Passend onderwijs in het mbo maakt meer los dan gedacht

De impact van passend onderwijs is groter dan de meeste mbo’s in 2014 hadden voorzien. Toen verwachtten de meeste instellingen nog dat het slechts tot beperkte veranderingen zou leiden. Dat constateert het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt Nijmegen na de balans van twee jaar passend onderwijs in het mbo te hebben opgemaakt. Ruim driekwart van de mbo’s heeft het beleid aangepast. Zo is er meer oog voor de ondersteuning die studenten behoeven en zijn docenten en mentoren daar meer bij betrokken.

Mbo-instellingen hebben veel ruimte om zelf invulling te geven aan passend onderwijs. Het aantal formele verplichtingen is gering en de beleidsdoelen zijn algemeen geformuleerd. De instellingen kunnen zelf bepalen welke specifieke doelen met passend onderwijs ze moeten bereiken en hoeveel mensen en middelen ze inzetten. Bij alle verschillen die daardoor optreden, is het opvallend dat bepaalde ontwikkelingen zich ook breed in het mbo voordoen.

Toelatingsbeleid

Uit het onderzoek blijkt niet dat de invoering van passend onderwijs heeft geleid tot meer of minder afwijzingen van studenten. Feitelijke afwijzingen komen relatief weinig voor. Zelf geven veel instellingen aan dat zij de instroom van studenten met een (zware) ondersteuningsbehoefte zien stijgen. Getallen daarover ontbreken echter.

Mbo’s zijn zich er dankzij passend onderwijs meer van bewust dat deze studenten extra aandacht behoeven. Bijna alle instellingen hebben geïnvesteerd in de kwaliteit en betrouwbaarheid van de intake- en toelatingsprocedures. Het merendeel kent nu vaste procedures en criteria voor toelating.

Kans op werk

Maar er is meer onduidelijkheid ontstaan over de criteria die te maken hebben met geschiktheid voor het beroep en de kans op stage en werk. Kan en mag de geschiktheid voor het beroep of de kans op werk een rol spelen in de toelating? Welke alternatieven kan het mbo bieden als het diploma toch niet bereikbaar blijkt? Het zijn actuele vragen die spelen in het mbo.

Basisondersteuning

Wellicht is de grootste impact van passend onderwijs de versterking van de basisondersteuning. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de begeleiding en specifieke ondersteuning van de student, maar ook naar het onderwijs in de klas. Veel instellingen geven aan hier zelf tevreden over te zijn, maar tegelijkertijd zijn er ook veel knelpunten. Hoe succesvol de verbetering van deze ondersteuning daadwerkelijk is, kan niet op basis van dit onderzoek worden vastgesteld.

Wel is duidelijk dat de opleidingsteams – docenten, studieloopbaanbegeleiders en mentoren – meer merken van passend onderwijs dan voorheen. Uit de casestudies blijkt dat de mbo-instellingen bezig zijn om meer ondersteuning en expertise bij de opleidingsteams onder te brengen.

T. Eimers & R. Kennis (2017), Passend onderwijs in het mbo: tussenbalans. Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt Nijmegen.

Dit onderzoek maakt deel uit van het NRO-onderzoeksprogramma Evaluatie Passend Onderwijs.

Meer informatie

Rapport eerste meting in 2014:
T. Eimers, M. Roelofs, M. Walraven, M.H.J. Wolbers, Passend Onderwijs MBO van start! Korte termijn evaluatie passend onderwijs. Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt / ITS, Radboud Universiteit, 2015.