Bestuurlijk vermogen en de werking van professionaliseringsprikkels in het voortgezet onderwijs

Op deze pagina vindt u actuele informatie over het onderzoeksprogramma Bestuurlijk vermogen en de werking van professionaliseringsprikkels in het voortgezet onderwijs.

Doel van het programma
Voor deze subsidieronde konden aanvragen worden ingediend voor het uitvoeren van onderzoek naar twee thema’s die beleidsmatig van belang zijn als het gaat om de kwaliteit van het Nederlandse voortgezet onderwijs: 1) het bestuurlijk vermogen van schoolbesturen en 2) de werking van professionaliseringsprikkels in het vo.

Er is nog weinig empirisch onderzoek gedaan naar bestuurlijk vermogen in relatie tot onderwijskwaliteit en de effecten van professionaliseringsprikkels in het huidige stelsel. Het onderzoek moet bijdragen aan meer inzicht in het bestuurlijk vermogen: hoe geven besturen dit vorm en hoe werkt dit door op de kwaliteit van het onderwijs? Daarnaast moet het onderzoek inzicht geven in (de werking van) prikkels in het stelsel die gericht zijn op het bevorderen van de professionele kwaliteit van bestuurders, interne toezichthouders, schoolleiders en leraren.

Ten aanzien van het bestuurlijk vermogen leidt dit tot bijvoorbeeld de volgende vragen:

  1. Welke (typen) activiteiten ondernemen bestuurders om de kwaliteit van hun onderwijs te bevorderen?
  2. Welke voorbeelden zijn te vinden die inzicht bieden in de mate en vorm waarin bestuurlijke activiteiten van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs?
  3. Welke rol speelt de interactie tussen bestuurders, intern toezichthouders, schoolleiders en medezeggenschap hierin?

Ten aanzien van professionaliseringsprikkels geeft dit aanleiding tot bijvoorbeeld de volgende vragen:

  1. Welke typen professionaliseringsprikkels zijn in het onderwijsstelsel te vinden die gericht zijn op bestuurders, interne toezichthouders, medezeggenschap, schoolleiders en leraren? Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan prikkels die voortvloeien uit wet- of regelgeving, aan prikkels van financiële aard en aan prikkels vanuit het toezicht.
  2. Wat zijn de beoogde, uitgevoerde en bereikte doelen van de professionaliseringsprikkels gericht op bestuurders, interne toezichthouders, schoolleiders en leraren?
  3. Zijn er prikkels in het stelsel te onderscheiden die in het kader van de bevordering van de kwaliteit van het onderwijs mogelijk een negatieve werking hebben op het handelen van bestuurders, interne toezichthouders, schoolleiders en leraren?
  4. Welke (beoogde, uitgevoerde en bereikte) effecten van professionaliseringsprikkels kunnen worden beschreven in het basisonderwijs en eventueel andere (onderwijs)sectoren dan funderend onderwijs? Welke lessen zijn daar uit te trekken die vertaalbaar zijn naar het voortgezet onderwijs?

Voor onderzoek naar deze thema’s in de Nederlandse context ligt (quasi-)experimenteel onderzoek niet voor de hand. Onderzoekers worden uitgedaagd om alternatieve (kwalitatieve en/of eventueel kwantitatieve) methoden te gebruiken die enerzijds de plausibiliteit van bepaalde verbanden aangeven, anderzijds specifieke verbanden concretiseren, bijvoorbeeld in de vorm van case-studies. Het onderzoek dient betrekking te hebben op schoolbesturen van diverse grootte: van één of enkele scholen tot zeer veel scholen die onder één bestuur vallen.

Van onderzoekers wordt verwacht dat het onderzoek zoveel mogelijk aansluit bij reeds bestaande onderzoeken en ontwikkelingen. Zie de call for proposals voor voorbeelden daarvan.

Budget
Aanvragen konden worden ingediend met een looptijd van 3 jaar met een budget van maximaal € 564.000. Het onderzoek dient uiterlijk 1 januari 2020 te starten.
Het budget is afkomstig van het ministerie van OCW.

Veelgestelde Vragen

V: In de call staat: ‘Het is de bedoeling dat er in 2020 al tussenresultaten beschikbaar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een overzichtsstudie over wat er ten aanzien van de genoemde thema’s al bekend is.’ Zijn er specifieke onderzoeksvragen waar OCW in 2020 al antwoord op wenst te hebben?

A: Er zijn geen specifieke onderzoeksvragen waarop in 2020 al een antwoord wordt verwacht, in aanvulling op de suggesties die in de call staat omschreven. Uit de voorstellen moet een logische fasering van het onderzoek blijken.

V: Bij de vraag naar typen professionaliseringsprikkels: ‘Welke typen professionaliseringsprikkels zijn in het onderwijsstelsel te vinden die gericht zijn op bestuurders, interne toezichthouders, medezeggenschap, schoolleiders en leraren? Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan prikkels die voortvloeien uit wet- of regelgeving, aan prikkels van financiële aard en aan prikkels vanuit het toezicht. ‘ Over welke periode wenst OCW dat het antwoord op deze vraag betrekking heeft? Vanaf 2000, 2005, 2010, 2015?

A: De focus voor de overzichtsstudie ligt op (relatief) recent onderzoek en beleid, met 2010 als uitgangspunt voor het begin van de periode.

Helaas is er een typefout geslopen in het intentieverklaringsformulier. Er mogen 4 mede-aanvragers worden opgegeven. Het intentieverklaringsformulier op de financieringspagina is inmiddels vervangen door een nieuw document waarin aangegeven is dat er max. vier mede-aanvragers genoemd mogen worden.

Onder CV is inderdaad maximaal 200 woorden per persoon toegestaan. 1000 woorden is inderdaad krap. Bij een aanvraag met 3 mede-aanvragers is 1000 woorden wel de standaard. Het aanvraagformulier is vervangen door een correcte versie waarbij er 300 extra woorden in totaal beschikbaar worden gesteld voor ‘Samenstelling, deskundigheid, samenwerking en taakverdeling’ en ‘Samenwerking met andere organisaties’.

Er is geen formulier ‘samenstelling consortium’ beschikbaar voor deze ronde. De kwaliteit van het consortium (beoordelingscriterium 3) zal naar voren moet komen uit de cv’s van de hoofd- en mede-aanvragers en andere leden/samenwerkingspartners die elders in de aanvraag beschreven kunnen worden, zoals paragraaf 11. In het aanvraagformulier was opgenomen dat dat formulier er wel zou zijn, dit is inmiddels uit de nieuwe versie van het aanvraagformulier gehaald.

Toegekende projecten
N.v.t.

Bijeenkomsten
Ter voorbereiding was er op 16 april 2019 een expertmeeting. De meeting was een gesprek tussen relevante onderzoekers, het NRO en beleidsmakers van OCW, de VTOI-NVTK, de Inspectie en de VO-Raad. Met elkaar zijn de doelstelling, onderzoeksvragen en terminologie in de concept-call aangescherpt.

Contactpersonen
Rosanne Zwart
probo@nro.nl
tel. 070 349 4265

Manisha Ramesar
probo@nro.nl
tel. 070 349 4125