NWA & Route Jeugd

Nationale Wetenschapsagenda

De route ‘Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs’ is één van de 25 routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Het streven van de NWA is om publiek en politiek te betrekken bij het belang van wetenschap voor de maatschappij.

Toen Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan, ambassadeurs van de NWA, alle Nederlanders in 2015 opriepen om alles wat ze altijd al eens aan ‘de wetenschap’ hadden willen vragen in te sturen, had niemand kunnen vermoeden dat Nederland zo massaal aan deze oproep gehoor zou geven. Er kwamen 11.700 vragen binnen. Van deze 11.700 vragen werden 140 clustervragen gemaakt.

Om de vragen te kunnen beantwoorden, werden routes in het leven geroepen.  Een route is het instrument waarmee de NWA belangrijk wetenschappelijke, maatschappelijke en economische vraagstukken in de samenleving wil omzetten in onderzoekbare thema’s.

» Meer informatie over de NWA, de 25 routes en de vragen.

Route Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs

Van de 11.700 vragen die zijn ingediend bij de NWA hebben er veel betrekking op de jeugd. In de route Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs is de jeugd in al haar contexten centraal gesteld waardoor onderzoek naar de thema’s in dat domein in samenhang een plek krijgt binnen de NWA. Dit is van belang omdat veel grote maatschappelijke uitdagingen in essentie in de jeugd beginnen en vragen om een meer integraal perspectief.

Gamechangers

Het uitgangspunt Het kind centraal mondt uit in drie onderliggende gamechangers: ‘Leren en ontwikkelen in verschillende contexten’, ‘Diversiteit en ongelijkheid’ en ‘Normativiteit van opvoeding en onderwijs’. De beschrijving van de route en de gamechangers zijn uitgewerkt in de Kennisagenda Jeugd.
.

  1. Leren en ontwikkelen in verschillende contexten
    Jongerenleren en ontwikkelen zich in verschillende contexten, relaties en netwerken. Bijvoorbeeld in de kinderopvang, op school, thuis, in de buurt en in zorgsituaties. Die contexten zijn tot nu toe weinig in samenhang bestudeerd.
  2. Diversiteit en ongelijkheid
    In een inclusieve samenleving kan iedereen op een gelijkwaardige manier deelnemen aan de maatschappij. In de praktijk blijkt hier nog niet altijd sprake van. De grote diversiteit aan achtergronden en kenmerken van kinderen gaat nog vaak samen met ongelijkheid in uitgangsposities, kansen en effecten van preventie en interventies.
  3. Normativiteit en opvoeding
    Vele onderschrijven dat de 21e eeuw de jeugd en hun omgeving voor nieuwe uitdagingen stelt. Maar wat je als uitdagingen ziet en hoe je daarmee wilt omgaan kan verschillen, afhankelijk van je waarden, normen en doelen. Vragen als ‘gezond’ opgroeien en ‘goed’ opvoeden zijn waarde geladen, evenals de vraag welke kennis en vaardigheden jongeren nodig hebben.