Toegankelijkheid hbo en universiteit in twee overzichtsstudies

Hoe toegankelijk is het Nederlandse hoger onderwijs? Iedereen met de juiste kwalificaties moet een opleiding in het hoger onderwijs kunnen volgen, ongeacht vooropleiding, sekse, etnische achtergrond en het opleidingsniveau en inkomen van de ouders. Het is de taak van de overheid om toegankelijk hoger onderwijs te waarborgen. Tegelijkertijd is het streven dat zo veel mogelijk studenten hun opleiding met succes afronden. Dat levert in de praktijk een spanning op. Twee overzichtsstudies brengen, elk vanuit een andere invalshoek, de kwestie rond toegankelijkheid in kaart.

Louise Elffers, lector Beroepsonderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam, richtte zich op de situatie in het hbo. Elffers evalueerde de toegankelijkheid van het hbo en presenteert in haar studie een praktisch beslismodel dat gebruikt kan worden bij de ontwikkeling van toegankelijkheidsbeleid. ResearchNed keek specifiek naar universitaire opleidingen met een numerus fixus. Wat is het effect van het huidige systeem van decentrale selectie op de toegankelijkheid van het onderwijs en op de diversiteit van de studentenpopulatie?

De legitimiteit van obstakels

In haar studie over de situatie in het hbo spitst Elffers haar analyse van de toegankelijkheid toe op de aan- of afwezigheid van formele en niet-formele obstakels. Een voorbeeld van een formeel obstakel dat de toelating tot een opleiding bepaalt is een diploma van de middelbare school. Niet-formele obstakels bepalen of een opleiding ook daadwerkelijk begaanbaar is. Dergelijke obstakels zijn bijvoorbeeld plaatsing op een te laag niveau in de vooropleiding, het ontbreken van voldoende cognitieve input in de thuissituatie en moeilijkheden om een stageplek te vinden. De centrale vraag is nu: welke obstakels achten we gerechtvaardigd? En welke obstakels kunnen in de praktijk leiden tot minder toegankelijk hoger onderwijs?

Elffers’ onderzoek heeft nadrukkelijk een praktisch oogmerk. De tool die zij presenteert is bedoeld om beleidsmakers te helpen de toegankelijkheid van het onderwijs te analyseren en evalueren in termen van obstakels. Vervolgens kunnen beleidskeuzes worden gemaakt over het handhaven van legitieme obstakels en het wegnemen, reduceren of compenseren van obstakels die de toegankelijkheid van het onderwijs onder druk zetten.

Studiesucces versus toegankelijkheid

Een van de formele obstakels voor toelating tot een opleiding is decentrale selectie. Het onderzoek van ReseachNed zoomt in op decentrale selectie in het wo. Sinds de afschaffing van de gewogen loting, zoals vastgelegd in de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs (Wet KIV), kunnen opleidingen hun studenten zelf selecteren via een zelf in te richten selectieprocedure. Dit plaatst opleidingen voor een dilemma. Enerzijds zoeken ze naar een methode die effectief is om succesvolle studenten te selecteren, anderzijds is het niet de bedoeling dat bepaalde groepen worden benadeeld of bij voorbaat minder kansrijk zijn – en daarmee het onderwijs minder toegankelijk wordt.

De vraag in welke mate de doelen van selectie worden bereikt, blijkt volgens de studie van ResearchNed niet eenduidig te beantwoorden. Als het gaat om studiesucces kan worden gesteld dat het doel gedeeltelijk wordt behaald. Vooral in het eerste jaar doen geselecteerde studenten het over het algemeen beter. Een blik op het effect van decentrale selectie op de toegankelijkheid levert echter een ander beeld op. Zo is de studentenpopulatie van universitaire opleidingen met numerus fixus tegenwoordig minder heterogeen: het aandeel ‘brave witte meisjes’ groeit. Bovendien leidt de wijze waarop de procedure is ingericht er soms toe dat de beschikbare plekken niet volledig worden opgevuld.

Sleutel tot meer kansengelijkheid

Ook Elffers benoemt in haar studie het effect van decentrale selectie op de toegankelijkheid van het onderwijs. Studenten met een vwo-diploma worden relatief vaker toegelaten, terwijl bijvoorbeeld studenten met een migratieachtergrond of met een functiebeperking relatief juist minder vaak worden toegelaten. Zowel formele als niet-formele obstakels – bij de selectie, in de vooropleiding, thuis en op de arbeidsmarkt – liggen hieraan ten grondslag. Toegankelijkheidsbeleid dat zich richt op deze obstakels kan volgens Elffers de sleutel zijn tot meer kansengelijkheid in het hoger onderwijs, en bij decentrale selectie in het bijzonder.

De overzichtsstudies De toegankelijkheid van het hbo: van complex vraagstuk naar handreiking voor de praktijk van Louise Elffers en Numerus fixus, selectie en kansengelijkheid in het wetenschappelijk onderwijs van ResearchNed werden gefinancierd door het NRO.