeling van kinderen

Dit wordt geconcludeerd op grond van observaties in 276 groepen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen, enquêtes onder leidsters en tests die bij de kinderen werden afgenomen. Waarnemingen werden beoordeeld aan de hand van het Classroom Assessment Scoring System (CLASS), een in Amerika ontwikkeld observatie-instrument dat zij voor de Nederlandse situatie aanpaste en dat internationale vergelijking mogelijk maakt. Dit werk maakt deel uit van Pre-COOL, een grootschalig onderzoek in opdracht van het ministerie van OCW en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. Doel van Pre-COOL is vast te stellen in hoeverre voorschoolse opvang en educatie bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Het onderzoek geeft de eerste aanwijzingen dat zo’n effect er inderdaad is.

Effecten

Bij 850 twee- en driejarige peuters verspreid over 185 groepen, is gekeken naar de effecten van de kwaliteit van voorzieningen op twee ontwikkelingsaspecten: woordenschat en aandachtsfunctie. Uit deze tests komt naar voren dat er inderdaad effecten zijn. Hoe hoger de educatieve kwaliteit van de crèche of peuterspeelzaal, hoe beter de kinderen hun aandacht gericht kunnen inzetten, zo blijkt. Deze aandachtsfunctie is een belangrijk onderdeel van het vermogen om te leren.
Ook blijkt dat hoe hoger de emotionele kwaliteit van de opvang is, hoe meer de kinderen hun woordenschat uitbreiden. Ten slotte is een effect gevonden van ‘vrij spel’. Gemiddeld besteden de kinderen hieraan 30 tot 35 procent van een ochtend. Ze spelen dan zonder begeleiding van een leidster. De onderzoekers vonden dat naarmate de kinderen meer tijd besteden aan vrij spel, zij zowel hun woordenschat als hun aandachtsfunctie minder goed ontwikkelen.
peuter.

Professionele ontwikkeling

De wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) uit 2010 schrijft voor dat gemeenten alle jonge kinderen een goede voorschoolse begeleiding moeten aanbieden. Peuters met een taalachterstand moeten worden geholpen deze in te halen, stelt de wet. Uit dit onderzoek blijkt dat er nog winst te behalen is wat betreft de educatieve kwaliteit van crèches en peuterspeelzalen. De beste manier om dit doel te bereiken is leidsters op de werkvloer continu te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling.
Dit kan door peuters systematisch te observeren, regelmatig in het team de pedagogische aanpak te bespreken, te leren van collega’s, leidsters persoonlijk te begeleiden en trainingen aan te bieden. Bij voorschoolse voorzieningen waar dit gebeurde, was de educatieve kwaliteit hoger dan bij crèches en peuterspeelzalen waar dit niet gebeurde. Ook het werken met een educatief programma droeg bij aan de kwaliteit. Groepsgrootte en opleidingsniveau van de leidsters hadden een veel minder sterk effect op de educatieve kwaliteit.

Dit onderzoek werd gefinancierd vanuit het beleidsgerichte onderwijsonderzoek van het NRO.​

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Prof. dr. P.P.M. Leseman
Universiteit Utrecht
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.