Aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en verdere schoolloopbaan

Projectnummer
413-09-073
Titel
Aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en verdere schoolloopbaan
Programma
Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)
Organisatie
NRO
Looptijd
1-10-2009 t/m 18-3-2013
Onderwijssector
vve, po
Thema
Beleid en bestel, Differentiatie en omgaan met verschillen, Onderwijsloopbanen en overgangen in het onderwijs
Status
Afgerond

Om blijvende effecten van voor- en vroegschoolse educatie (VVE)-programma’s te bereiken, wordt het realiseren van een doorgaande ontwikkelingslijn ná de kleutergroepen noodzakelijk geacht. In dit  onderzoek zijn twee ‘overgangen’, die van belang zijn voor het realiseren van een door lopende ontwikkelingslijn, onderzocht:

  • De aansluiting tussen de voorschoolse educatie (op de peuterspeelzaal of in de kinderopvang) en de vroegschoolse educatie op de basisschool, en
  • De overgang in de basisschool, van de kleutergroepen naar het ‘echte leren’ in groep 3 en verder.

Via interviews zijn data verzameld bij 33 koppels van basisscholen en voorschoolse instellingen (meest peuterspeelzalen, een enkele keer een kinderopvanginstelling). Verder is via secundaire analyses op de databestanden COOL en pre-COOL nagegaan of een sterkere mate van een doorgaande lijn (voor beide ‘breuken’) een positief effect heeft op de leerprestaties van leerlingen.

Aansluiting tussen voor- en vroegschool

Uit de interviews, maar ook uit vragenlijsten die afgenomen zijn in pre-COOL komt een overwegend positief beeld naar voren van de mate waarin de aansluiting tussen voor- en vroegschool wordt gerealiseerd. Er is sprake van afstemming van programma’s, onderling overleg, gezamenlijke scholing, verdere aanvulling en ontwikkeling van programma’s, didactiek en volgsystemen, en de meeste doelgroepkinderen volgen inderdaad zowel in de voor- als in de vroegschool een VVE-programma. Er is interesse in de ontwikkeling in de richting van startgroepen (voorschoolgroepen onder de regie van de basisschool, waarin onder andere gewerkt wordt met een HBO-opgeleide pedagogisch medewerker en een aanbod van vijf dagdelen per week) en hier en daar is men daar ook lokaal al mee bezig. Er worden in de onderzochte locaties veel inspanningen geleverd die in lijn zijn met de verwachtingen daarover in het VVE-beleid.

Er blijkt echter sprake van een negatieve samenhang tussen doorgaande lijn in termen van gevolgd programma en zowel de cognitieve vaardigheden (taal en rekenen) als sociale competentie van kinderen in groep 2, ook na controle voor individuele achtergrondkenmerken.

De verklaring moet gezocht worden in de mogelijkheid dat de beschikbare individuele controlevariabelen (nog) onvoldoende corrigeren voor de verschillen in sociale achtergrond van leerlingen die wel of geen doorgaande lijn hebben gevolgd. Deze veronderstelling kan ook helpen begrijpen waarom er negatieve effecten zijn gevonden van enkele kwaliteitsaspecten van de doorgaande lijn. Meer ervaring van leidsters en leerkrachten, meer contact tussen voor- en vroegschool en beter gebruik van het volgsysteem blijkt samen te gaan met lagere prestaties in groep 2. Dit wordt logisch als we bedenken dat op instellingen en scholen waar de zwaarste achterstandsgroep aanwezig is ook de meeste inspanningen worden gedaan om de doorgaande lijn te realiseren. Kennelijk is dat nog niet genoeg om de achterstand die deze groep heeft ten opzichte van meer kansrijke kinderen weg te werken.

Aansluiting tussen groep 2 en groep 3

De geïnterviewden in dit onderzoek vinden de aansluiting groep 2 – groep 3 overwegend verbeterd ten opzichte van vroeger, en wijzen daarbij vooral op het systematischer toetsen en de meer gerichte voorbereiding aan de hand van leerdoelen in de kleutergroepen. De SLO-leerlijnen die voor jonge kinderen zijn opgesteld spelen hier een belangrijke rol, ze worden in ieder geval veel gebruikt voor screening en vernieuwing van het eigen programma. Dat bevordert de doelgerichtheid en het leidt ook tot bijstellen van de doelen in de kleutergroepen naar boven (hogere eisen).

Toch vonden we geen positieve effecten van meer of betere doorgaande lijn van groep 2 naar groep 3; in een enkel geval (rekenprestaties) zelfs negatieve effecten. Ook hier kan een mogelijke verklaring zijn dat juist op scholen waar kinderen zitten met zwaardere achterstand er extra doelen worden gesteld met betrekking tot de overgang van groep 2 naar groep 3 en er sprake is van meer (taal)stimulering in groep 2. Dit heeft echter kennelijk nog niet als resultaat dat op de langere termijn (de effectmaten zijn de prestaties in groep 5) de achterstand voldoende wordt teruggedrongen.

Deze tekst is een ingekorte versie van de samenvatting van het eindrapport; zie bij Publicatie(s) hieronder.​


Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Drs. A.M. Veen
Universiteit van Amsterdam
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reacties. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.