Ouderbetrokkenheid in de voor- en vroegschoolse educatie: omgang met diverse oudergroepen en bevordering van duurzaamheid

Ouderbetrokkenheid bij taal en lezen levert in de vroege fasen van het onderwijs een belangrijke bijdrage aan de schoolse ontwikkeling van kinderen. Ouders kunnen echter verschillende opvattingen hebben over de taalontwikkeling van kinderen en hun rol daarin. Deze opvattingen kunnen de manier beïnvloeden waarop zij ouder-kindprogramma’s gericht op stimulering van taal en geletterdheid bij kinderen in de voor- en vroegschoolse leeftijd (zoals VVE Thuis) uitvoeren. In hoeverre sluiten dergelijke programma’s aan bij de opvattingen en het gedrag van verschillende groepen ouders ten aanzien van opvoeding en onderwijs?

Uit dit onderzoek volgt een interventie die bijdraagt aan de duurzame implementatie van ouder-kindprogramma’s op basisscholen. Vastgesteld wordt onder meer wat succes- en faalfactoren bij de inbedding van ouder-kindprogramma’s in de schoolorganisatie zijn. Ook wordt nagegaan hoe ouderbetrokkenheid gestimuleerd kan worden bij verschillende oudergroepen.

De volgende stappen zijn uitgevoerd:

  • Inventarisatie opvattingen ouders: In een eerste kwalitatieve studie is aan een selectie van 23 ouders  voor verschillende ouder-kindactiviteiten gevraagd hoe belangrijk zij deze vonden om hun kind te helpen met het leren op school. Gesprekjes voeren en spelletjes spelen vonden de meeste ouders belangrijk, maar vooral voor de band met hun kind of het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Slechts enkele ouders noemden hierbij het stimuleren van taalontwikkeling als reden. Andere informele activiteiten, zoals liedjes zingen, vond bijna geen enkele ouder nuttig voor de ontwikkeling van het kind: ze zijn vooral leuk om te doen. Over het belang van voorlezen voor de taalontwikkeling van kinderen waren daarentegen alle ouders het eens. Sommige ouders onderstrepen daarnaast het nut van formele activiteiten (alfabet oefenen, letters schrijven). Hierbij werd taalontwikkeling juist vaak als argument aangehaald.
  • Interventieontwikkeling: Het consortium heeft een interventie ontwikkeld waarin met basisscholen professionele leergemeenschappen opgezet worden die ondersteunen bij de implementatie van VVE Thuis. Dit is een programma voor peuters en kleuters dat via een combinatie van ouderbijeenkomsten en thuisactiviteiten beoogt bij te dragen aan het educatieve klimaat in gezinnen. In de professionele leergemeenschappen wordt kennis verzameld, gedeeld en opgebouwd over het thema ouderbetrokkenheid. Leraren, VVE-coördinatoren, managers, intern begeleiders en ouders maken onderdeel uit van de professionele leergemeenschappen. Ze worden begeleid vanuit het onderzoeksteam.

De volgende stappen zijn in uitvoering/zullen nog uitgevoerd worden:

  • Effectstudie: De komende twee schooljaren wordt op twaalf basisscholen een effectstudie uitgevoerd, waarin het effect van deelname aan VVE Thuis op de talige, geletterde en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen nagegaan wordt. De onderzoekers volgen daartoe ongeveer 200 kinderen vanaf het begin van groep 1 tot het einde van groep 2. De twaalf scholen zijn willekeurig verdeeld over drie groepen:
    – In de eerste groep (‘duurzaamsheidsgroep’) wordt VVE Thuis geïmplementeerd via professionele leergemeenschappen, met een focus op ouderbetrokkenheid.
    – In de tweede groep (‘reguliere VVE Thuisgroep’) wordt VVE Thuis geïmplementeerd zonder ondersteuning van een professionele leergemeenschap. Wel krijgen de leraren die het programma uitvoeren VVE-thuis training.
    – De derde groep scholen vormt een controlegroep: op deze scholen wordt niet met een ouder-kindprogramma zoals VVE Thuis gewerkt.
  • Resonansgroep: Kennis uit het onderzoek wordt verspreid via een resonansgroep van verschillende organisaties uit het veld (scholen/schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, Nederlands Jeugdinstituut, gemeente Rotterdam). Elk onderzoeksjaar komt deze resonansgroep twee maal bij elkaar.

Over het consortium

Binnen het onderzoek werken kennisinstellingen (Erasmus Universiteit, Hogeschool Rotterdam) en praktijkorganisaties (Nederlands Jeugdinstituut, Gemeente Rotterdam, scholen, kinderopvangorganisaties) samen.

Contactinformatie

Voor meer informatie is Eke Krijnen (uitvoerend onderzoeker) bereikbaar via krijnen@fsw.eur.nl.