Technische leesvaardigheid in het Praktijkonderwijs – OnderwijsBewijs

Projectnummer
ODB08011
Titel
Verbetering van functionele geletterdheid bij zwakke lezers en schrijvers in het VO
Programma
Organisatie
Onderwijs Bewijs
Looptijd
1-4-2009 t/m 31-12-2013
Onderwijssector
vo
Thema
Domeinspecifieke aspecten van onderwijs en vakdidactiek - lezen en schrijven, ICT en onderwijs, Leerproblemen, Leren en onderwijzen, Onderwijsaanbod, OnderwijsBewijs
Status
Afgerond

Leerlingen die het voortgezet onderwijs binnenkomen, zouden het technisch lezen wel onder de knie moeten hebben, is de gedachte. Het tegendeel is echter waar, ze leren nog steeds bij. Met behulp van een geprotocolleerd interventieprogramma kunnen leerlingen die nog moeite hebben met lezen hun leesvaardigheid verbeteren, zeker in het Praktijkonderwijs.

Zwakke lezers identificeren

De interventie bestond uit lessenreeks ontwikkeld voor PrO/vmbo/havo/vwo. Doel was om zwakke lezers uit de brugklas te identificeren en hun technische leesvaardigheid aan de hand van een aantal technieken te verbeteren. Een aantal technieken was in het lesmateriaal verwerkt, zoals RALFI-lezen. Andere werden door docenten ingezet, bijvoorbeeld: sociaal-emotionele ondersteuning bieden en oplossingsgericht werken. Het programma werd uitgevoerd in kleine groepjes van 4-6 leerlingen, buiten de klas.

SprintPlus

Praktijkonderwijsleerlingen blijken hun technische leesvaardigheid op woordniveau (losse woorden) sneller te ontwikkelen dankzij de interventie. Een aantal leerlingen kreeg de interventie aangeboden met compenserende software (SprintPlus). Deze software vermindert de cognitieve belasting voor zwakke lezers en schrijvers. Dat doet die door onder andere de tekst hardop voor te lezen, waarbij de voorgelezen tekst wordt gemarkeerd en bij schrijven de tekst die wordt geschreven, hardop voor te lezen. Het gebruik van SprintPlus had geen extra leereffect bovenop het effect van de interventie. Bij de vmbo en havo/vwo-leerlingen was geen effect van de interventie op hun technische leesvaardigheid op woordniveau.

Resultaten van de interventie

De interventie hielp leerlingen van alle schoolniveaus wel verder bij de ontwikkeling van technische leesvaardigheid op tekstniveau. De leerlingen moesten de tekst zo snel mogelijk, maar ook foutloos lezen. Alle leerlingen, zowel uit de controlegroep als uit de interventiegroep, waren beter gaan lezen. Leerlingen lazen op het tweede meetmoment op zowel de 2×4 minutentoets als de AVI-9 leestoets ongeveer 6-7% meer woorden goed per minuut op het tweede dan op het eerste meetmoment.
Daarnaast werd verwacht dat leerlingen die de tekst sneller lezen meer fouten maken. Dat gebeurde inderdaad in de controlegroep die niet aan het interventieprogramma meedeed. Maar de leerlingen die wel aan het interventieprogramma meewerkten, gingen sneller én nauwkeuriger lezen, zowel met als zonder ondersteunende software. Ook hier had de software geen extra leereffect. Maar dat wil niet zeggen dat ondersteunende software geen nut heeft, stellen de onderzoekers.

Inzet van ondersteunende software

De inzet van de software binnen het experiment was beperkt van omvang. Zwakke lezers hebben er mogelijk wel baat bij omdat ze met behulp van ondersteunende software teksten kunnen lezen die anders voor hen niet toegankelijk zijn. Ze kunnen dan toch hun vocabulaire en kennis verbreden.

Uit een retentie-meting, zes maanden na de interventie, blijkt dat de effecten zijn verdwenen. Leerlingen met leesproblemen zouden daarom moeten blijven oefenen.

Projectleider

Naam projectleider
Instelling projectleider
Dr. R. Scharten
Expertisecentrum Nederlands
Relevante link(s)

Deze projectendatabase onderwijsonderzoek is in ontwikkeling en zal stap voor stap worden verbeterd. We horen graag uw reactie. Stuurt u deze alstublieft naar: webbeheer@nro.nl.