Te weinig aandacht voor digitale vaardigheden in het voortgezet onderwijs: internationaal vergelijkend onderzoek ICILS-2013

De gemiddelde digitale geletterdheid van Nederlandse leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs doet niet onder voor die van hun leeftijdsgenoten in andere landen. Maar de mate waarin leerlingen digitaal geletterd zijn, verschilt sterk tussen de verschillende onderwijstypen. Ook komen de meeste leerlingen niet verder dan het basisniveau. Dit blijkt uit de Nederlandse deelname aan de International Computer and Information Literacy Study (ICILS), die in opdracht van Kennisnet en het NRO aan de Universiteit Twente is uitgevoerd.

In 2013 hebben zo’n 60.000 leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, afkomstig uit 21 landen en staten, op de computer een toets in digitale geletterdheid gemaakt. Daarnaast zijn in elk land vragenlijsten afgenomen bij de getoetste leerlingen en de scholen en docenten van deze leerlingen.

Nederlandse 14-jarigen: bovengemiddeld vaardig

Nederlandse leerlingen hebben boven het internationaal gemiddelde gepresteerd. Het vaardigheidsniveau van de Nederlandse leerlingen is vergelijkbaar met dat van hun leeftijdsgenoten in Noorwegen, Australië en Zuid-Korea. Leerlingen uit Tsjechië zijn het meest vaardig in digitale geletterdheid.
In alle landen hebben meisjes de ICILS-toets beter gemaakt dan jongens. In Nederland liggen de toetsscores van vmbo-leerlingen rond het internationaal gemiddelde, de scores van de leerlingen in het praktijkonderwijs zitten daar flink onder. Havo-leerlingen en vooral vwo-leerlingen presteerden ruim boven dit gemiddelde.

Weinig leerlingen halen het hoogste niveau

Uit ICILS-2013 blijkt dat computers en internet een grote plaats innemen in het dagelijks leven van de 14-jarigen, zowel op school als thuis. Desondanks zitten de meeste leerlingen op een basisniveau voor wat betreft hun digitale geletterdheid. In de ICILS-toets worden namelijk vier niveaus in digitale geletterdheid onderscheiden: van het kunnen uitvoeren van enkele basishandelingen, zoals het navigeren op internet (niveau 1), tot het effectief kunnen vergaren, gebruiken en delen van digitale informatie (niveau 4).
In alle ICILS-landen, dus ook in Nederland, haalt de meerderheid van de leerlingen maximaal het tweede niveau. Slechts 4% van de leerlingen die in Nederland de ICILS-toets maakten, heeft het vierde niveau gehaald. Dit zijn vooral vwo-leerlingen. Bijna een derde van de leerlingen in het vmbo komt niet verder dan niveau 1. Iets meer dan de helft van leerlingen in het praktijkonderwijs heeft ook dit allerlaagste niveau niet gehaald.

Minder aandacht in onderwijs voor informatievaardigheden dan in buitenland

De Nederlandse docenten in dit onderzoek staan over het algemeen positief tegenover het gebruik van ICT in hun onderwijs. In het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs wordt ICT intensiever gebruikt dan in de meeste andere landen. Nederlandse docenten besteden echter minder aandacht aan de ontwikkeling van informatievaardigheden bij hun leerlingen dan hun buitenlandse collega’s. Zo schenkt slechts 18% van de ondervraagde docenten in hun onderwijs aandacht aan het verwijzen naar informatiebronnen. Dit is het laagste percentage van alle ICILS-landen.
Tegelijkertijd zijn de docenten het meest negatief over het kopieergedrag van leerlingen als gevolg van het gebruik van digitale informatiebronnen. Vergeleken met de andere landen zijn de docenten ook negatiever over de overeenstemming binnen de school over de wijze waarop ICT in het onderwijs aandacht moet krijgen.

Meer aandacht voor digitale geletterdheid gewenst

Meer dan twee derde van de getoetste leerlingen gebruikt elke dag een vorm van ICT. Internet wordt vooral gebruikt als communicatiemiddel. Het dagelijks intensieve gebruik van ICT zowel thuis als op school lijkt echter voor veel leerlingen onvoldoende te zijn om hun digitale geletterdheid zodanig te ontwikkelen dat zij effectief in de huidige informatiesamenleving kunnen participeren. Dit pleit voor meer aandacht voor digitale geletterdheid in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, hetzij als apart vak, hetzij als expliciet onderdeel van de andere vakgebieden. Dit geldt echter niet alleen voor Nederland, maar voor alle landen die aan ICILS-2013 hebben deelgenomen.

> Bekijk het Nederlandse onderzoeksrapport
> Meer informatie over het ICILS-onderzoek via Martina Meelissen (UT): m.r.m.meelissen@utwente.nl