Gelijke kansen richting de toekomst

Op deze pagina vindt u actuele informatie over het onderzoeksprogramma Gelijke kansen richting de toekomst.

Doel van het programma
In de afgelopen jaren hebben jongeren met een (niet-westerse) migratieachtergrond een vooruitgang in onderwijsniveau doorgemaakt. Deze ontwikkeling vertaalt zich echter niet altijd goed naar een soepelere intrede op de arbeidsmarkt. Jongeren met een migratieachtergrond zijn vaker kwetsbaar op de arbeidsmarkt dan autochtone jongeren. Deze trend is ook zichtbaar op het mbo. Mbo-studenten met een (niet-westerse) migratieachtergrond hebben meer kans op werkloosheid dan autochtone mbo-studenten op hetzelfde niveau.

Het verschil in kans op succesvolle arbeidsmarktintrede onder jongeren met een (niet-westerse) migratieachtergrond na een mbo-opleiding kan echter slechts beperkt worden verklaard door ‘harde’ kenmerken zoals opleidingsniveau of afstudeercijfer. Het overgebleven verschil in kans op succesvolle arbeidsmarktintrede wordt ‘het onverklaarbare verschil’ genoemd. Mogelijkheden voor soepelere intrede op de arbeidsmarkt voor deze doelgroep lijken volgens geraadpleegde literatuur en experts te liggen in (een combinatie van) onder andere het opdoen van waardevolle en herkenbare werkervaring en vaardigheden en de afwezigheid van (onbewuste) discriminatie in de beroepsonderwijskolom en in het werkveld. Daarnaast zijn er indicaties dat een bewuster en doelgerichter studiekeuzeproces, aan de hand van sterke loopbaancompetenties, de kans op een succesvolle arbeidsmarktintrede kan vergroten.

Er bestaat al een groot aantal interventies op scholen en instellingen en in het werkveld gericht op een of meer van de hierboven genoemde variabelen, maar onduidelijk is nog wat de impact van de grote variëteit aan interventies is op a) het bevorderen van de studiekeuze op het vmbo en b) een soepeler intrede op de arbeidsmarkt. De ministeries OCW (directie MBO en Gelijke Kansen Alliantie) en SZW (directie Samenleving en Integratie) willen zich gezamenlijk inzetten voor jongeren met een (niet-westerse) migratieachtergrond bij de overgang van school naar werk (stage en eerste baan). Zij hebben het NRO gevraagd om twee onderzoeken uit te zetten naar de impact van interventies  gericht op het bevorderen van respectievelijk de studiekeuze op het vmbo en de intrede op de arbeidsmarkt vanuit het mbo.

Het Verwey-Jonker instituut heeft op basis van een programmeringsstudie een deel van het aanbod aan bestaande interventies en aanpakken gericht vmbo-studiekeuze en arbeidsmarktintrede vanuit het mbo in kaart gebracht. Daarbij zijn de interventies en aanpakken ingedeeld in drie categorieën, te weten categorie A, B en C. De categorieën zijn gebaseerd op de ontwikkelingsstadia en rol van de aanbieders van de interventies en aanpakken. De indeling is niet gebaseerd op de (potentiële) kwaliteit of impact van de interventies en aanpakken. De in kaart gebrachte interventies worden beschreven in het Excel-bestand hieronder en in bijlage 6.3 van de Call for Proposals. De inventarisaties zijn niet uitputtend en niet (volledig) bindend.

Thema’s
Voor deze subsidieronde kon tot 11 februari 2020, 14:00 uur aanvragen worden ingediend binnen de volgende twee thema’s:

  • Studiekeuze op het vmbo
  • Arbeidsmarktintrede vanuit het mbo

Budget
Binnen deze call is subsidie beschikbaar voor twee onderzoeksprojecten, verdeeld over twee verschillende onderzoeksthema’s. Het ministerie van SZW stelt de middelen beschikbaar voor het onderzoek naar studiekeuze op het vmbo (thema 1). Het beschikbare budget voor dit thema bedraagt € 413.300,-. De ministeries van OCW en SZW stellen samen de middelen beschikbaar voor het onderzoek naar de intrede op de arbeidsmarkt vanuit het mbo (thema 2). Het beschikbare budget voor dit thema bedraagt € 846.000,-.

FAQ

Deze call for proposals is uitsluitend gericht op het onderzoeken van het bestaande interventieaanbod. In de call for proposals staat het volgend hierover vermeld: ‘[d]e twee impactonderzoeken hebben als overkoepelend doel om inzicht te bieden in de impact (en waar mogelijk effectiviteit) van (potentieel) werkzame mechanismen van (groepen van) bestaande interventies gericht op succesvolle toeleiding van jongeren met een (niet-westerse) migratieachtergrond naar de arbeidsmarkt’ (pagina 3). Bijlage 6.3 bevat een indicatie van dit aanbod, maar aanvragers mogen ook andere, bestaande interventies opnemen in hun aanvraag. Dit mogen ook minder formele en uitgewerkte aanpakken en praktijken zijn. Aanvragers binnen thema 2 worden expliciet uitgenodigd om interventies te onderzoeken die niet opgenomen zijn in bijlage 6.3 en die zich richten op het verminderen van (onbewuste) discriminatie op de stage- en arbeidsmarkt (zie pagina 3). De selectie van interventies dient te worden onderbouwd in de aanvraag. Aanvragers binnen thema 2 dienen er bovendien rekening mee te houden dat de interventie ‘Stagemakelaar’ in ieder geval onderzocht moet worden (zie pagina 5). Het is niet mogelijk om nieuwe interventies op te zetten, uit te voeren en te toetsen op effectiviteit.

De precieze aanpak en invulling van de praktijkbegeleiding zal bij het startgesprek tussen de gehonoreerde aanvragers, het Verwey-Jonker Instituut en de interventies worden vastgesteld. De praktijkbegeleiding is toegevoegd aan het onderzoek ten behoeve van een onafhankelijke ondersteunde partij voor de praktijkpartners om hun interventie verder te ontwikkelen. Het Verwey-Jonker Instituut heeft een initieel plan opgesteld voor de praktijkbegeleiding. Hierin staat dat het Verwey-Jonker Instituut een persoonlijk ontwikkelplan per interventie opstelt met de praktijkpartners bij de start van het onderzoek. Binnen het budget wordt per interventie gekeken waar ze behoefte aan hebben. Als voorbeeld zou de praktijkbegeleiding gericht kunnen zijn op het destilleren van werkzame elementen. De precieze invulling is afhankelijk van de aard van de interventies en het aantal interventies dat meegenomen wordt in het gehonoreerde onderzoek. Het initiële plan stelt voor om de interventies in clusters in te delen en de praktijkpartners per cluster een aantal werksessies aan te bieden verdeeld over de looptijd van het onderzoek. Daarnaast stelt het voor om intervisiebijeenkomsten te organiseren waarin praktijkpartners uit de verschillende clusters samenkomen, elkaar kunnen ondersteunen en van elkaar kunnen leren. Ook stelt het Verwey-Jonker Instituut voor om een afsluitend symposium te organiseren en een ondersteuningsdraaiboek te ontwikkelen dat door andere interventie-eigenaren en organisaties met een soortgelijk ontwikkeltraject gebruikt kan worden.

Op thema 2 ‘arbeidsmarktintrede vanuit het mbo’ dragen de ministeries van OCW en SZW samen bij. Op thema 1 ‘studiekeuze op het vmbo’ stelt alleen het ministerie van SZW budget beschikbaar. Het overkoepelende doel van de call is inzicht krijgen in de impact van bestaande interventies die als doel hebben om de kans op succesvolle arbeidsmarktintrede van jongeren met een (niet-westerse) migratieachtergrond te verbeteren. Het grootste deel van het budget is daarom geoormerkt voor het onderzoeken van interventies die zich direct richten op de overgang van het mbo naar de arbeidsmarkt. Uit de verkennende veldraadpleging blijkt echter dat de gekozen studie ook van belang is voor de latere kans op werk, omdat jongeren uit deze doelgroep vaker lijken te kiezen voor opleidingen die aansluiten op sectoren waarin er minder grote kans op werk is.  Het onderzoek naar studiekeuze op het vmbo is dus van indirect belang voor het overkoepelende doel van de call en heeft daarom een minder groot budget dan het onderzoek dat de overgang op de arbeidsmarkt direct betreft.

De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen alleen binnen het respectievelijke thema. De commissie beoordeelt de aanvragen onder criterium 1 onder andere op hun haalbaarheid en kwaliteit en in relatie tot het daarvoor beschikbaar gestelde budget. Het is aan de aanvrager om een voorstel te doen voor passende en binnen het budget haalbare output.

Toegekende projecten
N.v.t.

Bijeenkomsten
N.v.t.

Contactpersonen

Pia Hindriks
probo@nro.nl
070 349 40 56

Claudia Hartman
probo@nro.nl
070 349 41 57