Evaluatie Passend Onderwijs – Sectorrapport speciaal onderwijs verschenen

In dit sectorrapport is aan de hand van een aantal thema’s gekeken welke impact passend onderwijs heeft op de sector speciaal onderwijs.

Download

Toegang tot het speciaal onderwijs

Samengevat kan worden dat er in het speciaal onderwijs sprake is van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het plaatsen van leerlingen met een toelaatbaarheidsverklaring. De zorgplicht wordt door scholen over het algemeen nagekomen op het moment dat een toelaatbaarheidsverklaring wordt afgegeven. Of, en in welke mate, er sprake is van wegadviseren van ouders voordat zij hun kind schriftelijk hebben aangemeld is niet duidelijk.

Verder blijkt dat samenwerkingsverbanden de vrijheid hebben genomen die zij hebben gekregen voor het inrichten van procedures rondom het afgeven van toelaatbaarheidsverklaringen. Het gevolg hiervan is dat er verschillen zijn ontstaan tussen samenwerkingsverbanden. Betrokkenen ervaren dit als bureaucratisch, dit is de afgelopen jaren niet afgenomen Er lijkt minder sprake te zijn van toewijzingscriteria voor ondersteuning dan voorheen. Er wordt meer nadruk gelegd op de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Hier zit de keerzijde aan dat het toewijzen als minder transparant wordt ervaren.

Wat betreft de leerlingstromen zien we dat er, ondanks een eerdere daling, het leerlingaantal voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs weer op het niveau van voor passend onderwijs ligt. Voor het speciaal onderwijs blijkt er nauwelijks samenhang te zijn tussen het leerlingaantal en verevening. Voor de veronderstelling dat de leerlingpopulatie in het speciaal (basis)onderwijs zou verzwaren zijn geen harde bewijzen gevonden: er zijn geen aanwijzingen dat leerlingen langer in het regulier basisonderwijs blijven en kwetsbaarder instromen in het speciaal basisonderwijs.

Processen in de school

In de school is er weinig veranderd door de invoering van passend onderwijs. Op het niveau van leraren vindt weinig expertise-uitwisseling plaats tussen het regulier en speciaal onderwijs. Kennisdeling komt vaker voor tussen intern begeleiders van scholen.

Het opstellen van een ontwikkelingsperspectief is gemeengoed in het speciaal onderwijs. Het wordt gezien als een groeidocument: de nadruk ligt op de ondersteuningsbehoefte van de leerling, en minder (zoals voorheen) op een diagnose. Wel wordt er rondom het ontwikkelingsperspectief, net als bij de toelaatbaarheidsverklaring, de nodige bureaucratie ervaren. Dit komt voornamelijk doordat scholen te maken hebben met verschillende  samenwerkingsverbanden die verschillende eisen stellen aan hoe het ontwikkelingsperspectief er uit moet zien. Ouders van leerlingen zijn gemiddeld genomen tevreden over het onderwijs en de communicatie met school. Voor het voortgezet speciaal onderwijs lijkt er wat betreft oudertevredenheid nog winst te behalen: niet alle ouders zijn tevreden over de aansluiting van het onderwijsaanbod op hun kind. In de keuzevrijheid van ouders lijkt niet veel veranderd te zijn. Een terugkerend punt is de afstemming met de gemeente over de vergoeding van het leerlingvervoer. Gemeenten dienen te handelen vanuit de gedachte om ‘thuis-nabij’ onderwijs te realiseren, wat betekent dat dit niet altijd aansluit bij de keus van ouders.

Uitstroom van leerlingen

Samengevat kan worden dat wanneer leerlingen eenmaal in het speciaal onderwijs zitten, de kans niet groot is dat zij terugstromen naar het regulier onderwijs. Landelijke cijfers laten zien dat terugstroom weinig voorkomt, en dat de beleidsverwachting over het tijdelijk plaatsen van leerlingen niet reeël is. Ook blijkt dat leerlingen vanuit het speciaal (basis)onderwijs doorgaans uitstromen naar het voortgezet speciaal onderwijs, en minder vaak naar het regulier voortgezet onderwijs.

De omgeving waarin het speciaal onderwijs zich bevindt

De positie van het speciaal onderwijs is enerzijds versterkt doordat men bestuurlijk aan de tafel zit van het samenwerkingsverband. Hierdoor is de sector meer zichtbaar geworden, en door het creëren van dekkend aanbod binnen het samenwerkingsverband wordt de sector nodig gevonden. Anderzijds is het speciaal onderwijs een kleine speler in het veld, en maakt dat hun positie soms kwetsbaar.

Er wordt intensiever samengewerkt tussen verschillende vormen van onderwijs, en de verwachting is dat dit de komende jaren gaat toenemen. In het realiseren van de samenwerking worden wel knelpunten ervaren die voornamelijk te maken hebben met: wet- en regelgeving, bestuurlijke inrichting, huisvesting, en samenwerking met jeugdhulp/zorginstellingen. Ook vindt er meer samenwerking plaats tussen onderwijs-gemeente-jeugdhulp op bestuurlijk niveau. De inzet van jeugdhulp in de scholen voor speciaal onderwijs is toegenomen, hoewel er ook knelpunten worden ervaren in de expertise, en de grote hoeveelheid hulpverleners in de school.

Passend onderwijs heeft vooralsnog vooral geresulteerd in veranderingen op bestuurlijk niveau, en raakt nog nauwelijks de onderwijspraktijk van het speciaal onderwijs. Het verder stimuleren van de ontwikkelingen en knelpunten hierin oplossen resulteert mogelijk in goede vervolgstappen.