Onderzoek naar Open en Online Hoger Onderwijs (blog)

Een blended-learning-omgeving voor muziektheoretische educatie. Efficiëntere voorbereiding van klinische stages in de masterfase van geneeskunde door het onderwijs te ‘flippen’. Een SPOC (Small Private Online Course) die met behulp van film-drama het leven als wetenschapper behandelt. Het zijn enkele van de gevarieerde projecten uit de Stimuleringsregeling ‘Open en Online Onderwijs 2015’.

Op 19 mei organiseerde SURF een startbijeenkomst over alle projecten die toegekend waren in het kader van de Stimuleringsregeling ‘Open en Online Onderwijs 2015’. Het NRO en OCW investeren samen in onderzoek dat niet alleen deze projecten volgt en evalueert, maar ook kijkt naar een aantal algemene onderwijskundige vragen die voortvloeien uit deze manier van onderwijs. De ‘call for proposals’ gaf als mogelijke thema’s voor onderzoek over deze vorm van onderwijs aan:

  • Kwaliteitsverbetering van onderwijs: wat zijn de effecten van open en online onderwijs op de kwaliteit?
  • Ondersteuning van studenten: welke didactiek past bijvoorbeeld bij grote aantallen studenten en bij onderwijs op afstand?
  • ‘Learning analytics’: hoe kan digitaal waarneembaar gedrag van studenten worden gebruikt?
  • Opschaling: zijn de pilots ‘opschalingsbestendig’?
  • Neveneffecten: zijn er onbedoelde effecten waarneembaar die implicaties hebben voor de inrichting van open en online onderwijs?

SOONER

Inmiddels is bekend dat een consortium van onderzoekers van de Open Universiteit en de Universiteit Utrecht onder leiding van prof. dr. Marco Kalz dit onderzoek zal gaan uitvoeren van september 2015 tot september 2020. Hun SOONER-project bestaat uit vier deelprojecten die met betrekking tot open en online onderwijs als onderwerp hebben:

  • zelfregulerend leren voor vaardighedenontwikkeling;
  • motivatie en intenties als bepalend voor drop-out;
  • schaalbare ondersteuningsoplossingen inclusief learning analytics;
  • relaties tussen open en online onderwijs en de kwaliteit van onderwijs.

We zijn om diverse redenen blij met zo’n combinatie van vernieuwingsprojecten en onderzoek. In de eerste plaats overlappen de bedoelingen van de uitvoerders van de vernieuwingsprojecten en van de onderzoekers: beide partijen willen weten of de vernieuwing leidt tot het gewenste resultaat. Dit verhoogt de bereidheid tot samenwerking.

In de tweede plaats kan in het onderzoek gebruikgemaakt worden van ongeveer 40 projecten die op dit terrein de komende jaren zullen worden uitgevoerd. Dit levert een schat aan zeer recente informatie op, waarbij de projecten op een aantal aspecten goed kunnen worden vergeleken en meer algemene conclusies mogelijk zijn over dit soort onderwijs.

In de derde plaats kan het onderzoek bijdragen aan aanbevelingen voor de nabije toekomst: worden de doelstellingen van dit specifieke onderwijs gehaald of niet en welke aspecten van dat onderwijs dragen daaraan bij? En wat betekent dat dan voor de inrichting van nieuwe onderwijsonderdelen?

In dit geval komt er nog bij dat het onderzoeksteam relaties kan leggen met vergelijkbare projecten in het buitenland.

Vernieuwing en opzet onderzoek

Wel zien we dat de vernieuwingsprojecten in deze ronde zo uiteenlopend zijn vormgegeven, dat het niet gemakkelijk zal zijn om ze te vergelijken. Voor een volgende ronde (die dit jaar is voorzien) zal dat vermoedelijk anders zijn, omdat onderzoekers nu tevoren al kunnen meekijken met de criteria die aan de vernieuwingsprojecten gesteld kunnen worden.

In z’n algemeenheid blijkt het heel vruchtbaar om tegelijkertijd na te denken over de vormgeving van vernieuwingsprojecten en over de opzet van onderzoek dat naar de effecten ervan kijkt. We zien uit naar meer van deze combinaties.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO