De Werkplaatsen in Utrecht: niet zomaar een project

In Utrecht zijn de Werkplaatsen Onderwijs (WOU) al vier jaar een feit. Op 6 oktober werd dat gevierd met een digitale conferentie waarin de verschillende WOU-teams van elkaar konden leren van de ervaringen in de werkplaats en de opbrengsten konden delen. We spreken Jarrick Schaap, projectleider WOU en WOU-GO, over de successen van de Utrechtse Werkplaatsen en hoe zij deze werkwijze nu voortzetten in de WOU-GO: gelijke onderwijskansen.

Jarrick Schaap werkt als manager onderwijs, kwaliteit & innovatie bij scholenbestuur PCOU en is projectleider WOU en WOU-GO. Hij kijkt tevreden terug op de conferentie, al hoewel hij de contacten tussendoor miste. Want in verbinding met elkaar kun je het meeste bereiken. Dat zijn vaak waardevolle momenten waarin je inzichten met elkaar deelt.

Voor Jarrick vormen samenwerking en verbinding een belangrijk onderdeel van het succes van de werkplaatsen. De werkplaatsen in Utrecht staan niet op zichzelf: zij zijn onderdeel van een stedelijke structuur waarin alle partijen samenkomen.

De werkplaatsen worden bemenst door het consortium bestaande uit drie Utrechtse schoolbesturen (KSU, PCOU en SPOU), twee lerarenopleidingen voor het po (de Hogeschool Utrecht en Marnix Academie), de Hogeschool voor de Kunsten, de Universiteit Utrecht en de Universiteit voor Humanistiek. Ook werken ze samen met de gemeente en andere gemeentelijke partners. Via die route zijn de werkplaatsen ook opgenomen als onderdeel van Utrechtse Onderwijsagenda onder het speerpunt gelijke onderwijskansen.

In Utrecht is de ambitie om de werkplaatsen een structurele vorm van samenwerking te laten zijn. “In zo’n duurzame samenwerking kijk je niet alleen naar het behalen van je eigen doelen, maar je zet juist de verschillende perspectieven bij elkaar.” Dat levert mooie en concrete verbindingen op waar iedereen beter van wordt. “Een voorbeeld hiervan is de Utrechtse Opleidings Alliantie (ULOA), waar opleidingen in dialoog met de scholen ervoor zorgen dat studenten goed zijn voorbereid op de onderwijspraktijk.”

Kennis maken of bouwen aan een lerende infrastructuur?

Het echte werk vindt uiteraard plaats op de scholen zelf. Hier komen de ‘wereld van onderwijs’ en de ‘wereld van onderzoek’ samen. De ‘broker’ speelt daar een belangrijke rol in. De broker verzamelt de juiste mensen om zich heen en zo ontstaat er een WOU-team dat samen met de onderzoeker optrekt. Het is Jarrick opgevallen dat de beide werelden van nature vooral eigen doelen nastreven waarin de onderzoeker uit is op ‘kennis ontwikkelen’, terwijl de school vooral inzet op ‘het verbeteren van de eigen schoolpraktijk’. In de werkplaatsen is de opdracht om een lerende gemeenschap te vormen waarin niet alleen de inhoud leidend is, maar ook het proces.  Dan ontstaat er een professionele cultuur waarin samen wordt gewerkt aan schoolontwikkeling. Tegelijkertijd ontstaat er evidence-informed onderwijs.

Eigenaarschap werkplaatsen bij de scholen

“Het eigenaarschap ligt bij de scholen en van daaruit kan het onderzoek en het onderwijs groeien. Er wordt gewerkt vanuit gelijkwaardigheid. Samen in je eentje kan niet.” De werkplaats kan alleen een succes zijn als iedereen zich realiseert dat alle partijen een onmisbare rol vervullen. Dat begint al bij het formuleren van de onderzoeksvraag. De onderzoeker neemt niet het voortouw, dat ligt bij de school. Een van de onderzoekers zegt hierover: “Mensen verkijken zich erg op hoe ingewikkeld het kan zijn om een goede onderzoeksvraag te formuleren. Vaak is dit de moeilijkste fase van het onderzoek. De ondersteuning van een onderzoeker is daar helpend bij, maar de vraag zelf is wel ontstaan en geformuleerd door de scholen zelf.” Jannick bevestigt dit beeld: “Ja, het kost dus tijd om samen (school en onderzoeker) de vraag te articuleren. Maar je krijgt wel een grotere meerwaarde: het gehele onderzoek sluit beter aan op de onderwijspraktijk.”

Onderzoekers geven aan veel te leren van deze vorm van onderzoek en ervaren het als een goede reality check voor het doen van onderwijsonderzoek. “Dus ook een professionalisering van de onderzoeker is gaande.” Jarrick haalt een veelzeggende opmerking aan van een van de onderzoekers: “Ik kom uit mijn ivoren toren; [… ] ik zie ook dat mijn bijdrage als onderzoeker in de werkplaats waardevoller is geworden.”

De GO-invalshoek

Het huidige onderzoek binnen de werkplaatsen is gericht op het versterken van gelijke kansen. De specifieke invalshoek is om samen het begrijpend lees- en woordenschatonderwijs te versterken en ‘kennis van de wereld’ te vergroten. Ter inspiratie is de al succesvolle aanpak van de Brede School Academie (BSA) genomen. Er wordt onderzocht welke BSA-principes en onderdelen van de BSA-aanpak interessant zijn om te vertalen naar het reguliere onderwijs op de betreffende school. Ook hier gaat het nadrukkelijk niet alleen om de inhoud (kennis) maar ook om de manier van werken. “Want eigenlijk maakt het helemaal niet uit of je nu aan gelijke kansen werkt of aan goed onderwijs. Zolang de werkplaatsen zorgen voor de onderlinge kruisbestuiving van onderwijs en onderzoek en er gezamenlijk geleerd wordt, profiteert de leerling daarvan en worden we steeds beter in doordacht werken aan onderwijskansen.”

Jarrick haalt een uitdrukking aan dat het gesprek en zijn visie op het werken in werkplaatsen mooi samenvat: “Wil je snel dan ga je alleen. Wil je ver komen, ga dan samen.”
Met de publicatie Vier jaar samen onderzoeken in portretten, uitgebracht voor de conferentie van 6 oktober 2020, blikt de WOU terug op vier jaar werkplaatsen.