Mila Bosman (Hout- en Meubileringscollege (HMC), Rotterdam) – Atelier: Maken en leren in een makerspace

In 2016 zijn de eerstejaarsleerlingen van de opleiding Interieuradvies op het Hout- en Meubileringscollege in Rotterdam gestart met een experiment, waarbij (een deel van) het onderwijs wordt aangeboden in een nieuwe onderwijsvorm: het Atelier. Het Atelier is gebaseerd op het principe van makerspace; een plek waar makers samenkomen om te creëren, te leren, te innoveren en te ontdekken. Binnen het Atelier wordt er vakoverstijgend gewerkt. Het doel van het Atelier is het ontwikkelen van kennis en vaardigheden (competenties) die ondersteunend zijn aan het vak Interieuradvisering. Mila Bosman maakt deel uit van het ontwikkelteam en analyseerde en evalueerde het initiatief.

Bosman: ‘Met behulp van wetenschappelijk onderzoek heeft het Atelier een bijdrage geleverd aan het (succesvol) integreren van vraaggestuurd onderwijs in het ‘HMC Lab’.

Mila Bosman
Mila Bosman. © Melanie Samat

Het atelier heeft zichtbaar effect op de benodigde competenties van eerstejaars leerlingen en de kwaliteit van de opleiding Interieuradviseur op het HMC. De leerling wordt door de werkvorm binnen het Atelier niet alleen opgeleid voor een veranderende toekomst, maar kan zichzelf straks ook kwalitatief goed onderscheiden en zich daarmee positioneren op de arbeidsmarkt.’

Meer informatie:

De jury:

‘De jury is onder de indruk van de manier waarop het betrokken team van 12 docenten dit onderwijsontwerp heeft neergezet. De uitstekende interdisciplinaire samenwerking tussen de docenten (en leerlingen), zowel in de ontwikkeling als in de uitvoering van Atelier, biedt wat de jury betreft een verklaring voor het succes van het werken met het concept ‘makerspace’ binnen het HMC. Atelier inspireert de betrokken docenten, maar mist ook zijn uitwerking op de leerlingen niet. Het draagt bij aan een sterkere betrokkenheid en motivatie. Een tweede sterk punt is volgens de jury de actieve en onderzoekende houding die Mila Bosman en haar team aan de dag leggen. Praktijk en theorie worden consequent en op gedegen wijze aan elkaar verbonden. Wat de jury opviel – en dat is wellicht kenmerkend binnen het mbo – is dat er eerst iets concreets is opgezet en dat dit daarna wetenschappelijk onderbouwd is. Het is mooi om te zien dat die stap van wetenschappelijke toetsing binnen het mbo meer en meer plaatsvindt.’