Onderwijsachterstandenbeleid

Op deze pagina vindt u actuele informatie over het onderzoeksprogramma Onderwijsachterstandenbeleid.

Doel van het programma
Door zowel gemeenten als basisscholen wordt vol ingezet op de verkleining van achterstanden bij peuters, kleuters en leerlingen. Het kabinet heeft extra geld beschikbaar gesteld voor de voor- en vroegschoolse educatie en voor kennisontwikkeling ten behoeve van het onderwijs.
In dit onderzoeksprogramma wordt op verschillende manieren onderzocht hoe dat geld wordt besteed, tot welke effecten het beleid leidt, en hoe scholen evidence-informed kunnen handelen tegen achterstanden.

Achtergrond
Het kabinet heeft € 170 miljoen extra uitgetrokken om de kwaliteit en kwantiteit van de voorschoolse educatie te verhogen: het aanbod voor peuters met een risico op een onderwijsachterstand wordt uitgebreid van 10 naar 16 uur per week. En de kwaliteit van de voorschoolse educatie krijgt een impuls door de inzet van extra personeel op hbo-niveau vanaf 2022.
Hiernaast zijn er middelen voor het basisonderwijs beschikbaar voor het verminderen van onderwijsachterstanden. Scholen krijgen structureel € 260 miljoen. De middelen voor zowel scholen als gemeenten worden vanaf 2019 op basis van een nieuwe indicator verdeeld.

Minister Slob heeft de Tweede Kamer in oktober 2019 geïnformeerd over het monitoringsprogramma en evaluatieprogramma voor het onderwijsachterstandenbeleid (oab). Bekijk hier de Kamerbrief over monitoring onderwijsachterstandenbeleid.

Onderzoek naar beleid en praktijk
Het ministerie van OCW heeft een breed monitorings- en beleidsevaluatieprogramma opgesteld, om zowel de implementatie van het beleid als de beoogde effecten te onderzoeken. Het programma loopt van 2018 tot 2025 en bestaat uit acht langlopende en complexe onderzoeken, die onderling aan elkaar raken. Voor vijf programmalijnen zet het NRO, in opdracht van het ministerie, de financiering uit.

Het totale programma kent de volgende onderzoekslijnen:

1. De kwaliteit van de voorschoolse educatie (Inspectie van het Onderwijs);

2. Quasi-experimenteel onderzoek naar de effecten van de urenuitbreiding in de voorschoolse educatie op leerprestaties en sociale ongelijkheden (financiering uitgezet via het NRO);

3 en 4. Implementatie- en bestedingsonderzoek voorschoolse educatie. Periodiek onderzoek naar de uitvoering van de urenuitbreiding en de aanstelling van extra hbo-personeel, en naar de besteding van oab-middelen door gemeenten (GOAB)  (financiering gecombineerd uitgezet via het NRO);

5. De kwaliteit van de vroegschoolse educatie (Inspectie van het Onderwijs i.s.m. CPB);

6. R&D-programma naar effectieve interventies op basisscholen (groep 1 t/m 8), met financiering voor vier ‘werkplaatsen onderwijsonderzoek’, een vergelijkend onderzoek en een begeleidende studie (financiering uitgezet via het NRO);

7. Evaluatie van de nieuwe CBS-indicator (CBS i.s.m. OCW);

8. Evaluatie uitkeringsvorm gemeenten.

Programmacommissie Onderwijsachterstandenbeleid (OAB)
Deze programmacommissie is sinds 1 september 2019 actief.

  • Louis Tavecchio (UvA) – voorzitter
  • Jaap Scheerens (Utwente)
  • Mathilde Reitsma (OCW)
  • Rutger Meijer (Inspectie)
  • Mireille Aarts (KION)
  • Maarten Catney (BSA Zaanstad)
  • Alfons ten Brummelhuis (Kennisnet)
  • Josine Meurs (gemeente Rotterdam)

Onderzoekslijnen en -projecten

Dit R&D-programma richt zich op de effectieve inzet van de middelen die basisscholen ontvangen voor onderwijsachterstandenbestrijding en op ondersteuning bij het maken van onderwijskundige beslissingen op dit gebied. Het omvat een vergelijkend onderzoek naar de vraag hoe verschillen in de mate van succes waarmee scholen achterstanden bestrijden verklaard kunnen worden, vier werkplaatsen waarin praktijkgericht onderzoek naar het bestrijden van onderwijsachterstanden wordt uitgevoerd, en een validerend onderzoek naar de resultaten uit de werkplaatsen.

Daarnaast is er een landelijk regisseur voorzien. Deze zorgt dat er voldoende voortgang wordt geboekt, eventuele knelpunten worden opgelost en legt verbindingen tussen de verschillende onderzoeken uit het R&D-programma. Daarnaast is de regisseur betrokken bij het contact met scholen binnen en buiten het programma.

Onder het R&D-programma valt ook een kennisdelingscomponent, om bestaande en nieuwe kennis over onderwijsachterstandenbestrijding te verspreiden.

Meer informatie

Contactpersoon
Nina Ouddeken
opro@nro.nl
tel. 070 349 4104

In dit project worden twee programmalijnen gecombineerd:

  • Het implementatieonderzoek moet een landelijk dekkend beeld opleveren van de implementatie van de maatregelen (urenuitbreiding en inzet hbo’er) door gemeenten en houders/kindercentra.
  • Het bestedingsonderzoek is een kwantitatief onderzoek naar de besteding van de middelen aan onderwijsachterstandenbeleid.

Budget
Het budget voor dit onderzoeksproject is  € 211.500 en is afkomstig van het ministerie van OCW.

Meer informatie

Toegekend project

Contactpersonen
Manisha Ramesar
opro@nro.nl
tel. 070 349 4125

In deze programmalijn wordt met quasi-experimenteel onderzoek bepaald of en in hoeverre de urenuitbreiding gevolgen heeft gehad voor leerprestaties en sociale ongelijkheden, en waarom wel of niet.

Budget
Het budget voor dit onderzoek bedraagt € 940.000,- en is afkomstig van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Meer informatie

Toegekende projecten

Contactpersonen
Manisha Ramesar
opro@nro.nl
tel. 070 349 4125

Algemene contactpersoon bij het NRO voor dit programma
Renée Middelburg
opro@nro.nl
tel. 070 344 0510