Selectie op basis van talent is goed voor de leerresultaten

“Twijfel over havo of vwo? Dan naar vwo”

Het indelen van leerlingen in verschillende onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs heeft een positief effect op de leerresultaten, mits de selectie plaatsvindt op basis van talent. Dit blijkt uit onderzoek van Roxanne Korthals, die op 18 juni promoveert aan de Universiteit Maastricht. En bij twijfelgevallen – hoort dit kind thuis op het havo of het vwo? – is het beter dat die leerlingen op het vwo terechtkomen.

Het is een steeds terugkerende discussie: leidt het indelen van leerlingen in homogene onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs tot ongelijkheid? Zeker als de selectie van leerlingen vroeg plaatsvindt, zoals in Nederland, zou dat de ongelijkheid bevorderen, zo wordt vaak gedacht.

Uit het onderzoek van Korthals blijkt dat het indelen van leerlingen op onderwijsniveau een positieve invloed heeft op de leerresultaten, mits er geselecteerd wordt op talent. Dat betekent ook dat resultaten behaald op de basisschool bepalen op welke school een kind terechtkomt en niet bijvoorbeeld zijn herkomst. Een tweede voorwaarde is dat een land meer dan drie onderwijsniveaus aanbiedt, zoals Nederland. “Deze twee condities zorgen ervoor dat de klassen vrij homogeen zijn en dat kan positief uitwerken”, aldus Korthals.

Opleidingsniveau ouders

Het opleidingsniveau van de ouders is van invloed op ongelijkheid van de onderwijskansen. Maar die invloed is minder direct als er wordt geselecteerd op basis van talent, zoals in Nederland. “In sommige staten in Duitsland bijvoorbeeld kunnen ouders ingaan tegen het advies van de basisschool”, vertelt Korthals. “Als de ouders willen dat het kind naar een hoger niveau gaat, dan gebeurt dat. In Nederland hebben ouders alleen indirecte invloed, door bijvoorbeeld hun kinderen voor te lezen, hen op tijd naar bed laten gaan en door te oefenen voor de Cito-toets.”

Twijfelgevallen beter af in hoger niveau

Selectie op basis van talent betekent niet dat alle kinderen in het meest gunstige onderwijsniveau terechtkomen. Soms zijn er twijfelgevallen: hoort deze leerling thuis op het havo, of toch op het vwo? Korthals’ onderzoek wijst uit dat deze twijfelgevallen beter af zijn als ze in een hoger onderwijsniveau worden geplaatst. “Leerlingen die op het vwo worden geplaatst in plaats van op het havo scoren hoger op IQ en leesvaardigheden en zijn er meer van overtuigd dat ze hun diploma halen. Voor wiskunde en motivatie maakt het niet uit of deze leerlingen op het vwo of havo zitten.”

De onderzoeker denkt dat deze leerlingen het beter doen op het vwo omdat de medeleerlingen slimmer zijn, de docenten beter zijn opgeleid zijn, er een andere curriculum is en er betere faciliteiten zijn, zoals lesmethoden en informatiebronnen. Dat betekent niet dat alle leerlingen voor de zekerheid maar in een hogere schoolvorm moeten worden geplaatst. Het gaat echt om de leerlingen die op de grens van havo/vwo zitten.

Vroege leerlingen

Tot slot blijkt uit dit onderzoek dat vroege leerlingen in landen die vroeg selecteren een grotere kans hebben op een lager niveau te worden ingedeeld. In Nederland gaan zogenoemde septemberleerlingen bijvoorbeeld vaker naar het vmbo. Ze zijn echter niet minder intelligent dan hun klasgenoten, ze waren alleen veel jonger toen ze begonnen in groep 3.

“Om verkeerde plaatsing te voorkomen, kunnen de scholen een correctie toepassen door vroege leerlingen bij twijfel hoger te plaatsen”, zegt Korthals. “Of door ervoor te zorgen dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan makkelijker kunnen opstromen.” Dat deze leerlingen te laag worden ingedeeld, heeft aan het einde van de rit overigens geen invloed op de onderwijsuitkomsten. Uiteindelijk stromen ze op een gelijkwaardig niveau uit als hun medeleerlingen en hebben ze bijvoorbeeld evenveel vervolgonderwijs genoten.

R.A. Korthals, Tracking Students in Secondary Education: Consequences for Student Performance and Inequality. ROA, Maastricht University, 2015. De openbare verdediging van het proefschrift van Roxanne Korthals vindt plaats op donderdag 18 juni om 12:00 in de aula van de Universiteit Maastricht (Minderbroedersberg 4-6 in Maastricht).

Meer informatie