Concrete en onderbouwde ontwerprichtlijnen voor formatief toetsen

Hoewel tussentijdse, formatieve toetsen in het onderwijs vaak gebruikt worden om het leerproces te ondersteunen, is er nog weinig wetenschappelijke onderbouwing voor de wijze waarop dit soort toetsen ontworpen zouden moeten worden om de grootste effecten te sorteren. In de geheugenpsychologie wordt al decennia lang onderzoek gedaan naar ‘practice testing’, ofwel het oefenen met het tussentijds ophalen van informatie uit het geheugen door het beantwoorden van toetsvragen. Hoewel dit onderzoek zich eerst voornamelijk richtte op het geheugen, is er de laatste vijftien jaar meer en meer onderzoek gedaan naar ontwerpaspecten van de tussentijdse toetsen en hoe deze het effect van practice testing op het leren kunnen vergroten. Zo weten we bijvoorbeeld dat het soort toets en ook de spreiding tussen opeenvolgende formatieve toetsen het leren van tussentijds toetsen kan beïnvloeden. Echter, in de literatuur over formatieve toetsing, wordt nog nauwelijks gebruik gemaakt van de principes die beschreven worden in de geheugenpsychologie. Middels een systematische literatuurstudie hebben we geprobeerd de twee onderzoekslijnen bij elkaar te brengen en evidence-based richtlijnen te formuleren voor het ontwerpen van formatieve toetsen in de onderwijspraktijk. De literatuurstudie is uitgevoerd in het voorjaar van 2018 en leverde uiteindelijk 110 artikelen op die aan de hand van 5 ontwerpvragen (van der Vleuten & Driessen, 2000) geanalyseerd zijn. Clustering van de resultaten leverde uiteindelijk 10 wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen op voor het ontwerpen van formatieve toetsen voor het onderwijs, gekoppeld aan de vijf ontwerpvragen: 

  1. Formatieve toetsen hebben effect op leren in alle domeinen en bij verschillende leermaterialen; 
  2. Gebruik formatieve toetsen in elk geval voor onthouden, begrijpen, en toepassen van informatie; 
  3. Stem het niveau en de inhoud van de formatieve toets af op de eindtoets; 
  4. Kies voor een combinatie van open- en gesloten vragen; 
  5. Als je formatief toetst, zorg dan dat je feedback geeft; 
  6. Zet een formatieve toets pas in na een initiële leerfase; 
  7. Toets dezelfde stof minstens één keer maar maximaal drie keer; 
  8. Spreid de toetsen uit over de tijd; 
  9. Begin niet vlak voor de summatieve toets met het maken van formatieve toetsen maar gebruik de 20% regel; 
  10. Bed formatieve toetsen bewust in het toetsprogramma in, waarbij de programmering geen vrijblijvend maar sturend karakter heeft.

In de resultatensectie van dit rapport worden de richtlijnen toegelicht en in de discussie wordt ingegaan op de beperkingen van deze overzichtsstudie en implicaties van de richtlijnen voor de praktijk

Links

Publicaties