Samenwerken aan onderzoek: leuk en belangrijk, maar hoe dan!?

Onderzoek door leraren, met begeleiding van onderzoekers: hoe werkt dat? In de pilot Werkplaatsen Primair Onderwijs kunnen de betrokkenen daar al ruim een jaar lang over meepraten. Zowel de leerkrachten als de onderzoekers blijken er veel van op te steken: enthousiasme, nieuwe inzichten, een gedeelde taal. Spannende samenwerking, die niet vanzelf gaat.

door Linda Sontag, secretaris NRO Programmaraad voor Praktijkgericht Onderwijsonderzoek

uitwisseling tijdens mid-term WerkplaatsenPO_fotoLarissaRand

Om de ambitie ‘met onderzoek het onderwijs verbeteren’ te realiseren zet het NRO verschillende instrumenten in die nauwe samenwerking tussen wetenschappelijke onderzoekers en onderwijs­professionals vereisen en ondersteunen. Eén van deze instrumenten is financiering voor de inrichting van een ‘werkplaats onderwijsonderzoek’. En daarbij moet u niet denken aan een aantal mensen dat gezamenlijk een schuurtje bouwt.

Nee, in zo’n werkplaats gaat het om het opbouwen van een netwerkstructuur waarbinnen verschillende partners op basis van onderzoek aan schoolontwikkeling werken. Het NRO financiert op dit moment drie van dit soort werkplaatsen in het primair onderwijs en twee in het voortgezet onderwijs. De werkplaatsen maken deel uit van een twee jaar durende pilot. Een evaluatie zal gaan uitwijzen hoe de samenwerking in de pilotwerkplaatsen loopt en hoe ze bijdragen aan schoolontwikkeling. Het is de bedoeling dat andere onderzoekers en onderwijsprofessionals, die al samenwerken of daar plannen voor hebben, hiervan kunnen leren.

Tussentijdse resultaten

In september waren de werkplaatsen in het primair onderwijs één jaar aan de gang. De betrokkenen uit Tilburg, Utrecht en Amsterdam kwamen daarom samen tijdens een feestelijke bijeenkomst in basisschool De Ster in Amsterdam Zuid-Oost. Met veel enthousiasme vertellen de leraren over hun ervaringen. “In de werkplaats worden we gehoord”, aldus enkelen. Onderzoek door leraren staat centraal in elke werkplaats. Onder begeleiding van onderzoekers voeren leraren onderzoek uit naar hun eigen onderwijspraktijk, om daarvan te leren én om hun onderwijs te verbeteren.
Doordat de vraag direct aansluit bij hun eigen praktijk, zijn zij erg gebrand op het vinden van een antwoord. Hoe motiverend deze werkwijze voor hen is, verwoordt één van de leraren als volgt: “Als je tegen je leerlingen zegt ‘we gaan vandaag de tafel van 5 leren en ik bepaal de manier waarop’, dan gaan ze minder enthousiast aan de gang dan wanneer je zegt ‘aan het eind van de dag moet iedereen de tafel van 5 kennen en jullie mogen zelf bepalen op welke manier je dat gaat doen’.”

Het is misschien niet zo gek dat de betrokken leraren deze vorm van onderzoek doen, verkiezen boven deelname aan ‘traditioneel’ onderzoek waar vooral de onderzoekers het voor het zeggen hebben. Op sommige scholen was het de eerste keer dat een leraar zelf een onderzoeksvraag kon opstellen en beantwoorden.

Beweging

De werkplaats zet alle deelnemers in beweging. Volgens één van de aanwezige onderzoekers zijn de betrokken leraren veel kritischer geworden en tonen zij meer interesse in onderzoek. Ook de onderzoekers leren van de samenwerking. Een van hen ervaart aan den lijve dat het zorgvuldig bedachte onderzoeksdesign in de praktijk niet altijd zo uitgevoerd kan worden en dat planningen in het honderd kunnen lopen. Overigens is die beweging in de werkplaats niet vanzelf ontstaan. Er is tijd nodig geweest om elkaar te leren kennen, meer tijd dan van te voren was voorzien.

De ‘live’ ontmoetingen tussen onderzoekers en leraren zijn essentieel in de werkplaats, volgens enkele aanwezigen. Ze bevorderen een gelijkwaardige samenwerking waarin door alle betrokkenen steeds meer een gedeelde taal wordt gesproken.

Bredere betekenis

Uit een door het NRO gefinancierde review naar de opbrengsten van academische opleidingsscholen weten we al dat praktijkonderzoek bijdraagt aan professionalisering van leraren en schoolontwikkeling. Het enthousiasme binnen de werkplaatsen onderwijsonderzoek voorspelt dus veel goeds voor de betrokken scholen.

als radars grijpt alles in elkaar in de Werkplaatsen PO
Alles grijpt in elkaar in de werkplaatsen onderwijsonderzoek

Maar de werkplaatsen hebben meer in petto. Naast het praktijkonderzoek dat directe betekenis voor de leraar en school zelf heeft, staat ook wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek op de agenda. De resultaten van dit onderzoek hebben ook betekenis voor leraren en scholen buiten de werkplaatsen. En wat mij betreft is het, in de toekomst, ook de bedoeling om theoretisch onderzoek uit te voeren in de werkplaatsen. De samenwerkingsstructuur is er al en daarmee hebben de werkplaatsen een belangrijke meerwaarde ten opzichte van andere bestaande samenwerkingsvormen.

Actiepunten

De conclusie aan het eind van de bijeenkomst is dat er in het afgelopen jaar heel veel ontwikkeld is in de werkplaatsen. Maar ook dat er nog veel moet gebeuren. Op de muur hebben de aanwezigen actiepunten geformuleerd. Een werkplaats is een mooi instrument om samenwerking in onderzoek ten behoeve van schoolontwikkeling te bevorderen. Er moet echter nog wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan, en er zijn nog veel vragen die in de loop van de tijd beantwoord moeten worden, bijvoorbeeld:

  • Hoe wordt de verbinding met andere scholen buiten de werkplaatsen gemaakt, hoe kunnen zij ook profiteren van de inzichten die met de werkplaats worden opgedaan?
  • Hoe zorgen we voor de verduurzaming van de samenwerking, wat gebeurt er als de financiering van deze werkplaatsen stopt?

Hopelijk krijgen we na afloop van de pilot het antwoord op deze, en nog veel meer andere, vragen!

Linda Sontag, secretaris NRO Programmaraad voor Praktijkgericht Onderwijsonderzoek

Op de projectwebsite van de PO-Raad staat meer informatie over de activiteiten van de werkplaatsen PO